Pronk zit nutssector dwars

De openbare watervoor- ziening blijft volledig in overheidshanden. Binnen het kabinet heeft minister Pronk (VROM) het idee afgewezen om naast gas en elektriciteit ook waterleidingbedrijven te privatiseren.

Vorige week was het nog feest in Middelburg. President-commissaris ing. J.I. Hennekeij van het Zeeuwse nutsbedrijf Delta hield een enthousiaste redevoering over ,,meer vrijheid'' en ,,minder overheidsbemoeienis''. De provinciale en gemeentelijke aandeelhouders van Delta hadden zojuist besloten de statuten van Delta te wijzigen om ondermeer de komst van nieuwe, commerciële aandeelhouders mogelijk te maken.

Minister Pronk moet dat feestje van de nutsbedrijven gisteren flink hebben bedorven. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft hij dat de openbare watervoorziening ,,volledig in overheidshanden'' dient te blijven. ,,Een watersector in private handen acht het kabinet zonder meer ongewenst.'' Gas en stroom worden langzamerhand vrijgemaakt van de banden met de overheid, maar water niet. De klip en klare bewoording komt toch nog onverwacht aangezien de ministeries van Economische Zaken en Verkeer en Waterstaat zich tegen het categorische verbod op privatisering van water leken te gaan verzetten.

Het kabinetsstandpunt betekent een fikse tegenslag voor nutsbedrijven die zich meer en meer ontwikkelen tot multi-utilities: grote commercieel opererende bedrijven die zich niet meer beperken tot een enkele functie als bijvoorbeeld het leveren van elektriciteit. Behalve stroom, gas of het ophalen van afval, was het mogen leveren van drinkwater aan diezelfde klant een welkome aanvulling op het `produkten-pakket'. Buitengewoon doelmatig, want de klant hoeft maar één keer binnengehaald te worden en maar één keer een factuur gestuurd te worden.

Internationaal is die ontwikkeling al op grote schaal te zien. Partijen als Vivendi en Scottish Power zijn inmiddels grote concerns die behalve in gas en stroom ook miljardenovernamen doen in de watersector. Gisteren werd zelfs bekend dat de Franse multi-utility Suez Lyonnaise in de Verenigde Staten een groot chemisch bedrijf heeft opgekocht dat produkten voor waterzuivering levert. Nederland doet in het klein al mee, hoewel de ondernemingen nu nog volledig in overheidshanden zijn. Een energiebedrijf als Nuon uit Gelderland levert gas en electriciteit, maar na de overnamen van waterleidingbedrijven in Gelderland en Friesland ook water. Na de fusie met het Noordhollandse ENW is Nuon voor Nederlandse begrippen zelfs een hele grote partij. Ook de fusie tussen Pnem-Mega en Edon hangt het multinuts-concept aan. Veel kleiner is Delta in Zeeland, maar nu al wel het schoolvoorbeeld van een multi-utility: Het bedrijf levert voor de hele provincie gas, elektriciteit en kabeltelevisie, haalt vuil op en voorziet iedere Zeeuw van drinkwater. En de ambities zijn glashelder. Vol vuur sprak de eerder genoemde Hennekeij over een commerciële toekomst en feliciteerde zijn aandeelhouders voor het ten principale toelaten van private aandeelhouders: ,,Daar was durf voor nodig. Durf om keuzen te maken, durf misschien ook wel om u zelf weg te cijferen en de belangen van het bedrijf helemaal voorop te stellen.''

Ondanks de eerdere weigering van het kabinet om privatisering van water toe te laten, hoopte een deel van de sector inmiddels dat de standpunten de afgelopen jaren onder druk van de internationale ontwikkelingen waren gaan schuiven. Minister Jorritsma (Economische Zaken) liet vorig jaar door Booz Allen een studie uitvoeren naar de voordelen van het multi-utility concept waarbij ook de watervoorziening expliciet werd genoemd. In de inleiding van de EZ-uitgave van het rapport schrijft de Directeur Generaal Energie mr. drs. C. Dessens: ,,Uit het onderzoek blijkt onder meer dat vooral de ontwikkeling in de richting van z.g. multi-utilities belangrijk is: daarbij gaat het om een `one-shop'-opzet voor eindverbruikers (elektriciteit, gas, warmte, water, afval, evt. telecom) ...'' En in haar recente jaarverslag schreef de Vewin, de organisatie van waterleidingbedrijven in Nederland: ,,De minister van EZ lijkt (...) in te zetten op waterleidingbedrijven als onderdeel van -geprivatiseerde- multi-utilities.''

Met zijn door het kabinet inmiddels omarmde notitie zet Pronk niettemin een streep door dergelijke ambities. Zeggenschap over de waterleidingbedrijven moet in handen blijven van de overheid om `gebonden klanten', de kleine consument, te beschermen, zo stelt de minister onomwonden. De huidige drinkwatervoorziening wordt ,,uitstekend'' genoemd en het model van NV's die in handen van de overheid zijn ,,blijkt in de praktijk goed te werken''. Als verkoop toegestaan zou worden, vreest het kabinet het ontstaan van ,,private monopolies'' die tot veel strengere regulering en grotere risico's voor de drinkwatervoorziening zouden leiden. ,,Wanneer waterleidingbedrijven zouden opschuiven naar privaat eigendom, gaan concurreren om de `gebonden klant' en zich richten op `water for profit' in plaats van `not for profit' zou dit zorgen gaan baren.'' In dit verband wijst Pronk naar buitenlandse voorbeelden zoals Frankrijk waar de markt wordt gedomineerd door drie private bedrijven, de prijzen niet lager zijn dan in Nederland, maar de kwaliteit en de leveringszekerheid wel: ,,Zo wordt nog steeds gekozen voor het goedkope `chloreren' van het drinkwater. In Nederland is dit reeds jaren geleden vanuit oogpunt van volksgezondheid en milieu verlaten.''

Voor marktpartijen als Nuon en Delta die de `verkeerde' multi-nutsweg al zijn ingeslagen, is het kabinet onverbiddelijk: ,,Bij privatisering van de energiesector, zou weer een splitsing moeten plaatsvinden van energie en water om het overheidseigendom van de waterleidingbedrijven te verzekeren.'' Directeur P. Stoter van Delta reageert teleurgesteld op de beslissing van het kabinet: ,,Pronk zegt iets over aandelen die hij zelf niet in handen heeft.'' Een afsplitsing van het waterbedrijf brengt schade met zich mee: ,,Die zullen we in elk geval op de overheid verhalen.''