Nabestaanden Flora boos

Onderschatting van de legionella-epidemie heeft onnodig levens gekost, concluderen nabestaanden en overlevenden.

Het is zondagmiddag 14 maart, twee dagen nadat het nieuws over de legionella-epidemie op de Westfriese Flora in Bovenkarspel wereldkundig is gemaakt door de autoriteiten. Nico Hoffer, wiens vader met de veteranenziekte in het Westfries Gasthuis in Hoorn ligt, krijgt van ziekenhuisdirecteur L. Timmer te horen dat de legionellabesmetting ,,gelukkig al over de top heen is''. Op dat moment zijn er twee doden. Er zullen nog 26 doden volgen, onder wie de 76-jarige vader van Nico Hoffer.

Hoffer is nu bestuurslid van de Stichting Flora Veteranenziekte die de belangen van de nabestaanden en slachtoffers behartigt. Tijdens een herdenkingsbijeenkomst voor de legionellaslachtoffers, gisteravond in Grootebroek, las hij voor het eerst de namen van álle 28 doden voor. Een ander bestuurslid stak voor ieder slachtoffer een kaarsje aan. De stichting heeft felle kritiek op de handelwijze van de overheid die verweten wordt te laat gereageerd te hebben, foute diagnoses te hebben gesteld en adviezen om legionella te bestrijden niet te hebben uitgevoerd.

Bestuurslid Hoffer: ,,Het gebrek aan actie van de autoriteiten heeft de omvang van de ramp vergroot. Er zijn onnodig slachtoffers gevallen omdat de ramp vanaf het begin schromelijk is onderschat. Dat blijkt uit de woorden van Timmer op die veertiende maart. Maar ook uit uitlatingen van hoofdinspecteur H. Plokker. Hij zei 13 maart in een interview dat het niet om een epidemie ging.'' Al in 1986 schreef de Gezondheidsraad een advies over bestrijding van legionella. De conclusies van dat rapport, onder meer op het gebied van een snelle signalering, zijn volgens Hoffer niet of nauwelijks uitgevoerd.

Een snelle signalering van de epidemie had levens kunnen redden. Immers, al op 25 februari, toen de Flora nog bezig was, meldde de eerste veteranenzieke zich in een ziekenhuis en zondag 7 maart viel de eerste dode. Eén week voordat alarm werd geslagen.

Begin maart kregen tientallen huisartsen telefoontjes met klachten die verband hielden met de veteranenziekte. Hun eensluidende advies was, zo zeggen nabestaanden: neemt u maar een aspirientje. Niemand die de samenhang ontdekte of de symptomen als veteranenziekte herkende. Vanaf 8 maart kwamen steeds meer patiënten met dezelfde verschijnselen naar vooral het Westfries Gasthuis. Pas woensdag 10 maart werd met het ministerie overlegd. Een dag later, donderdag, bleek uit een test dat de patiënten besmet waren met de legionellabacterie. 's Avonds was ook bekend dat de patiënten de Westfriese Flora hadden bezocht. Toch werd pas vrijdagavond landelijk gewaarschuwd voor de veteranenziekte.

Minister Borst legde gisteravond tijdens haar toespraak voor vijfhonderd aanwezige slachtoffers en nabestaanden de schuld min of meer bij de wispelturigheid van de natuur: ,,Net als je denkt dat de je alles voor elkaar hebt, de gevaren voor de volksgezondheid hebt ingedamd, slaat de natuur uit onverwachte hoek toe.'' Die houding van Borst zit Hoffer dwars. Volgens hem gaat achter de wispelturigheid van de natuur menselijk falen schuil. Op de herdenkingsbijeenkomst klonken de woorden van Borst en andere gezagsdragers afstandelijk, vonden veel nabestaanden. Hoffer: ,,Er is gemeld dat de overheid de kwestie goed heeft aangepakt, maar dat het nog beter kan. Er is ook medeleven uitgesproken, verteld dat het allemaal heel erg is en er is steun toegezegd. Maar bij al die woorden miste ik de warmte.''