Eis tegen Bouterse van zestien jaar

Wegens grootschalige cocaïnehandel heeft het OM vanmiddag een gevangenisstraf van zestien jaar en een geldboete van vijf miljoen gulden geëist tegen de voormalige legerleider van Suriname Desi Bouterse.

Het is de hoogste straf die justitie kon eisen. In een requisitoir dat ruim acht uur duurde hebben de officieren van justitie E. Harderwijk en J. Mooijen de afgelopen twee dagen de Haagse rechtbank proberen duidelijk te maken dat Bouterse verantwoordelijk is voor vijf drugstransporten naar Nederland waarbij in totaal ruim 1.500 kilo cocaïne naar Nederland is gesmokkeld. Bouterse, die het proces niet bijwoont, is volgens het OM ook schuldig aan lidmaatschap van een criminele organisatie. Hij zou het Suri-drugskartel hebben aangevoerd.

Tegen twee medeverdachten, de zakenlieden Richard L. en Moenipersad M., werden straffen geëist van respectievelijk veertien en drie jaar en boetes van drie miljoen gulden en 250.000 gulden. Richard is volgens justitie een van de organisatoren van de Surinaamse drugstransporten. De in Berkel en Rodenrijs wonende Moenipersad is de enige verdachte die het proces bijwoont. Hij is volgens justitie jarenlang ,,de bank'', de boekhouder en witwasser van het drugskartel geweest.

Bouterse heeft volgens justitie leiding gegeven aan een criminele club met een zeer hoge organisatiegraad. ,,De organisatie heeft de beschikking over een heel land'', zei Harderwijk vanmiddag. De drugshandelaren kunnen in Suriname gebruikmaken van havens, vliegvelden, corrupte overheidsfunctionarissen en laboratoria. ,,Alles is tip-top geregeld.''

Justitie vroeg de rechtbank om over twee weken, als vonnis wordt gewezen, ook een bevel tot gevangenneming af te geven. Dat maakt arrestatie en uitlevering van de verdachten in het buitenland gemakkelijker.

Harderwijk verwierp de in de afgelopen jaren geuite kritiek dat het OM beter van de vervolging van Bouterse had kunnen afzien om de relatie met Suriname niet verder te belasten. ,,Hoe kun je nog kleine handelaren vervolgen als je de grote handelaren niet vervolgt'', vroeg Harderwijk retorisch. Een dergelijk handelen zou in strijd zijn met het principe dat iedereen voor de wet gelijk is. Nederland was volgens justitie ,,moreel verplicht'' de vervolging van Bouterse aan te pakken. De raadsman van Bouterse, A. Moszkowicz, heeft besloten af te zien van een inhoudelijke verdediging. Hij heeft geen enkele zitting bijgewoond.