Kritiek in de Kamer op nota Van der Ploeg

De plannen van staatssecretaris Van der Ploeg ten aanzien van culturele diversiteit zijn voor de VVD `onacceptabel'. De zogenaamde drie procents-norm wordt alleen door de PvdA gesteund en is daarmee vrijwel zeker van de baan.

Bij overleg vanmorgen in de Tweede Kamer over de plannen van Van der Ploeg, vastgelegd in de nota `Ruim baan voor culturele diversiteit', lieten verschillende politieke partijen zich zeer kritisch uit over de voorgestelde beleidsmiddelen om allochtonen meer bij de gesubsidieerde kunsten te betrekken. Het streven naar meer deelname, zowel aan de kant van allochtone kunstenaars als publiek, wordt door de fracties gedeeld, maar over de wijze waarop dit doel moet worden bereikt verschillen de meningen. De nota over culturele diversiteit is een cruciaal onderdeel van Van der Ploegs plannen voor het cultuurbeleid in de periode 2001-2004.

VVD-woordvoerder A. Nicolaï keerde zich tegen de `bemoeizucht en paternalisme' van de overheid, die volgens hem de rode draad van de nota vormt. Met `eigenheid' van allochtone cultuuruitingen als uitgangspunt voor cultuurbeleid staat de wereld op z'n kop, aldus de VVD, die in dit verband spreekt van `repressieve tolerantie': de dominante cultuur bepaalt wat authentiek is. Men ziet ook geen heil in het aantrekken van allochtone adviseurs ten behoeve van niet-westerse programmering: ,,Waarom zou een Surinamer beter kunnen oordelen over Turkse muziek dan een Nederlander?''

Voor het CDA kan integratie een `bijzonder positief neveneffect' zijn, maar nooit de hoofddoelstelling van cultuurbeleid. Net als de VVD vindt het CDA het streven naar integratie van allochtonen en jongeren pas in laatste instantie een kwestie van cultuurbeleid, en in eerste instantie voor onderwijs, welzijn en Grote Steden-beleid.

Net als VVD en Groen Links heeft D66 onoverkomelijke bezwaren tegen de voorgestelde drie procents-norm, in het culturele veld reeds omgedoopt tot `strafkorting'. Instellingen die zich extra inzetten om allochtoon publiek te bereiken zouden volgens dit voorstel worden beloond met drie procent extra subsidie, als dat niet gebeurt wordt er drie procent subsidie ingehouden. B. Dittrich (D66) en F. Halsema (Groen Links) voorzien grote problemen met de controle van dit beleidsinstrument, nog afgezien van de lastige vraag: wie is er allochtoon? Pogingen van J. Belinfante (PvdA) om de norm uit te leggen als `stimuleringsmaatregel' konden de andere partijen niet overtuigen.

De Raad voor Cultuur, het belangrijkste adviesorgaan van de regering op kunstgebied, heeft gisteren kanttekeningen geplaatst bij de criteria 'maatschappelijk bereik' en 'subsidie-per-bezoek' waarmee Van der Ploeg kunstinstellingen wil gaan beoordelen. De raad betwijfelt of dit hanteerbare toetsstenen zijn en wil daarover graag nader overleg. Wel is er steun voor de beleidsvoornemens in Van der Ploegs nota 'Cultuur als confrontatie': meer culturele diversiteit en meer aandacht voor het bij elkaar brengen van cultuuraanbod en publiek. In een eerste reactie op Van der Ploegs plannen voor de Kunstenplanperiode 2001-2004 zei de raad het toe te juichen dat hij meer ruimte wil scheppen voor nieuwe initiatieven in de cultuursector. Na het zomerreces van de Tweede Kamer volgt het debat over de uitgangspunten.