Rockgroep met nuchtere en meeslepende muziek

Hè, eindelijk. Het was al een tijdje geleden dat er voor het laatst in Nederland een Amerikaanse gitaarrockgroep optrad die echt de moeite waard was. Built To Spill, een groep uit het Noord-westen van Amerika, gaf gisteravond een schitterend concert in de Amsterdamse Melkweg, en bewees daarmee één van de weinige lichtpunten te zijn in de dorre armoede die de Amerikaanse gitaarrock de afgelopen jaren geworden is.

Fans van Built To Spill hadden er al een tijdje op moeten wachten: het was vier jaar geleden dat de groep in Nederland te zien was, toen nog als kort (en ongeïnspireerd) voorprogramma van Foo Fighters. De band begon in 1993 als project van zanger/gitarist Doug Martsch, die destijds gitarist was bij de band Treepeople uit Seattle. Met wisselende begeleidingsmuzikanten maakte Martsch onder de naam Built To Spill een aantal albums, waarvan vooral There's Nothing Wrong With Love (1994) opviel. Treepeople bestaat al een tijdje niet meer en Martsch heeft intussen een vaste drummer en bassist gevonden die hem begeleiden. Onlangs verscheen het vierde Built To Spill-album Keep It Like A Secret, een verzameling originele, tot de verbeelding sprekende en zeer meeslepende songs, met gemak één van de beste pop-cd's van het jaar.

Zowel op die cd als op het podium maakt de groep indruk met de tegelijkertijd pakkende en inventieve muziek, die sterke melodieën combineert met verrassende maar ongekunstelde arrangementen. Rockclichés komen er niet in voor. Knap is vooral hoe de muziek is opgebouwd uit elkaar aanvullende, in elkaar vervlechtende gitaarpartijen: elektrische gitaren waarop snelle, krachtige ritmes gespeeld worden, virtuoze melodieuze loopjes, of dromerige en jankende geluiden. Op de cd speelt Martsch alle partijen zelf, live deed een extra gitarist mee. Een van de hoogtepunten was gisteravond het adembenemende `Carry The Zero', een energiek nummer dat bijna ongemerkt allerlei wendingen neemt en uiteindelijk naar een zinderende climax voert.

Martsch' gitaarspel en zijn nasale, een beetje dreinerige stem deden denken aan Neil Young. Zo speelde Martsch veel gitaarsolo's, waarin het evenals in Young's solo's niet ging om technische vaardigheden (vingervlugheid en imponerende trucjes) maar om emotie. Een verschil met Neil Young is dat de muziek van Built To Spill wel gevoelig is, maar niet sentimenteel. Een voorbeeld is het prachtige `Twin Falls', over een meisje dat de zanger in zijn jeugd kende: `Christmas, Twin Falls, Idaho is her oldest memory / She was only two / It's the first time she felt blue'. De teksten zijn eerder slimme en prikkelende observaties dan hartstochtelijke ontboezemingen of klaagzangen.

Op het podium kwam de groep even nuchter over: geconcentreerd spelend, zonder poses, melodramatische gebaren of heen en weer geren. Het zou saai zijn geweest, als de muziek niet zo boeiend en opwindend was: nu was het mooi genoeg om te zien hoe die prachtige geluiden precies tot stand kwamen – zoals de afwisseling van ritme- en solopartijen door Martsch en het slide-gitaarspel van de tweede gitarist. Het bijna twee uur durende concert eindigde verrassend. Aan het eind van het lange, slepende Broken Chairs zetten de twee gitaristen hun gitaren neer en liepen van het podium, gevolgd door de bassist, terwijl hun gitaarspel gewoon doorging. Alleen de drummer was nog over, maar het klonk als de hele band – een handig gebruik van een gitaareffect, dat een kort stukje spel kan opslaan en eindeloos herhalen. Tot de drummer het genoeg vond en de apparaatjes uitzette.

Concert: Built To Spill. Gehoord: 28/6 Melkweg, Amsterdam. Herhaling: 29/6 Vera, Groningen.