De Kraai is te lief

Vorige week moest ik denken aan een uitspraak van de vader van Richard Krajicek. Die zei ooit tegen een interviewer van de Haagse Post dat hij zich niet kon voorstellen dat zijn zoon balorig geworden door de strenge leermethoden op de tennisbaan van papa, het bijltje er ooit bij neer zou gooien terwijl het leerproces nog niet was voltooid. En hij vulde zijn mening aan met het opperen van de stelling: ,,Mozart is toch ook niet op zijn achttiende opgehouden met componeren. En die had ook een strenge vader.'' Je kunt je afvragen of Richard als tennisser nog verder zou zijn gekomen indien hij een andere vader had gehad of een papa die zich totaal niet met de tennisaspiraties van zijn zoon zou hebben bemoeid.

Maar hoe goed die zoon kan spelen, toch lijkt het me buiten kijf dat er iets aan hem ontbreekt wat niet had hoeven te ontbreken. Elke tennisser kent slechte dagen, maar een topper staat er doorgaans als het werkelijk moet. Bij Krajicek weet je het evenwel nooit. Je volgt zijn partijen, onderkent zijn formidabele opslag, zijn scherpe, diepe volleys en zijn af en toe uitstekende returns, maar al deze verworvenheden kunnen in minder dan geen tijd verdwijnen als sneeuw voor de zon. En waarom? Vaak zonder aanwijsbare reden, behalve die ene allesomvattende, veelverklarende oorzaak: gebrek aan zelfvertrouwen.

Krajicek is de eeuwige twijfelaar. Stel dat hij nog tien keer tegen de Zwitser Manta moet spelen: gegarandeerd dat hij acht keer wint. Maar als het werkelijk moet, dan gaat de man uit Muiderberg in vijf sets ten onder en vraagt hij zich verbijsterd en verwilderd af waar die onbekende Zwitser die geweldige opslag vandaan haalde. Dat hij zaterdag met 2-0 in sets achterkwam was een zwakke start, maar die kan iedereen overkomen. Juist op Wimbledon waar hij in 1996 schitterend won, had hij de verplichting aan zichzelf om terug te komen in die partij. Hij maakte daartoe ook aanstalten, maar liet de broodnodige concentratie tussen de vingers doorglippen toen de beslissende set was begonnen. In een oogwenk stond hij met 3-0 achter tegen een man die toen nog op de 196ste positie van de wereldranglijst stond. En die niet beefde, niet faalde toen het er echt om ging.

Ik ben ervan overtuigd dat Krajicek uit zichzelf de aangeboren wankelmoedigheid niet kan overwinnen. Hij is een tobber van nature. Maar zou er geen coach ter wereld zijn die hem feller, vastbeslotener, ruiger kan maken dan hij nu is. Krajicek is een man die heel gedetailleerd, heel uitvoerig op zijn sterke en zwakke onderdelen van zijn spel kan ingaan. Een aardige man ook. Kennelijk geen deugniet, geen etterbak. Maar als je dan in Wimbledon die coach van Agassi op de tribune ziet zitten, dan vraag je je af hoe die het voor elkaar heeft gekregen om de ook privé in de problemen zittende Las Vegas-kid zo'n frappante wederopstanding te helpen beleven.

Het is trouwens frappant dat Agassi stukken beter is gaan spelen sinds hij de vrijgezellenstatus heeft omarmd. Ik durf geen direct verband te leggen, maar te denken geeft het. Is het misschien niet goed mogelijk aan Brooke Shields te denken en tegelijkertijd aan je tweehandige backhand?

Kan het niet zo zijn, dat Krajiceks wisselvalligheid te maken heeft met de omstandigheid dat hij door louter aardige mensen wordt omringd? Weet u wat Napoleon van zijn minister van buitenlandse zaken Talleyrand vond? ,,Modder in een zijden kous.'' Daar kun je ook niet naar verlangen, maar het hield de keizer wel waakzaam.