Vrede en exotiek in Amerikaanse composities

Het negende concert in het American Adventures Festival door het Kronos Kwartet gisteravond in de Grote Zaal van het Concertgebouw begon matig. Steve Reichs Triple Quartet (1999) ontpopte zich als een driedelig werk op klezmer-motieven, dat we maar beter snel uit de herinnering konden wissen. Maar daarna begon een typisch Amerikaans avontuur met US Highball van Harry Partch (1901-1974) waarin de ondertitel ons `a musical account of Slim's transcontinental hobo trip' belooft. De conversatiestijl van zwervers in een goederentrein op weg naar San Francisco die elkaar de namen van staten en haltes toeroepen in een zingzang-taal is heel bijzonder. Partch wist er alles van. Gedurende de depressie van jaren dertig was hijzelf acht jaar lang zo'n `hobo'. Ondanks zijn schitterende theater- en filmmuzieken wist hij nooit zoals de meeste van zijn collega's een docentschap aan een universiteit te veroveren. Hij bleef een buitenbeentje.

Het bijzondere aan zijn muziek is de octaafverdeling in 43 toonsafstanden. Daartoe bouwde hij, eindeloos verbeterend, reusachtige instrumenten zoals een marimba eroica en metershoge tokkelinstrumenten naar antiek-Griekse modellen. Ze werden gebruikt in theaterstukken met oud-Griekse en Amerikaanse elementen. US Highball uit 1943 in een bewerking van 1998 door Ben Johnston, zijn voormalige assistent en huidige conservator van het Partch instrumentenmuseum, is typerend voor de korte, semi-dramatische werken uit die tijd en doet hevig verlangen naar de originele versie met zijn exotische instrumenten, hoe goed het Kronos Kwartet ook de gierende glissandi en kletterend krakende pizzicati speelde. David Barron was een expressieve verteller maar kon de meer doorleefde stem van Partch zelf niet doen vergeten.

Terry Riley's Amerikaanse avonturen in Requiem for Adam uit 1998, een wereldpremière, reiken weer verder. Het tweede woeste deel is geschreven ter nagedachtenis aan Adam Harrington, de zoon van de primarius en oprichter van het Kronos Kwartet. Op 16-jarige leeftijd kwam Adam om op de top van Mount Diablo in Californië. Vandaar de titel van het tweede deel: Cortejo Funebre en el Monte Diablo en vandaar dat aan begin en eind een dalend motief klinkt op de tonen uit de naam Adam.

Na het serene eerste deel barst in het middendeel, een schildering van een processie langs de rand van de afgrond, opeens een tape los met muziek van hoorns, klokken, elektronisch slagwerk en gongs. Het orgel kleurt bloedrood; gelukkig is het kleurenspel verder vrij smaakvol gehouden. Deze cortège funèbre heeft iets van een Aziatisch ritueel met zijn woeste hoorns en diep dreunende gongs. Dat het kwartet daartegen het Dies Irae speelt is mij te filmisch banaal. Het laatste deel Requiem for Adam zou met zijn combinatie van glissandi en pizzicati een beschaafde Partch kunnen zijn. Het is mooie muziek maar gaat te lang door.

Riley heeft de mogelijkheden van het Kronos Kwartet uitstekend benut, heel wat beter dan Reich. Riley componeerde al eerder voor het kwartet Salome Dances For Peace, een zoektocht naar wereldvrede, het stokpaardje van Riley's generatie. Ook het requiem bevat een vredesboodschap, maar de opstandige cortège in quasi-Tibetaanse stijl maakt duidelijk dat er twee zielen in een geest huizen. En die exotiek is evenzeer Amerikaans als de zwerverszoektocht van Partch. Ik denk aan de Balinese muziek van Colin McPhee, aan de muzikale technieken uit Perzië, India en Japan bij Henry Cowell, aan gamelan-imitaties bij John Cage, en vooral aan Lou Harrison die zelfs in oud-Koreaanse notatie componeerde voor het Koreaans hoforkest. Zo moet je wel tot de conclusie komen dat Amerikaanse avonturen voornamelijk oriëntaalse zijn. Het Kronos Kwartet draagt vooral dat aspect uit – Esperanto Kwartet zou een beter naam zijn geweest.

Concert: Kronos Kwartet, met David Barron spreekstem. Werken van Reich, Partch en Riley. Gehoord 28/6, Concertgebouw Amsterdam.