Japan wil zijn volkslied nieuwe betekenis geven

Japan worstelt weer eens met zichzelf. Het volkslied en de nationale vlag zijn inzet geworden van een hoog oplopende discussie.

In het Japanse parlement is gisteren een emtioneel debat begonnen over de betekenis van het Japanse volkslied. De regering wil het lied – een ode aan de keizer, getiteld Kimigayo – officieel als volkslied aanwijzen. Vooral de Communistische Partij verzet zich fel. Tot dusver rust het gebruik van `Kimigayo', net als het hijsen van de vlag met de rijzende zon als nationale vlag, op niet meer dan gewoonte. Achtergrond van het regeringsvoorstel is een felle strijd in het onderwijs wegens de associaties met de oorlog die lied en vlag nog immer oproepen.

Sinds 1989 gebiedt het ministerie van Onderwijs ,,het hijsen van de nationale vlag en samenzang van het volkslied'' bij gelegenheden als eindexamenuitreikingen. De linkse vakbond van onderwijzend personeel voert hier al jaren strijd tegen en lang niet alle scholen voeren de instructies uit. Deze machtsstrijd leidt zo nu en dan tot nationaal nieuws, zoals een leerlingenboycot afgelopen jaar op een school buiten Tokio en de zelfmoord, dit voorjaar, van een schoolhoofd in Hiroshima. De directeur voelde zich gemangeld tussen het autoritaire ministerie en het verzet van zijn leraren. Wegens de ervaring van de atoombom is Hiroshima vanouds een bolwerk van de linkse onderwijzersbond.

Het ministerie beschouwt het als zijn taak nationalisme te versterken. Bij de laatste censuurronde van nieuwe onderwijsboeken bleek vorige week dat het ministerie een aantal uitgevers opdracht heeft gegeven duidelijker te vermelden dat vlag en volkslied respect verdienen of om een foto van de vlag groter af te drukken. Om tegenstanders wind uit de zeilen te nemen, wil de conservatieve regering nu volkslied en vlag wettelijk als zodanig aanwijzen. Links kan dan niet meer zeggen dat er geen wettelijke basis bestaat voor gebruik van de nationale symbolen.

Ongeveer de helft van de bevolking heeft geen probleem met het wettelijk vastleggen van vlag en volkslied, zo blijkt vandaag uit een peiling van de krant Asahi. Wel wil tweederde van de bevolking dat eerst een ,,uitputtende discussie'' wordt gevoerd. Die spitst zich nu toe op de betekenis van de titel en tevens eerste regel van het volkslied: Kimigayo. Premier Keizo Obuchi draaide zich gisteren in allerlei bochten om die betekenis in overeenstemming te brengen met de huidige, democratische ideologie. Kimigayo is een uit de achtste eeuw daterend loflied op de keizer, dat in de vorige eeuw op muziek is gezet. In de achtste eeuw was er nog weinig democratie en letterlijk betekent Kimigayo dan ook simpelweg: `Uw Heerschappij'. Niemand heeft hierbij ooit aan iets anders gedacht dan de almachtige keizer. In het parlement zei Obuchi gisteren dat `kimi' ,,verwijst naar de keizer als symbool van het verenigde Japanse volk'', en dat die positie is gebaseerd op ,,de algemene wil van het volk dat drager is van de soevereine macht''.

Het wetsvoorstel aangaande vlag en volkslied maakt voor sommige critici deel uit van een trend: ,,De ontwikkeling van een systeem dat moet worden aangeduid als `controle van het volk' neemt angstaanjagende vormen aan'', schrijft historicus Takeshi Komagome, docent aan de Ochanomizu Universiteit, in het linkse maandblad Sekai. De behandeling van dit voorstel komt tegelijk met wetsvoorstellen om de politie meer armslag te geven, zoals het afluisteren van telefoons, en een voorstel om alle burgers een nummer te geven zodat met één druk op de knop van een computer alle relevante informatie over een individu ter beschikking komt. Links maakt zich ook zorgen over de groeiende rol van het leger nu het door uitbreiding van de Japans-Amerikaanse militaire samenwerking voortaan mogelijk is dat Japanse troepen buiten de landsgrenzen optreden.

Bij de oppositie heerst sterk wantrouwen tegen de regering. Nauwe controle van de bevolking en nationalisme waren belangrijke onderdelen van het vooroorlogse systeem. Op school werd onderwezen dat iedereen op elk gewenst moment zijn leven moest offeren voor de keizer. Het Japanse leger had er destijds ook geen enkele moeite mee de eigen burgerbevolking op te offeren, of in extreme gevallen zelfs eigenhandig eigen burgers om te brengen, zoals is gebeurd tijdens de laatste grote veldslag op het eiland Okinawa in 1945.