Frisse Ibsen tussen de bomen van Sonsbeek

Hij draagt lompen, de dorpsjongens bespotten hem en zijn moeder maakt hem uit voor nietsnut. Maar Peer Gynt houdt vol: `Ik ben voor iets groots bestemd.' Voor de grootheid die hij ooit zal zijn bouwt hij luchtkastelen: Peer Gynt is fantast van beroep. Zijn brein produceert een werkelijkheid die plaats biedt aan al zijn dromen en het enige probleem is dat hij zijn macht over die dromen dreigt te verliezen. Zijn grootheidswaan versmelt met angstpsychoses en zijn kroning tot keizer vindt plaats in een gesticht.

Een echt gesticht? Ons toeschouwers lukt het evenmin om echt en onecht uit elkaar te houden; we hallucineren mee met de held, die het ene hachelijke avontuur na het andere doorstaat in wolken van stoom en nevel. Regisseur Jeroen Kriek is niet bang voor theatrale effecten. De nevel beschijnt hij met blauwe en vuurrode spots en net zo knallend als het licht is de muziek. Een mix van Edvard Grieg en Ennio Morricone golft van speaker naar speaker - om even abrupt weer te stoppen. Speakers en spots hangen hoog in de bomen van Sonsbeek. Daar, in dat Arnhemse park, vond Jeroen Kriek een heuvel. Behalve voor gehol naar boven en gerol naar beneden leent die zich uitstekend voor ruig gecross. Peers ontmoeting met het trollenvolkje lijkt afgekeken van de heksensabbath in de Faust van Toneelgroep De Appel: ook bij Kriek verschijnt het kwaad in de gedaante van schaars geklede motorduivelinnen- en duivels.

Vanwaar deze imitatie? Omdat Peer Gynt van de Noor Henrik Ibsen wel `de Faust van het noorden' genoemd wordt? Omdat Kriek een bewerking gebruikt van de voormalige Appel-leider Erik Vos? Vooral, dunkt mij, omdat Kriek zijn publiek wil behagen. Deze coproductie van Theater van het Oosten, InDependance en de Arnhemse Toneelschool heet in de folders een `spektakel'. Kriek komt eerlijk voor zijn bedoelingen uit en grijpt soms terug naar wansmakelijke clichés. Maar meestal is hij fris, origineel en geestig. Net als in zijn flitsende jongerenvoorstelling Hamlet zet hij flink vaart achter de toch al gecoupeerde tekst. Zo kunnen ook de minder ervaren acteurs goed meekomen. Zij hoeven maar weinig te zeggen en drukken zich uit in effectieve gebarentaal. Groepjes jongens staan Peer dreigend op te wachten, hoog op de heuvel, monumentaal. Groepjes meisjes doemen zwijgend op en deinzen stil terug: kuise bruidjes die de held herinneren aan zijn onverantwoordelijke seksuele gedrag.

Daartussendoor banjert zijn kwade maar o, zo trouwe moeder, karikaturaal en aandoenlijk gespeeld door Margreet Blanken. Olaf Malmberg als Peer Gynt zelf biedt stevig tegenwicht. Dankzij z'n zendmicrofoontje is hij ook wanneer hij dolt goed te verstaan en meer nog, zijn personage maakt een ontwikkeling door. Een ontwikkeling van kind naar man die nergens saai wordt omdat de man een deel van zijn dwaasheid behoudt. Welke Peer Gynt geslaagder is: die van Jos Thie, gespeeld in de Terschellingse duinen, of deze, gespeeld in het Gelderse bos – ik zou het niet weten. Ik weet alleen dit: twee Peer Gynts in één seizoen is veel maar niet vervelend.

Voorstelling: Peer Gynt, van Henrik Ibsen, door Theater van het Oosten e.a. Regie: Jeroen Kriek. Gezien: 27/6 Park Sonsbeek Arnhem, ingang Zijpendaalseweg bij de Zwanenbrug. T/m 3/7 aldaar, aanvang 21u. Res. (026) 4452548.