Australië wil twee directeuren voor handelsorganisatie

De Wereldhandelsorganisatie (WTO) moet geleid gaan worden door twee directeuren-generaal. Dat stelt Australië voor als oplossing voor de al maanden durende impasse rond de benoeming van de nieuwe leider van de WTO.

De WTO zit sinds begin april, toen Renato Ruggiero zijn functie neerlegde, zonder directeur. Binnen de WTO, waar besluiten alleen unaniem kunnen worden genomen, hebben de 134 lidstaten sindsdien niet kunnen kiezen tussen Mike Moore, voormalig premier van Nieuw-Zeeland, en Supachai Panitchpakdi, vice-premier van Thailand.

Australië wil nu de ambtstermijn van de WTO-directeur verlengen van vier tot zes jaar, zodat de twee kandidaten elk een periode van drie jaar kunnen volmaken. Supachai heeft gezegd daarmee akkoord te kunnen gaan als de WTO-landen ermee instemmen. Moore zou het directeurschap ook wel willen delen, maar alleen als hij de eerste helft van de termijn krijgt.

Moore, die favoriet is bij de Angelsaksische landen zou meer steun hebben dan Supachai. De Thai stelde vorige week voor om via een stemming te beslissen wie er directeur-generaal moet worden. Hij beschreef de huidige patstelling als ,,bijna rampzalig''. Het Australische voorstel, dat voorzichtig werd gelanceerd op een conferentie van de ministers van Handel van de APEC, een groep van 21 landen in Azië en rond de Stille Zuidzee, werd positief ontvangen. Ook de Verenigde Staten, de Europese Unie en Japan zouden ermee in kunnen stemmen. Begin volgende maand zal in Genève over het Australische voorstel vergaderd worden.

Het gesteggel over zijn opvolger heeft het imago van de handelsorganisatie geen goed gedaan, zeker niet in een periode dat er enkele handelsconflicten tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten moeten worden opgelost. Bovendien valt in november het startsein voor een nieuwe ronde van wereldhandelsoverleg.

Over die nieuwe handelsronde hebben de minsters van de APEC dinsdag overeenstemming bereikt. Aan het begin van hun jaarlijkse treffen, ditmaal in Nieuw-Zeeland, werden ze het erover eens dat de onderhandelingen niet langer mogen duren dan drie jaar. Bovendien willen ze dat de besprekingen ook de vermindering van invoerrechten op industriële producten omvatten.