Brinkhorst heeft haast met sanering varkenshouderij

Zonder sanering van de varkenshouderij riskeert Nederland hoge boetes.

De varkenshouderij is nog lang niet de economisch gezonde en duurzame sector die zij moet worden en dat moet wel snel gebeuren. De nieuwe minister van Landbouw, Brinkhorst, laat er in zijn gisteren verzonden brief geen twijfel over bestaan. Uiterlijk in 2002 moet Nederland voldoen aan de Europese nitraatrichtlijn. Dan moet veertien miljoen kilogram fosfaat uit mest minder in het milieu verdwijnen dan nu.

Nederland moet haast maken met de sanering van de varkenshouderij. De Nitraatrichtlijn is in Europa een heet hangijzer wegens de milieubelangen die ermee gemoeid zijn en Nederland voldoet tot nu toe bij lange na niet aan de Europese voorwaarden van vijftig milligram nitraat per liter grondwater. Morgen wordt Nederland door de Commissie officieel in gebreke gesteld, de eerste stap in een lange juridische procedure die uiteindelijk kan leiden tot het Hof in Straatsburg. Daar kan Nederland een boete opgelegd worden van maximaal een half miljoen gulden voor iedere dag dat niet aan de maatstaven voldaan wordt.

De minister gaat nu een `interimwet' maken die de gaten die in de oorspronkelijke varkenswet zijn geschoten door rechterlijke uitspraken zo goed en zo kwaad als het gaat te dichten. Dat zal de minister maar ten dele lukken: hij moet namelijk van de rechter toestaan dat varkenshouders meer varkens gaan houden dan op de dag van de invoering van de wet was afgesproken.

Het komt erop neer dat varkenshouders tijdelijk elf procent meer varkens mogen houden dan op 31 augustus 1998, de dag vóór inwerkingtreding van de oude varkenswet. Dat komt doordat de rechterlijke uitspraken over die varkenswet bepalen dat de boeren zowel hun oorspronkelijke aantal varkens weer mogen houden als de stalruimte vullen waarvoor ze varkensrechten hadden gekocht, maar die nog niet daadwerkelijk door varkens was opgevuld.

Het plafond komt te liggen op ruim 12,5 miljoen varkens. De varkensstapel heeft nu al een plafond dat bepaald wordt door de bouwvergunningen en de milieuvergunningen die zijn verstrekt de afgelopen jaren. Maar het plafond op basis van die vergunningen ligt hoger dan de door Brinkhorst beoogde 12,5 miljoen varkens. Zonder interimwet zou het aantal varkens dus nog meer toenemen.

Voor de toekomst heeft Brinkhorst andere plannen. Samen met collega Pronk (Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer) wil hij zo snel mogelijk aan de Europese milieurichtlijnen voldoen. Brinkhorst legt de Kamer daartoe een aantal varianten voor die hij samen met Pronk wil uitwerken.

Idealiter zou Nederland niet meer mest moeten produceren dan de boeren op hun land kwijt kunnen. Het aantal hectares landbouwgrond plus de mogelijkheid mest te verwerken of te verbranden bepalen dan de grenzen van de varkensstapel. Een van de alternatieven van Brinkhorst bestaat dan ook uit het `grondgebonden' maken van de varkenshouderij. Dat betekent dat iedere varkenshouder zoveel varkens mag houden als hij aan mest kan uitrijden op zijn eigen land. Als deze variant doorgang vindt, betekent dit dat de varkensstapel met meer dan de helft moet afnemen. Een andere oplossing ligt in het afsluiten van meerjarige afzetcontracten waarmee varkenshouders hun teveel aan mest kunnen verkopen. Nu wordt het overschot aan mest opgeslagen, geëxporteerd of verwerkt.

Met de interimwet en de plannen voor een nieuwe wet zijn de rechtzaken tegen de oorspronkelijke wet niet van de baan. Maar Brinkhorst vertrouwt erop dat hij kan aantonen dat een schadevergoeding voor afgenomen rechten niet nodig is en dat de oorspronkelijke wet het toch zal halen. Met de wetenschap dat Brinkhorst hoogleraar Europees recht is, biedt dat nieuwe perspectieven.