Europese kunst uit `eerste Gouden Eeuw' in Bonn

Hitler en Mussolini waren er dol op, maar in het Europa van de democratische staten zijn ze uit de gratie geraakt: kunsttentoonstellingen op ideologische grondslag. Des te opmerkelijker is de expositie Goden en helden van de Bronstijd, die de komende tijd een tournee door Europa maakt. Onder auspiciën van de Raad van Europa moeten 250 voorwerpen uit 23 landen een beeld geven van `de eerste Gouden Eeuw'. Immers, zo menen de tentoonstellingsmakers, de periode 2400-600 voor Christus was er een van `culturele eenheid in een groot gebied – van de Oeral tot de Atlantische kust en van Scandinavië tot Kreta.'

Een grote greep is nooit weg, maar een handjevol kanttekeningen ook niet. Zo kun je je afvragen hoe groot de culturele eenheid in zo'n enorm gebied (en in een tijd van gebrekkige communicatie- en transportmiddelen) kon zijn, te meer daar de verschillende `Europese' Bronstijdculturen op verschillende momenten tot bloei kwamen. De expositie-ideologen komen niet veel verder dan gedeelde techniek (het vermogen om van tin en koper het veel sterkere brons te maken), onderling verhandelde grondstoffen (koper en barnsteen), en enkele opvallende `culturele affiniteiten'. Met dat laatste wordt weinig overtuigend gedoeld op de dubbele bijl die als machtssymbool zowel in Frankrijk als in Mycene voorkwam, en op dagelijkse motieven (zon, paard, wagen, schip) die in de smeed- en beeldhouwkunst van Noord-, Zuid-, West- en Oost-Europeanen terugkomen.

Een andere vraag is of je de `grenzen' in de Bronstijd wel zo Europees kunt trekken als op de Bonner tentoonstelling gebeurt. Het ligt voor de hand dat de cultuur van de volkeren uit het Aegeïsch gebied meer affiniteit vertoonde met die van hun Afrikaanse en Aziatische overburen dan met die van de `barbaren' (Grieks voor `brabbelaars') in het koude noorden. Tussen een vijftiende-eeuwse Griekse vaas in octopusstijl en een even oud stuk aardewerk uit Denemarken gaapt een culturele kloof waarbij het verschil tussen een Turks en een Zweeds Eurovisiesongfestivalliedje in het niet valt.

Maar laten we niet al te kritisch zijn; per slot van rekening zijn hier schitterende kunstvoorwerpen uit heel Europa bijeengebracht die waard zijn om gezien te worden in welke context dan ook. Uit heel Europa? Nee, net als in het moderne Europa doen de Beneluxlanden alleen voor spek en bonen mee. Op de kaart van Bronstijdvindplaatsen is onze zogeheten Hilversum-cultuur niet terug te vinden; en aan de prehistorische tempel van Bargeroosterveen (de enige Nederlandse plaats die vermeld staat) wordt alleen in de luxueus uitgevoerde catalogus aandacht besteed.

Denemarken, een van de organisatoren van de Goden en helden-expositie, is beter vertegenwoordigd. Bijvoorbeeld met de spectaculaire zonnewagen van Trundholm, die als een soort mascotte in de eerste vitrine staat. Het 60 centimeter lange cultusobject, bestaande uit een paard en een wagen met een schijf (zilver aan de ene en goud aan de andere kant), is een wonder van fijne giet- en smeedkunst. Gedeukt en verwrongen werd het gevonden in een veenmoeras, waar het in de 14de eeuw voor Christus aan de goden was geofferd. Onbegrijpelijk voor de moderne Europeaan: zoiets moois maken en het dan vernietigen en wegstoppen.

Goden en helden van de Bronstijd bestaat uit vijf afdelingen waarin voorwerpen geografisch en/of thematisch gegroepeerd zijn. Om te beginnen de kunst van de Middellandsezeeculturen. Er zijn abstracte mensfiguurtjes uit de Cycladen (waarvan er een, in vioolvorm, Man Ray geïnspireerd moet hebben bij zijn beroemde foto Le violon d'Ingres), sieraden uit Troje (onder meer de oorbellen die ooit mevrouw Schliemann sierden), vaasjes uit Kreta, een gegraveerd staafje koper uit Cyprus (het eiland dat zijn naam, Kupros, aan het metaal gaf), en een Griekse helm gemaakt van everzwijnentanden. Tussen de vitrines staan borden met toepasselijke fragmenten uit de Ilias en de Odyssee, de vroegste literaire geschriften waarin elementen uit de Bronstijd terug te vinden zijn.

Homerus-citaten vrolijken ook de andere afdelingen op, hoewel daar de Griekse cultuur ver te zoeken is. Veel van de getoonde wapens en wapenrustingen van brons en edelmetaal zijn afkomstig uit graven, wat een zekere eenvormigheid in de hand werkt (speerpunten zijn al 3000 jaar een obsessie van de Europese gemeenschap). Maar daardoor richt je als vanzelf de aandacht op dat wat uitzonderlijk is; zoals het stuk graniet met een tekening van een groot roeischip (Denemarken, 10de eeuw) of de vitrine met slank gevormde noordse luren, een soort jachthoorns waarvan het geluid te horen is via koptelefoons in het nabijgelegen documentatie-vertrek.

De bijzonderste afdeling is `De wereld van goden en mensen'. Behalve gouden lunulze (halvemaanvormige halsieraden), een cultusmasker gemaakt van een menselijke schedel en een `typisch Europese' helm met horens, vind je daar vier rituele gouden hoofddeksels versierd met geometrische figuren. De hoge kegelvormen zijn een verrassing: niet alleen omdat ze door het gewicht van het goud ondragelijk moeten zijn geweest, maar ook omdat ze op reuzenformaat terugkomen in de moderne architectuur van de Bonner Kunst- und Ausstellungshalle.

De tentoonstelling eindigt weer bij enkele zeer geraffineerde voorbeelden van Aegeïsche kunst, als om te onderstrepen dat hier appels met peren worden vergeleken. Het is het oude liedje: hoezeer ook de nadruk wordt gelegd op de gemeenschappelijkheid van de Europese cultuur, het zijn vooral de verschillen die in het oog springen. In Bonn moet je concluderen dat de Grieken in de Bronstijd heel wat verder waren dan de moerasbewoners uit het noordwesten. Dat het in de nieuwe EU omgekeerd is, is de wet van de remmende voorsprong.

Tentoonstelling: Goden en helden van de Bronstijd – Europa ten tijde van Odysseus. T/m 23 aug.

In de Kunst- und Ausstellungs- halle van Bonn (ma. gesloten). Daarna in het Parijse Grand Palais (29 sept t/m 9 jan)

Cat. 45 DM.