De wachtkamer voor Berlijn kan gesloten worden

Morgen komt er een einde aan de `Bonner republiek'. Duitse politici vertrekken deze zomer naar hun nieuwe hoofdstad: Berlijn.

In Bonn speelt een orkest op verzoek van de Bondsdagvoorzitter een afscheidsstuk: Aufbruch.

,,U weet wat ze over Bonn zeggen'', schreef John le Carré, de Britse schrijver van spionageromans. ,,Of het regent of de spoorbomen zijn dicht. In feite gebeuren beide op hetzelfde moment. Het is een erg bovennatuurlijke plek; de dromen hebben er de realiteit vervangen.''

Toen Le Carré de stad kort na de Tweede Wereldoorlog bezocht, stond Bonn nog in de kinderschoenen van de democratie. Deze `kleine stad in Duitsland', waarop de eerste naoorlogse kanselier, Konrad Adenauer, zijn oog had laten vallen, ontwaakte uit de droom toen het in 1949 de nieuwe hoofdstad werd. Een voorlopige hoofdstad, waar Adenauer aanvankelijk vanuit het museum Koenig regeerde en een minister in een treincoupé (adres: spoor 4) op het station woonde. Bonn was immers de `wachtkamer' voor Berlijn.

Nu in Bonn vijftig jaar lang het hart van de democratische politiek heeft getikt, verlaten de politici de gemoedelijke universiteitsstad, waar de Romeinen en Beethoven hun sporen hebben achtergelaten. Deze week kunnen de parlementariërs voor de laatste keer na hun werk op de pont naar Königswinter varen om aan de overkant van de rivier, aan de voet van de Drachenfels, de zon achter de heuvels te zien ondergaan.

Morgen sluit president Roman Herzog de glazen Bondsdag – symbool voor de openheid van de jonge democratie – en draagt hij aan Johannes Rau het hoogste ambt over. Met een groot feest op de markt zal Rau de burgers bedanken voor de `Bonner republiek', die in de provincie is ontstaan als antwoord op de grootheidswaan van Hitler. Een bescheiden republiek, want grandeur is Bonn – waar joggende politici elkaar bij het ochtendgloren op het smalle pad langs de Rijn passeren – geheel vreemd.

Bonn is een `werkelijke en gelukte breuk' in de moderne geschiedenis van Duitsland, schrijft Joschka Fischer, de groene minister van Buitenlandse Zaken, in zijn `Adieu aan Bonn' (Warum war es am Rhein so schön?). Want juist in Duitsland is iedere poging tot democratie – van 1814, 1918 en 1933, maar ook die van 1953 in Oost-Duitsland – telkens jammerlijk mislukt. Het jaar 1989, toen de Berlijnse Muur viel, leverde volgens Fischer de succesvolle democratische revolutie op die leidde tot de Berlijnse Republiek.

Om de moed er in te houden zal het symfonieorkest uit Bamberg op het marktplein op verzoek van de Bondsdagvoorzitter een afscheidsstuk opvoeren: `Aufbruch'. Daarna sluiten de parlementariërs hun kantoor en pakken hun koffer. Bye bye Bonn, op naar Berlijn. Er heerst een zweem van weemoed aan de Rijn – en van verdriet. [Vervolg BONN:pagina ]