`Justitie heeft weinig zicht op resultaat terugkeerbeleid'

Het ministerie van Justitie heeft onvoldoende zicht op de effecten van haar eigen `terugkeerbeleid' van uitgeprocedeerde asielzoekers. De beschikbare informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) schiet tekort en voor zover er cijfers aanwezig zijn, vertonen deze gebreken.

Dit schrijft de Algemene Rekenkamer in haar rapport Terugkeerbeleid afgewezen asielzoekers, dat vandaag wordt gepresenteerd. Er is volgens de Rekenkamer bij het ministerie van Justitie ,,onvoldoende bruikbare informatie''. Dit moet worden verbeterd, aldus het rapport.

De Rekenkamer analyseerde gegevens over de terugkeer van afgewezen asielzoekers in de periode '90 tot '97.

Van de 90.000 uitgeprocedeerden bleek zestig procent (54.000) bij controle niet meer op het laatste adres aanwezig. Waar zij zijn gebleven (terug naar eigen land, illegaliteit in, door naar ander land) is onduidelijk. Van de overige 36.000 afgewezen asielzoekers is 34 procent (30.500) uitgezet, oftewel onder toezicht de grens over gezet. In totaal 5.500 mensen (zes procent) blijkt `moeilijk verwijderbaar'.

De Rekenkamer bekritiseert in haar rapport ook de Vreemdelingenpolitie. Ook hier ,,schiet informatie tekort''. Rapportages van de Vreemdelingendiensten zijn ,,onvolledig en onderling niet vergelijkbaar''.

Het vertrekcentrum in Ter Apel en het Terugkeerbureau van de Internationale Organisatie voor Migratie leveren een ,,bescheiden bijdrage aan de realisatie van het terugkeerbeleid'', schrijft de Rekenkamer. ,,Beide instellingen halen hun doelstellingen niet.'' Het vertrekcentrum in Ter Apel zal, volgens een recente notitie van Cohen, worden omgevormd tot regulier asielcentrum. Cohen onderschrijft de conclusies van de Rekenkamer en belooft verbetering door de invoering van een nieuw registratiesysteem.