Duizenden eisen vertrek Miloševic

Tienduizend mensen hebben gisteren op een demonstratie in de Servische stad Cacak het aftreden geëist van de Joegoslavische president Miloševic. De betoging van de verenigde Servische oppositie was de eerste in een reeks van massaprotesten.

Bij de betoging, die werd geopend met een zegen van een orthodoxe priester, werd het regime uitgemaakt voor ,,rode bandieten'' en werden spandoeken en borden meegedragen met teksten tegen de Joegoslavische president, zoals ,,We vieren een maand feest als we Slobodan hebben verjaagd'', ,,Ga weg voor het te laat is'' en ,,De vloek van Kosovo zij met u''. Sprekers eisten het aftreden van Miloševic, vervroegde verkiezingen en persvrijheid. ,,We zullen van stad naar stad, van huis naar huis gaan om de toorts van de democratie te ontsteken'', aldus een van de sprekers. De burgemeester van de stad, Velimir Ilic, werd als een held bejubeld. Hij dook vorige maand onder nadat de autoriteiten een arrestatiebevel tegen hem hadden uitgevaardigd wegens het organiseren van een demonstratie tegen de oorlog om Kosovo.

De kritiek op Miloševic had gisteren in Cacak vooral betrekking op de politieke onderdrukking en het gebrek aan vrijheid. Een van de opmerkelijkste bijdragen kwam van een onafhankelijke intellectueel, Milan Protic, die inging op de misdrijven die door Serviërs in Kosovo zijn gepleegd. Protic zei dat de Servische leiders ,,in onze naam misdaden hebben begaan tegen mensen die naast en met ons leefden''. ,,Wij bieden de hele wereld onze excuses aan voor de daden van de macht die zich het recht heeft toegeëigend in onze naam te moorden en te vervolgen. Wij hebben niemand beroofd, vervolgd en verjaagd, maar als christenen is het onze plicht de schuldigen te veroordelen'', aldus Protic. De kritiek was opmerkelijk, omdat door de staatscontrole op de media maar weinig Serviërs überhaupt weet hebben van de `etnische zuiveringen' in Kosovo en de weinigen die er wel van weten, meer aandacht hebben voor hun eigen problemen dan voor het lot van de Albanezen.

De politie trachtte gisteren in de loop van de dag te voorkomen dat de Alliantie voor Verandering, een paraplugroep van oppositiepartijen, de aangekondigde demonstratie tegen het regime zou houden. Een van de organisatoren werd naar het politiebureau van Cacak geroepen en kreeg daar te horen dat de betoging niet mocht doorgaan. Maar de politie kwam niet met een schriftelijk bevel, reden voor de organisatie het verbod te negeren. Het bewind deed wel moeite het aantal betogers te beperken. Lijnbussen vanuit andere Servische steden naar Cacak reden gisteren niet en talrijke speciale bussen en auto's met betogers die naar de stad op weg waren werden tegengehouden en teruggestuurd. Ook journalisten die vanuit Belgrado naar Cacak wilden reizen werden teruggestuurd. Plaatselijke soldaten pikten – in een nieuwe openlijke uiting van ongenoegen van de kant van het leger – demonstranten buiten de stad op en brachten hen in militaire voertuigen langs de politieposten alsnog naar Cacak. Bij het begin van de betoging ontplofte een schrikgranaat van het type dat bij militaire manoeuvres wordt gebruikt, maar verdere incidenten bleven uit.

Miloševic zelf liet zich gisteren even op de Servische televisie zien, tijdens een besloten bijeenkomst van de Joegoslavische en Servische leiding, waarop hij volgens het Joegoslavische persbureau Tanjug opriep tot economische hervormingen en de stimulering van de markteconomie. De president noemde het aanknopen van economische en culturele banden met ,,de progressieve en democratische landen'' in de wereld een ,,prioriteit in deze periode''. (Reuters, AP, AFP)