Meer dan kabel

Dankzij het onvolprezen blad Satellite (www.veronica.nl) vernam ik over de visie op satellietontvangst in de jongste ministeriële notitie Kabel, omroepen en consument – pluriformiteit, betaalbaarheid en vrije keuze. Het stuk is te vinden op de site van OC&W (www.minocw.nl). Op het eind van deze tekst, opgesteld op verzoek van de Tweede Kamer, ontvouwt staatssecretaris Van der Ploeg (Media) zijn ideeën over de toekomst van de kabel. Het is, zoals dat vaker gaat met ministeriële stukken, een beetje braaf en vaag, al bevat de tekst ook interessante voorstellen.

In de kranten werd vooral de gedachte opgepikt dat Nederlandstalige commerciële zenders in wettelijke basispaketten zouden moeten worden opgenomen. Maar veel belangrijker lijkt me de gedachte dat eigenaars van kabelnetten gedwongen zouden worden om de mediaproducten van concurrenten door te geven. De al of niet duidelijk uitgesproken plannen van bijvoorbeeld de Amerikaanse kabelmaatschappij A2000 om vooral eigen producten op het gebied van betaaltelevisie door te geven, en die van een concurrent als Canal+ minder aantrekkelijk te maken, zouden op die manier verijdeld kunnen worden.

Wat concurrentie voor het medium kabel betreft, waaraan aan het eind van de notitie wat plichtmatige opmerkingen worden gewijd, lijkt de staatssecretaris vooral heil te zien in digitale etherverspreiding. Waarom wordt eigenlijk niet geheel duidelijk. Minder gecompliceerd dan een schotel voor satellietontvangst plaatsen, zegt de notitie. Maar dat gaat wel voorbij aan de niet onaanzienlijke investeringen die zijn gemoeid met het plaatsen van een nieuw zenderpark. Misschien is het ook wel natuurlijk dat de overheid meer ziet in de toewijzing van frequenties voor etherverspreiding, met alle mogelijkheden tot controle en politieke besluitvorming, dan in de in de praktijk vrij anarchistische verspreiding per satelliet.

Maar dat is nog geen goede reden voor de onbeholpen opmerkingen in de notitie over satellietontvangst. Bepaald komisch is een aan de Consumentenbond ontleend onderzoek, waaruit moet blijken dat satellietontvangst op den duur goedkoper uitkomt dan een kabelabonnement. De schotelkijker uit dit onderzoek, die 1300 gulden investeert en zijn apparatuur over acht jaar afschrijft, bestaat namelijk niet. Je mocht als schotelaar de afgelopen jaren al blij zijn, als je ontvanger, decoder, LNB of schotel het drie jaar uithielden, voordat de ontvangstspecificaties veranderden, en er is niet veel aanleiding om te denken dat het in de komende jaren anders zal zijn. Vooral niet als, zoals de ministeriële notitie bepleit, er één decoder komt voor digitale signalen op kabel, in de ether en vanuit de ruimte.

Merkwaardig is verder dat de notitie als een van de nadelen van schotelontvangst aanmerkt, dat er geen Nederlandse regionale zenders mee te ontvangen zijn. Dit is nota bene het gevolg van een richtlijn van de Rijksoverheid zelf!

En het is jammer dat schotelontvangst in deze notitie wordt beperkt tot de Astra's van de Luxemburgse SES op 19,2 graden oost. (www.astra.lu) Zeker is de SES een goed bedrijf, en marktleider. Maar de Nederlandse staat, vertegenwoordigd door KPN Telecom, neemt nota bene zelf deel aan de voor thuisontvangst prima geschikte Hot Birds van Eutelsat op dertien graden oost (www.eutelsat.com), die door een technische ingreep heel goed samen met de Astra's van SES op één schotel ontvangen kunnen worden.

Een overheid die zich nu, te elfder ure maar volkomen terecht, zorgen maakt over de monopoliepositie van kabelbezitters, zou in haar denken over satellietontvangst toch tenminste het bestaan van concurrerende aanbieders van satellietsignalen moeten honoreren.