Servische student 3

Wittgenstein werd eens aldus aangesproken: ,,De Engelsen zijn ... [zus of zo].'' Hij draaide zich om en liep weg. Dé Engelsen bestaat net zo min als dé Serviërs. In zijn verwatenheid is Carp net zo dom en gevaarlijk als de (dat zijn niet alle) Serviërs die in hun dodelijke rassenwaan denken dat dé Albanezen dieven en moordenaars zijn.

Wat weet Carp van de Servische studente? En ook al zou zij zich in woord of daad aan wangedrag jegens Albanezen schuldig hebben gemaakt, wie is Carp dat hij meent als rechter tegen haar te mogen optreden? Wie is deze morele megalomaan dat hij van een willekeurige Servische eist (en dat ook nog achteraf) dat zij Servische wandaden aan de orde stelt in een verzoek om toelating dat daarmee niets te maken heeft? Sinds wanneer mogen hoofden van scholen op grond van zelfgestelde volks- en rassenwetten straffen van uitsluiting uitdelen, ,,om een signaal af te geven naar andere hogescholen en universiteiten?''