Aangeslagen na doodvonnis

Eerst ijzige stilte, dan tranen. De Koerdische gemeenschap in Nederland vernam vanmorgen hoe tegen hun leider Öcalan de dood werd gevonnist. `Maar laten we ons rustig houden.'

Met een ferme druk op de knop wordt de televisie in het zaaltje van de Koerdische Arbeidersvereniging Nederland in Den Haag uitgezet. De Koerdische leider Abdullah Öcalan is zo juist ter dood veroordeeld. Een groepje Koerden op de eerste rij schreeuwen om de vrijheid van hun `oompje'. Achterin barsten enkele vrouwen in tranen uit. Daarna volgt een complete stilte.

,,Het is precies wat we verwacht hadden, maar het is nog niet voorbij'', zegt in Amsterdam Britta Böhler, een van de advocaten van Öcalan. In Turkije gaat Öcalan nog in cassatie en moeten het parlement en de president het doodvonnis nog bekrachtigen. Bovendien heeft Böhler een procedure bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg aangespannen. Ze gaat er vanuit dat Turkije een eventuele gunstige uitspraak van het Hof serieus neemt, hoewel volgens haar niet van een normale rechtsgang sprake is geweest. ,,Öcalan heeft twee maanden met niemand contact gehad'', zegt Böhler. ,,Zijn advocaten mochten hem nooit alleen spreken. Hij heeft nooit het strafdossier mogen zien. Advocaten zijn bedreigd en mishandeld. Zo kan ik wel honderd dingen opnoemen''.

Bij Koerdische gemeenschap in Amsterdam kwam het doodvonnis ook niet onverwacht. ,,Maar de Koerden zijn woedend'', zegt voorzitter A. Helbest van het Kurdistan Informatie Centrum. ,,Het hele proces zijn de Koerden vernederd, bij de uitspraak werden Turkse nationalistische liederen gezongen. Afschuwelijk''.

Bij de Koerdische Arbeidersvereniging in Den Haag verzamelen zich deze morgen ongeveer honderd Koerden om op de Turkse televisie het vonnis van hun leider te volgen. Aan het raam in het verenigingsgebouw hangt een meterslange groengele vlag met het portret van Öcalan. Ervoor op een tafeltje staan drie portretten van vrouwen die zich zelf om het leven brachten voor de Koerdische zaak. Drie kaarsjes branden.

De Koerden lopen omstreeks negen uur onrustig heen en weer. Ze roken sigaretten, drinken thee en lezen de krant. Veel vertrouwen in een goede afloop hebben ze niet. ,,Ik denk hij de doodstraf krijgt'', is het enige wat een van de Koerden wil zeggen. Op het dak van de schuur achter de vereniging staan vier satellietschotels, maar een Koerdische zender is niet te ontvangen. Al snel wordt overgeschakeld naar de Turkse zender TRT. In een hectische uitzending, waar in vliegende vaart van de ene na de andere verslaggever wordt overgeschakeld, wordt de spanning voor de Koerden opgevoerd. Heel kort zijn de beelden te zien van Öcalan in zijn glazen kooi. Hij zegt alleen dat hij de beschuldigingen tegen hem verwerpt en nu vrede wil.

Voor de Turkse rechter veel eerder dan verwacht het woord neemt schreeuwen de Koerden ,,weg met fascisten''. Dan wordt het ijzig stil in het zaaltje.

Als de doodstraf is uitgesproken beent kleine vrouw naar voren. In een emotioneel betoog in het Koerdisch zegt ze dat de uitspraak niet erkend zal worden. ,,Het kan niet zo zijn dat als één land een oorlog voert het andere wordt gestraft. Maar laten we ons rustig houden.''

Verslagen met de handen voor de ogen blijven de Koerden minuten lang voor zich uitkijken. Het is stil. Na een paar minuten klinken overal de mobiele telefoontjes. De Koerden willen in een spontane tocht naar het vredespaleis trekken. Buiten komen de eerste politiebusjes aangereden. Een demonstratie is niet aangevraagd en vooralsnog ontbreekt de toestemming.

Druk overleg volgt tussen de Koerden en de politiewoordvoerders. Tegen elf uur komen ongeveer honderd Koerden het stationspleintje oplopen. ,,Nee tegen de doodstraf. Tijd voor vrede'', staat er op een groot spandoek. Kort daarna krijgen de inmiddels ongeveer honderdvijftig Koerden alsnog toestemming om de stad in te trekken op weg naar het vredespaleis. De mobiele eenheid kijkt op een afstandje toe. Door de stationsbuurt mogen ze niet lopen. Daar braken kort na de arrestatie van Öcalan in februari rellen uit in de Wagenstraat.

Ook in Arnhem trekken zo'n honderd Koerden voorzien van vlaggen en levensgrote spandoeken (`Vrijheid voor Öcalan. Vrede voor Koerdistan') direct na de uitspraak vanuit het Koerdisch Centrum naar de binnenstad. Even dreigt hier een opstootje, als een aantal passerende Turken iets over de actie zegt. Een jongen, die achter de Turken aan wil gaan, wordt door een paar ouderen sussend teruggehaald. ,,Die rechtbank heeft een spelletje gespeeld'', zegt demonstrant Ahmet Altin. ,,Het was niets dan schijn.'' Vanaf de zijkant kijkt een aantal agenten toe; de groep heeft geen vergunning om te demonstreren, als ze op het plein blijven, worden de Koerden vandaag in Arnhem gedoogd.

Op de Amsterdamse Dam komen even voor elven de eerste demonstranten aan. Bij een vlag met het portret van de Koerdische leider knielen ze neer. Rouw, alsof het vonnis al is voltrokken. ,,Öcalan heeft het fundament gelegd, wij gaan gewoon door. Of het nou 50 jaar duurt of 100 jaar. Het maakt niet uit'', zegt G. Karakus, een vrouw met diep gelegen ogen. ,,Wij zijn bereid bloed te vergieten.'' ,,Hitler was beter dan Turkije!'', roept een man die Kerim zegt te heten. Ook Europa en de VS krijgen de schuld. ,,Wel naar Kosovo, maar miljoenen Koerden laten ze stikken'', roept Kerim.

De tocht in Den Haag verloopt aan het begin van de middag in alle stilte. De meeste Koerden willen niets zeggen en kijken gelaten voor zich uit. Ze zijn aangeslagen. Het doodvonnis van Öcalan is het doodvonnis van alle Koerden, menen ze. ,,De beoordeling van Öcalan is deels de schuld van Europa en Turkije heeft het uitgevoerd'', zegt een jonge Koerd op weg naar het Vredespaleis. ,,Ook Nederland is schuldig.''

Bijdragen: Koen Greven, Margriet Oostveen, André Ritsema en Herman Staal.