Olieconcerns staan in rij voor investeren Irak

Amerikaanse en Britse oliemaatschappijen proberen in Irak koortsachtig exploratie-contracten te sluiten, nu de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties bereid lijkt het embargo op te heffen. Dat heeft het ministerie van Economische Zaken in Irak gisteren bekend gemaakt.

Officiële woordvoerders zeggen echter dat deze ondernemingen, waarvan ze geen namen willen noemen, weinig kans maken op een goed contract. Besprekingen rond overeenkomsten over exploratie van de beste olievelden zijn in een vergevorderd stadium of inmiddels afgerond. Maar dan gaat het om Franse, Russische en Chinese maatschappijen. Deze landen hebben zich in de Veiligheidsraad steeds `vriendelijk opgesteld' jegens Irak.

De Veiligheidsraad heeft drie voorstellen op tafel liggen om de inspectie van Irakese bewapeningsprogramma geleidelijk weer mogelijk te maken. Alle drie bevatten ze het voornemen om de inmiddels negen jaar durende olie-boycot te beëindigen, met als oogmerk om Irak tot betere samenwerking te dwingen bij de periodieke inspectie van het wapenarsenaal.

De laatste inspectie dateert van meer dan zes maanden terug. De VN-inspecteurs verlieten Irak in december vorig jaar, waarna Amerikaanse en Britse gevechtsvliegtuigen luchtaanvallen uitvoerden om Bagdad te straffen voor het gebrek aan samenwerking bij de wapeninspecties. De Irakese overheid weigert sindsdien alle inspecteurs toe te laten, totdat het olie-embargo wordt opgeheven.

De `kroonjuwelen', ofwel de rijkste olievelden, zijn al vergeven of staan op het punt te worden vergeven aan `onze vrienden', zo zei Abdoulilah al-Tikriti van het ministerie van Economischa Zaken gisteren. Hij verwees daarbij naar vier nog niet geëxploreerde olie-velden in het zuiden van het land. De reserves daarvan zouden naar schatting 50 miljard vaten (van 159 liter) meten. Op de locaties zouden in totaal 2,1 miljoen vaten per dag kunnen worden geboord. Adviseur Shamkhi Huwait van het ministerie zei gisteren dat de al dan niet gesloten contracten met de Franse, Russische en Chinese maatschappijen, die extreem lucratief worden genoemd, moeten worden gezien als beloning voor de inspanningen van deze landen om de Veiligheidsraad zo ver te krijgen om het olie-embargo op te heffen. Deze drie landen hebben binnen de Raad veto-recht en zijn er de afgelopen maanden – anders dan de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk – in geslaagd de relatie met Bagdad op een redelijk peil te houden. (AP)