Veel valpartijen, maar weinig lichamelijk leed

Met een buiteling op het asfalt van Assen deed 500 cc-leider Alex Crivillé mee aan een slechte gewoonte in de motorsport. De Spanjaard werd reeds na vier ronden op een brancard naar het ziekenhuis vervoerd. Welke ontwikkeling het motorracen ook doormaakt, de sport blijft onlosmakelijk verbonden met valpartijen. Op het verraderlijke, maar veilige circuit van de TT gingen zaterdag bij ideale weersomstandigheden tien coureurs onderuit. Met de kwalificatiereeksen meegerekend waren er in totaal over de verschillende klassen (125, 250, 500 cc) 25 valpartijen te noteren, drie meer dan vorig jaar. Het is verbazingwekkend dat bij snelheden van soms tegen de driehonderd kilometer per uur de gevolgen vaak geen fatale afloop hebben.

Crivillé kwam er af met een ontwrichte linkerheup en hoopt dat hij tijdens de komende Grand Prix van Engeland op het circuit van Donington Park zijn leidende positie in de 500 cc kan verdedigen.

Verschillende crashes drukten dit seizoen een stempel op de koningsklasse van het motorracen. Vijfvoudig wereldkampioen Michael Doohan kwam op het circuit van Jerez in Spanje zwaar ten val. Met letsel aan benen, schouder en arm bewoog hij zich in Assen nog steeds voort op krukken. En zo werd de 500 cc-race een eenzijdige aangelegenheid die eenvoudig werd gewonnen door de Japanner Tadayuki Okada. De fabrieksrijder van het Repsol Honda Team nam vanaf de start de koppositie en gaf die niet meer af. Kenny Roberts jr., de nummer twee, moest aan de finish constateren dat hij zeven seconden te kort kwam op de Aziaat.

Alex Barros smakte in Assen ook tegen het asfalt. Barros nam een bocht te ruim, gleed onderuit, krabbelde snel overeind en finishte nog als tiende. Zo bleef hij de Nederlander Jurgen van den Goorbergh, die dertiende werd, voor. De Bredanaar ondervond de mentale en mechanische naweeën van een val op de training. Toen blokkeerde het voorwiel van zijn MuZ, vermoedelijk door gebroken remschijven, en vloog hij met een snelheid van 286 kilometer per uur over het wegdek. Zijn motor spatte in duizenden brokstukken uiteen. Tot ieders verbazing wensten de monteurs de motorfiets niet af te schrijven. Het frame was nog intact. Na een nacht lang sleutelen zag de viercilinder er de volgende ochtend weer fonkelnieuw uit. Aangezien hij toch het meeste vertrouwen koesterde in deze motor besloot Van den Goorbergh hierop te rijden – en niet op de tweede motor.

Sponsor Ronald de Graaf had hem zaterdagochtend voor de Grand Prix nog op het hart gedrukt dat hij gerust twintigste mocht worden als hij maar met zijn machine heelhuids de finish zou halen. Van den Goorbergh, die in Assen op een podiumplaats had gehoopt, knoopte dat in zijn oren en remde bij elke bocht net iets te vroeg. ,,Dat heeft me 0.2 tot 0.3 seconden per ronde gekost'', berekende hij later. ,,Ik ging voor minimaal een derde plaats, daar is nu een ééntje voorgekomen.''

In het dossier van de MuZ kunnen na Assen weer een aantal nieuwe mankementen worden bijgeschreven. Het was al heel wat dat Van den Goorbergh op het TT-circuit de finish haalde, want eerder moest hij dit seizoen door motorpech vier keer afstappen. Langzaam komt er verbetering in het project van de Zwitserse firma Motor und Zweirad. De motor ziet er van binnen uit als een uurwerk, maar mist nog de precisie om op tijd te lopen.

Aan de inhoud ligt het niet. In Frankrijk werd op een recht stuk al eens de ongekende top van 320 kilometer per uur gehaald. Voor de juiste afstemming moeten echter nog honderden kilometers worden afgelegd. Wegens tijdgebrek gebeurt dat tijdens en niet voor het seizoen. Van den Goorbergh: ,,Er moeten nog kleine dingen verbeterd worden. We zitten misschien op 70, 75 procent van de mogelijkheden. Als we 95 procent kunnen halen, rijd ik op deze motor met de beste rijders van de wereld mee. Wanneer dat moment komt weet niemand.''

Van den Goorbergh heeft ondanks het experimentele karakter van zijn team geen spijt van de overstap naar MuZ Weber. ,,Ik wist waar ik aan begon. Ik wilde een treetje hoger naar een viercilinder. Er zijn genoeg financiële middelen. Het gaat niet om geld, maar om tijd. De begeleidingsploeg is uitgebreid van twaalf naar twintig man. Er wordt dag en nacht aan de motor gesleuteld. Vijftien censoren geven steeds nieuwe signalen door waar wat mee wordt gedaan. Wat er in zes maanden is bereikt doet een ander merk zes jaar over.''

Het team van Van den Goorbergh werkt met een budget dat van acht miljoen gulden. Dat haalt het nog niet bij de grote fabrieksstallen. ,,Van ons totale budget kunnen ze ternauwernood het salaris van Max Biaggi betalen.'' Als een Japans topteam bij hem aanklopt, zal hij niet weigeren. ,,Maar het moet ook sportief een aanzienlijke verbetering zijn'', stelt de Brabander als voorwaarde. ,,Ik ken genoeg mensen hier op het paddock die nooit wereldkampioen zullen worden. Daar hoef ik niet mee samen te werken'', vervolgt de man die door z'n persoonlijke sponsor Dave van Giffen gezien zijn fanatisme wordt omschreven als de Johan Neeskens onder de coureurs.

Hoewel hij het niet liet merken, zal het Van den Goorbergh ongetwijfeld gestoord hebben dat zijn teamgenoot Luca Cadalora niet aan de start verscheen. Officieel werd opgegeven dat de Italiaan nog last had van zijn ribben na een botsing op vrijdag met Markus Ober. Maar in de skybox van sponsor De Graaf wisten ze wel beter. In de nacht voor de TT hadden ze Cadalora nog na twaalven met een drankje voor zijn neus gezien. Van den Goorbergh, die niet voor niets eerste rijder werd van MuZ Weber: ,,Hij heeft nu eenmaal een wat andere instelling. Voor het team is dat weleens frustrerend. Ik stoor mij er niet aan. Luca weet ontzettend veel, ik kan nog van hem leren. Maar een Grand Prix niet rijden als het misschien wel zou kunnen. Ik zou nog aan de start komen als m'n tenen eraf lagen.''