Brits `drankinfuus' blijft

Op 30 juni komt in Europa een eind aan het belastingvrij winkelen. Aan die maatregel zitten nog onbekende haken en ogen. Op de veerboten in het Kanaal luidt nog niet de bel voor het laatste rondje.

,,Vul uw mandje!'' zegt een zwoele stem door de luidsprekers van de P&O Stena-veerboot. ,,Doe uw voordeel vóór het duty-free winkelen wordt afgeschaft.''

De meeste passagiers hebben die aanmoediging niet nodig. Zodra het schip de haven van Dover uit is, verdringen honderden Britten zich de volle 75 minuten van de overtocht tussen tabak en drank van de belastingvrije boordwinkel.

Een pakje sigaretten kost thuis twaalf gulden, een flesje slobberwijn minimaal hetzelfde en een blikje bier zeker een rijksdaalder. Want het Verenigd Koninkrijk heeft, met Scandinavië, de hoogste accijnzen van Europa. Op de Kanaal-ferry's kosten zulke eerste levensbehoeften de helft of minder.

Vooral sinds het persoonlijke bierquotum is verhoogd naar 120 blikjes per persoon voor de heenreis en nog eens 120 voor de terugreis, is het wel heel aantrekkelijk geworden om met wat vrienden een busje te huren voor een dagretourtje Dover-Calais.

Voor de prijs van de overtocht hoef je het niet te laten: sinds de opening van de Kanaaltunnel in 1994 stunten de veerdiensten met goedkope kaartjes. Veertien pond (45 gulden) voor een auto met vier inzittenden; dat is snel terugverdiend. Werklozen en gepensioneerden klussen bij door op bestelling de trip te maken voor particulieren, en voor Britse caféhouders. En wie van wijn houdt, laadt in Calais even de achterbak vol bij de hypermarché, waar de toch al lage Franse prijzen extra aantrekkelijk zijn, nu de zakkende euro het pond extra koopkracht geeft. Zo is de Kanaalroute het nationale drankinfuus geworden. En de veren stellen alles in het werk om hun levensader te behouden.

Want op woensdag 30 juni middernacht is het formeel gedaan met de belastingvrije handel op het Kanaal, de Noord- en Oostzee, en op luchtreizen binnen de Europese Unie. Na dit besluit sinds 1991 een keer of wat te hebben uitgesteld, hakte de EU-top in Keulen begin deze maand ten slotte de knoop door. Belastingvrije enclaves passen niet in een gemeenschappelijke markt, is de redenering; het is oneigenlijke subsidie uit de belastingpot aan een groep geprivilegieerde reizigers.

De drank-tabak-transportlobby, verenigd in de International Duty Free Confederation, die een Europese jaaromzet van vijftien miljard gulden bedreigd ziet, heeft gewaarschuwd voor banenverlies bij de veren en op luchthavens. In het Verenigd Koninkrijk, dat met vier miljard gulden veruit de grootste duty-free-omzet van Europa heeft, zouden 30.000 banen bedreigd worden. [Vervolg DUTY-FREE:pagina ]