De minister weet te zwijgen, de coalitie wil geen ruzie

De Tweede Kamer oordeelt vandaag over de rol van minister Korthals (Justitie) in de zaak van de doorvoer van cocaïne.

Benk Korthals heeft mazzel. De positie van de minister van Justitie komt vandaag niet serieus in het geding. De Tweede Kamer zal heel kritisch zijn, maar niet zijn aftreden eisen. Want de Kamer is affaire-moe.

Na een kabinetscrisis en een reeks belastende incidenten bestaat in de coalitie geen behoefte de kwestie van de cocaïne-importen hard te spelen. En tegelijk ziet de oppositie dat in deze omstandigheden geen winst is te behalen. Als de zaak op zichzelf had gestaan, zou er een veel harder oordeel over de minister worden geveld, wordt binnen de coalitie en bij de oppositie hardop gezegd.

Korthals weet precies in welke positie hij zich bevindt. Het is ongeveer de positie waarin zijn voorganger Winnie Sorgdrager anderhalf jaar geleden zat. Sorgdrager (D66) was toen verwikkeld in een openlijk conflict met de leiding van het Openbaar Ministerie. En de VVD had eigenlijk geen vertrouwen meer in haar. Maar om andere dan zakelijke redenen – in dit geval electorale motieven – mocht de minister blijven, zo verklaarde het VVD-Kamerlid Korthals destijds publiekelijk.

Toen waren er verkiezingen op handen, nu willen de drie betrokken regeringspartijen per se geen vervroegde verkiezingen uitlokken.

In de Tweede Kamer bestaat veel ongenoegen over de wijze waarop het Openbaar Ministerie is opgetreden, en over de mate waarin de minister is geïnformeerd. Van een gezagscrisis, zoals in de dagen van Korthals' voorganger Sorgdrager, is geen sprake meer. Maar het eigengereide functioneren van het Openbaar Ministerie roept nog steeds veel vragen op. En twijfels zijn er over hoe gezagvol de minister van Justitie nu werkelijk opereert.

Tegelijk is Korthals geen Sorgdrager. Tien maanden na zijn aantreden heeft de liberale minister nog altijd behoorlijk veel krediet in de Tweede Kamer. Na de turbulentie van de periode-Sorgdrager streeft Korthals naar ,,rust in de tent''. Herstel van vertrouwen en terugwinnen van respect voor justitie noemde hij bij de toelichting op zijn begroting voor dit jaar de grootste opgave.

Korthals trapte tegelijk ook op de rem. Hij paste een aantal wetsvoorstellen aan, die zijn voorganger bij had ingediend. Zo nuanceerde hij de wet op de verkeersaansprakelijkheid, die zwakke verkeersdeelnemers vergaand in bescherming neemt. Anders dan Sorgdrager vond Korthals dat automobilisten bij een verkeersongeval niet aansprakelijk gesteld kunnen worden voor het eventuele roekeloos optreden van fietsers en voetgangers.

Zijn eigen wetgevingsprogramma maakt voorlopig nog geen indruk. De Groningse jurist Elzinga sprak begin dit jaar van ,,een stilte die oorverdovende trekken begint aan te nemen''. PvdA-fractieleider Melkert maande de minister in diezelfde periode om tempo te maken. Oppositiepartij CDA vindt de oogst nog altijd ,,mager''. Het meest kritisch is D66, die Korthals verwijt dat hij alleen maar ,,op de winkel past''.

De irritatie bij D66 is begrijpelijk. Korthals gold in de Tweede Kamer zo ongeveer als de scherpste criticus van D66-minister Sorgdrager. Haar verlichte ideeën over de rechtstaat bevielen hem maar matig. En haar praktische aanpak vond Korthals regelmatig onder de maat.

Zelf kan de huidige minister van Justitie worden beschouwd als een VVD'er met klassiek-liberale opvattingen over de rechtstaat. Maar tegelijkertijd is hij de geroutineerde politicus die heel goed weet wat je wel en niet kunt zeggen. Als lid van de Tweede Kamer had hij bijvoorbeeld grote moeite met de rigide lijn van zijn partij contra soft drugs. Maar tegelijk wist hij dat hij daarover in het openbaar zijn mond moest houden. Want in de VVD kwam je met een genuanceerde opvatting over de toelaatbaarheid van soft drugs nu eenmaal niet ver.

Vandaag is het voor Korthals de kunst om veel te zeggen en weinig mee te delen.