Markering

Er bestaat de laatste jaren een merkwaardige neiging om de dingen bij een andere naam te noemen. Vooral de onaangename dingen.

De herdenkingsbijeenkomst voor de slachtoffers van de veteranenziekte heette geen herdenkingsbijeenkomst, maar markeringsbijeenkomst. Zo stond het gisteren ook op het bordje bij sportcomplex `De Kloet' in Grootebroek.

Markeringsbijeenkomst?

,,Het is niet mogelijk heden iets af te sluiten'', lichtte J.W. Haanstra, voorzitter van de Westfriese Flora en burgemeester van de gemeente Stede Broec, in zijn rede toe, ,,er is een toekomst. Veel van die toekomst kennen we niet. Maar het vervolg van ons levenspad kan vergemakkelijkt worden door bakens. Instanties, maar met name de mensen daarin kunnen zo'n functie vervullen.''

Herdenken klinkt onherroepelijker dan markeren, en het is waar dat er nog steeds patiënten met de veteranenziekte in het ziekenhuis liggen, maar voor 28 mensen is er toch wel degelijk al iets tamelijk onherroepelijks gebeurd: ze zijn dood en ze hebben niets meer aan de bakens van de burgemeester.

Trouwens, volgens de ijlings opgerichte Stichting Flora Veteranenziekte, waarin de nabestaanden zich verenigd hebben, hebben die bakens de afgelopen maanden minder goed gemarkeerd dan wenselijk was. Een woordvoerder van de stichting maakte in zijn rede uitvoerig gewag van zijn `boosheid', `verbijstering' en `teleurstelling' over het gedrag van `overheden en artsen'.

Het voorlezen van de namen en leeftijden van de slachtoffers, elke keer gevolgd door het aansteken van een kaarsje, was het indrukwekkendste onderdeel van de dienst. De catastrofe kreeg een gezicht, een oud gezicht. De ziekte heeft haar slechte naam waargemaakt: de gemiddelde leeftijd van de slachtoffers (veertien mannen, veertien vrouwen) is 69 jaar. De jongste was 42, de oudste 92 jaar. De meesten kwamen uit Noord-Holland, maar ik noteerde ook Almelo en Vierlingsbeek.

Veel bejaarde mensen ook bezochten de dienst. Een deel van de nabestaanden en overlevenden had niet willen komen, ze hadden er niet zo'n behoefte aan. Zou ikzelf zijn gekomen als ik tot hen had behoord? Liever niet, geloof ik. Zo'n dienst heeft, alle goede bedoelingen ten spijt, iets onwezenlijks. Je wordt verondersteld te rouwen in een sporthal met tien meter achter je een reusachtig schavot waarop twintig cameramensen (één hield zijn petje kranig op) koortsachtig hun werk staan te doen.

De Westfriese Flora wilde `openheid' betrachten, maar het is het type openheid waarin vooral de autoriteiten goed gedijen met hun matte, clichématige redevoeringen die het NOS Journaal moeten halen. Niet één van hen durfde een heldere uiteenzetting aan over wat er nu precies gebeurd is.

Ik zag stokoude mensen de trein terugnemen en ik hoopte vurig voor hen dat ze er meer aan hadden gehad dan ik voor mogelijk hield.