Gezongen melodrama maakt lichter

Officieel begint het imposante retrospectief van films met Catherine Deneuve in Amsterdam en Den Haag volgende week. Er wordt een voorschot op genomen door de heruitbreng van Les parapluies de Cherbourg (Jacques Demy, 1964) en dagelijkse vertoningen van Repulsion (Roman Polanski, 1965) in het Filmmuseum. Hoewel Demy's met een Gouden Palm onderscheiden, geheel gezongen melodrama een ster maakte van de toen 20-jarige Deneuve, is haar aanwezigheid achteraf bezien niet het belangrijkste wat over die film te melden valt. Ze is jong, mooi en een beetje truttig, zoals het haar personage betaamt: een ideale paspop voor Demy's spel met kostuums, decors, kleur en de subtiele pervertering van een oerburgerlijke, provinciale samenleving, door elkaar geschud door de Algerijnse oorlog.

Van geen van de andere acteurs, die de door professionals gezongen dialogen in Les parapluies de Cherbourg playbacken, zou nadien nog veel vernomen worden. Ook Jacques Demy (1931-1990) heeft het succes van zijn derde film nooit kunnen evenaren, zelfs niet in volgende gezongen films als Les demoiselles de Rochefort (1968) en Une chambre en ville (1982). Behalve Deneuve spon componist Michel Legrand het meeste garen bij het internationale fenomeen dat de film werd; Legrand zou nog voor menige Hollywoodfilm zoetgevooisde jazzy muziek leveren.

Ik ken veel mensen die Les parapluies de Cherbourg volstrekt niet verdragen; van het begin af aan was het idee van zingende garagisten en juweliers, die niet plotseling een lied inzetten, maar permanent muzikaal interacteren met de wereld, een gruwel voor realistisch ingestelde kijkers. Demy zette meer op zijn kop dan de werkelijkheid; hij draaide ook de conventies van opera en musical om.Het zingen maakt in dit geval emoties niet zwaarder en heftiger, maar juist lichter. De alledaagse werkelijkheid als inspiratiebron, het verheffen van trivia tot kunst, is wat Les parapluies de Cherbourg ook tot een typische vertegenwoordiger maakt van de Nouvelle vague, de beweging die de film bevrijdde van de angstvallige scheiding tussen leven en kunst.

Demy vertelt een simpel verhaal, over de dochter van een parapluverkoopster, die verliefd wordt op een automonteur en hem kwijt raakt, wanneer hij in dienst moet. Bij zijn terugkomst uit Algerije is ze getrouwd met een rijke diamantair, die het kind dat ze heimelijk van de monteur verwachtte op de koop toe heeft genomen. Bij een toevallige ontmoeting, jaren later, blijken de voormalige gelieven elkaar niets meer te zeggen te hebben.

Het meesterschap van Demy blijkt achteraf bezien veel verder te gaan dan de vondst van de gezongen dialogen. Niet alleen de muziek, maar de vergaande stilering van alledaagse elementen maakt alles lichter. Kleurgebruik en mise-en-scène zijn van een raffinement dat zijn weerga nauwelijks kent. Demy laat de moeder van het meisje en de tante van de jongen sterven zonder daar melodramatische munt uit te slaan. De montage van de scène waarin Deneuve naar huis gaat na een liefdesnacht zegt meer over haar euforie dan wanneer de details in beeld gebracht zouden zijn. Het drama van het verlies van onschuld, zowel individueel als politiek, wordt zo subtiel aangestipt dat je er net zo gemakkelijk aan voorbij zou kunnen gaan als destijds de censor in het gaullistische Frankrijk. De film is een wonder van vernuft, dat licht in het hoofd maakt, duizelig, ontroerd en een beetje misselijk van de zuurtjeskleuren, bij een recente restauratie onder supervisie van Demy's weduwe Agnès Varda in hun volle glorie hersteld. Les parapluies de Cherbourg is de feestelijke ouverture van het oeuvre van Deneuve; daarna gaat het gordijn pas open.

Les parapluies de Cherbourg. Regie: Jacques Demy. Met: Catherine Deneuve, Nino Castelnuovo, Anne Vernon, Marc Michel, Mireille Perrey, Ellen Farner. In: Filmmuseum, Amsterdam; Haags Filmhuis.