Doodvonnis

ABDULLAH ÖCALAN, de leider van de Koerdische afscheidingsbeweging PKK, heeft tijdens zijn proces in langdurige redevoeringen voor zijn leven gevochten. Hij is vandaag ter dood veroordeeld. De rechters zijn niet ingegaan op Öcalans voorstel om hem te sparen en hem zijn lot te laten verbinden met een mogelijke verzoening van Turken en Koerden. In politieke zin was het proces een gesprek tussen doven. De aanklager droeg de Koerdenleider voor als de hoogst verantwoordelijke voor de circa 37.000 doden die sinds de opstand in Zuidoost-Turkije begon, zijn gevallen. Öcalan wierp zijn volle gewicht in de schaal als charismatisch leider die dankzij zijn overwicht op het Koerdische volk Turkije de zo lang verbeide vrede kon brengen. Hij is niet gehoord.

De uitspraak was te verwachten sinds vorige maand Öcalans luitenant Semdin Sakik tot de doodstraf werd veroordeeld wegens zijn rol bij het doden van 283 personen. Sinds de aanhouding van Öcalan in Kenia vorig jaar is de Turkse staat begonnen aan de definitieve afrekening met het Koerdische separatisme. Zeker in de links-revolutionaire gewelddadige PKK zien de Turken een rechtstreekse bedreiging van het voortbestaan van hun staat en samenleving. In de directe confrontatie met de Turkse strijdkrachten had de PKK al eerder het onderspit moeten delven. Toen Syrië onder Turkse militaire pressie besloot Öcalan, na een jarenlang asiel, uit te wijzen werd duidelijk dat in Turkije zelf voor de PKK de slotfase was begonnen. De vonnissen tegen Sakik en Öcalan bevestigen dat.

VOOR DE POSITIE van Turkije in Europa zal nu beslissend zijn of de vonnissen ook ten uitvoer worden gelegd. Turkije is lid van de Raad van Europa, een organisatie die toeziet op het nakomen van de rechten van de mens door de lidstaten. Bij het verdrag behoort een protocol waarin de ledenlanden elkaar hebben toegezegd de doodstraf, waar die nog bestond, uit de wet te verwijderen. Turkije is daartoe niet overgegaan, maar tekenend is dat het sinds 1984 geen doodstraf meer heeft voltrokken. Bovendien heeft het, eveneens naar Europese normen, onlangs bij wet militairen verwijderd uit de rechtbanken die zich met bescherming van de staatsveiligheid bezighouden. In de zaak tegen Öcalan leidde dat tot een curieuze wisseling van rechters in de loop van het proces.

Er liggen nog een aantal formele stappen tussen dit vonnis en de eventuele executie. Maar als het daarvan komt plaatst Turkije zich voor afzienbare tijd buiten de Europese orde. Niet omdat de veroordeelde sympathie zou verdienen, of omdat het proces onrechtmatig zou zijn geweest (over dat laatste zijn de meningen verdeeld), maar omdat toepassing van de ultieme straf ontoelaatbaar is voor het Europese rechtsgevoel en wegens de geldende regelgeving. Turkije ambieert een plaats in het verenigd Europa, zoals blijkt uit zijn lidmaatschap van de Raad en zijn kandidatuur bij de Europese Unie. In beginsel komt het die plaats toe. Maar dan moet het land wel voldoen aan de normen en waarden die Europa hooghoudt. Aan het lot van Öcalan en zijn luitenants zal Turkije worden beoordeeld.