Naar Helgoland!

Een krantenberichtje over Helgoland riep bij mij weer het beeld wakker van die rode kliffenkust in de leegte van de noordelijke zeeën. Binnenkort kun je er vanaf een Nederlandse kade heenvaren; in juli starten er vanuit de Groningse Eemshaven wekelijkse afvaarten naar Helgoland. De catamaran, die Borkum aandoet, doet er drie uur over.

In de winter van 1996 maakte ik de oversteek vanuit Cuxhaven. Opschriften als `Kiek mol in!' en `Hus op 'n Diek' herinnerden mij eraan dat ik mij op Oost-Friese bodem bevond. Daar groet men elkaar met `Moin, moin!' en zegt men `nee' in plaats van `nei'. Op een reclamezuil zag ik een foto van een getaande kop met schipperspet. Freddy Quinn! De troubadour van de zee! `Und es blieben ihm zwei Freunde: die Gitarre und das Meer.' Die trad nog steeds op! Waarschijnlijk alleen in bejaardenhuizen langs de kust.

De wind blies hard uit het oosten en er was een behoorlijke zeegang. De mensen aan boord lieten zich daardoor niet ontmoedigen – met bier en Glühwein namen zij alvast een voorschot op het Kerstfeest dat zij op het eiland gingen vieren. Vermoedelijk was ik de enige toerist aan boord. Na anderhalf uur varen zag ik een scheve bult op de einder liggen, een schedel die met slechts enkele torens en zendmasten was begroeid.

Helgoland is op een Europese kaart slechts een stipje in de oceaan, of preciezer: in de Duitse Bocht. Een uit rode rotsen opgetrokken eilandje, wel het `Gibraltar van het Noorden' genoemd. Eerst wapperde er de Deense vlag, daarna de Engelse en ten slotte de Duitse. In 1990 vierden de Helgolanders het feit dat de Engelsen hen honderd jaar geleden tegen het Duitse Zanzibar ruilden. De vele belastingvrije winkels op het eiland herinneren nog aan de oude smokkel- en vrijhaventijd. Net als alle andere Duitse eilanden is Helgoland een Kurhaus rijk. De zandstranden bevinden zich niet aan de voet van de rode kliffen, maar op een tweede eilandje, dat ooit van het hoofdeiland afbrak. Hier, op ruim zestig kilometer van de wal, ontstond een van de eerste naaktstranden van Duitsland.

In een boek van Max Dendermonde kwam ik laatst het woord `Helgoland-gevoel' tegen. Zou dat een speciale variant zijn van het `eilandgevoel'? Heeft het te maken met de vrijgevochten status van dit eiland? Is het daarom een opwindend en roekeloos gevoel? Nee. In de roman slaat het op de gebeurtenissen die er in en kort na de laatste oorlog plaatsvonden. In 1945 lieten de Engelsen een bommentapijt op deze vooruitgeschoven militaire basis van Duitsland neerdalen. De rode burcht veranderde in een kraterlandschap. Na de oorlog werd Helgoland een oefendoel voor de Britse luchtmacht. Men heeft zelfs geprobeerd het hele eiland met dynamiet op te blazen. Het Helgoland-gevoel is een somber gevoel: het verwijst naar dit bijna vernietigde stukje aarde, en werpt als zodanig zijn schaduw vooruit naar de angst die Europa in het atoomtijdperk in haar greep zal krijgen.

Eenmaal aan wal haastten de passagiers zich naar de warmte en geborgenheid van hun huizen. Op de kade stond een elektrisch karretje met een sleep aanhangwagentjes op onze bagage te wachten. Net als op sommige Oost-Friese eilanden, was de auto niet welkom op Helgoland. Veel winkels waren gesloten. Ik vond een hotel, waar ik de enige gast was, en begon het eiland te verkennen. Een houten trap leidde van het Laagland naar het Hoogland. Daarboven werd ik haast uit mijn jas geblazen. Het steile pad verloor zich in een groot complex volkstuintjes. Hier teelden de Helgolanders hun groenten en hier beschikten ze over hun eigen piepkleine tweede huisjes. Ik volgde het pad langs de rode kliffen tot waar ik niet verder kon. Op het lage hekwerk, dat de bezoeker op afstand moet houden, stond een waarschuwing: `Vorsicht am Klippenrand. Der Bürgermeister.'

Kraters zag ik nergens. Ineens barstte er een sneeuwjacht los. En bijna tegelijkertijd begon het zwaailicht van de vuurtoren een offensief tegen de invallende duisternis. Het was een prachtig schouwspel, waard om door een bevlogen schilder uit de Romantiek vereeuwigd te worden.

Voor mij is dit voortaan het ware Helgoland-gevoel.