Geloof

Europa is niet alleen verdeeld in landen, talen en tijdzones, maar ook in jaartallen. In sommige Parijse stations is het al 2030. Als je in Polen langs de hooiende boeren spoort is het 1934. Hier, in de haven van Istanbul, is het onmiskenbaar 1956. De tientallen veerboten, vol vaders met aktetassen en moeders met boodschappen, de Ketelbinkie-vrachtschepen, de helrode slepertjes, de olierook, het glinsterende water, de `Poisz' uit Sebastopol, alles is 1956.

Het is hier een van de mooiste plekken op aarde, maar de Kosovo-oorlog en Het Proces hebben de toeristenstroom dun gemaakt. Wij, handvol westerlingen, worden bij de douane letterlijk met gejuich begroet. In hotel Pera Palace is de grote ontbijtzaal vrijwel verlaten. De kranten staan vol over Het Proces, maar ook over een gematigde moslimleider die zijn volgelingen had opgeroepen tot een soort geweldloze `mars door de instituties'. Direct wordt hij vervolgd wegens `het opstoken tot religieuze onrust'. Hier worden de culturele grenzen niet afgetast, zoals in Odessa, hier wordt de Westerse secularisering verdedigd met de felheid van een nieuw Geloof.

Het Europese deel van de stad oogt als het oude Barcelona – behalve dat er zo nu en dan een gebedsroep schalt. De markten druipen er van melk en honing, van kruiden, kippen en vissen, van kersen als pruimen, van groenten in duizend soorten, van geuren en kreten. Aan de Aziatische kant van de Bosporus strekken zich de massaflats uit, een grijswitte band die tientallen kilometers langs de zeekust rolt, miljoenen mensen die dromen en iets willen met hun leven.