Steeldrums

,,Op een gegeven moment was het een geestelijke chaos van binnen. Toen heb ik besloten een instrument te gaan maken en dat is me aardig gelukt. Dat had te maken met vroeger. Een steeldrum, een `pan' zoals wij zeggen, is typisch Trinidads. Ik wilde me bij andere musici aansluiten en ik heb ook veel in groepen gespeeld. Ik ben gegroeid in het maken en in het bespelen van het instrument. Nu wil ik ook graag les geven, de cultuur doorgeven aan de kleintjes.''

Franklin Adams is geboren in Suriname en getogen op Trinidad. Engels is zijn moedertaal. Hij kwam in 1974 naar Nederland en werkte de eerste jaren - meestal 's nachts - aan de lopende band. Sinds 1991 staat hij twee dagen per week met zijn `pan' in de onderdoorgang van het Rijksmuseum in Amsterdam. Die werd twee jaar geleden afgesloten vanwege de vernieuwing van het Museumplein. Nu de doorgang sinds vrijdag weer open is, gaat Adams er weer spelen.

,,Ik woonde op Trinidad vlakbij Ellie Mannet, een van de grootsten op het gebied van de ontwikkeling van de steeldrum. Dat dateert pas van na de Tweede Wereldoorlog. Als ik vrij had, was ik altijd in de buurt van het geluid van de pannen. Ik keek hoe ze werden gemaakt, ik luisterde, ik leerde. Het samenspel van al die vaten, zonder electrische versterking zoals hier, had een enorme aantrekkingskracht op me. Het is muziek die je van binnen voelt. Captivating.

,,Mijn eerste pan heb ik gemaakt toen ik 13 was, maar dat mocht niet meer. Men had liever dat ik beter mijn best deed op school. Iedereen die eraan meedeed werd gezien als outcast, de musici als relschoppers. De zang die bij de pan hoort, de calypso, is begonnen als protest tegen het heersende gezag van de Engelsen. Dat heeft dus niets te maken met de calypso van Harry Belafonte.

,,De drum is een petroleumvat. Mijn huidige drum was een vat van Van Leer uit Rotterdam, die zijn heel goed. Je zet het vat op zijn kop en dan sla je het onderste gedeelte uit naar de gewenste diepte. Met een hamer, het is te vergelijken met koperslaan. Vanwege de geluidsoverlast doe ik dat niet thuis, maar op een open terrein buiten de stad.

,,Als je de diepte hebt, teken je de verdeling in. Je werkt vanuit het midden, waar je een rondje maakt met daaromheen zeven eivormige vlakjes. Daaromheen maak je twaalf grotere `eieren', en aan de rand twaalf vierkante vakken in verschillende grootte. Kinderen zeggen: hee, het lijkt op een schildpad. Op die 32 verschillende vlakjes krijg je 32 verschillende noten. De versiering aan de rand draagt bij aan de klank, denk ik.

,,Mijn instrumenten zijn chromatisch van toonaard, je kunt octaven spelen, kwarten en kwinten. Je trommelt met kleine stokjes, die met echt rubber elastiek zijn omwikkeld. Synthetisch spul is schadelijk voor het instrument.

,,Toen ik in '74 hier kwam, ging ik naar het Rijksmuseum. Na afloop liep ik door de onderdoorgang en dacht: `hier wil ik een keer spelen'. Toen de steeldrum werd aanvaard op Trinidad, had ik eens een band gehoord in de kerk. De akoestiek onder het museum is daarmee te vergelijken.

,,Ik speel muziek van mezelf en van iedereen. Ik hou van Debussy en van Rubinstein. Korte kleine melodietjes, die niet saai zijn voor de mensen. Ik sta niet te spelen voor de toeristen, maar voor de Amsterdammers. Op een dag kwam een onbekende vrouw naar me toe. `Meneer', zei ze, `u weet niet wat u voor mij gedaan hebt. Ik heb kanker. Als ik hier langsfiets en uw muziek hoor, krijg ik weer hoop.' En ik dacht dat ik het slecht had!

,,Ik kan niet anders dan met de pan blijven werken. Zo dicht bij de bron van de grote steelmakers. Ik kom diep van die bron vandaan.''

Franklin Adams speelt meestal op dinsdag- en vrijdagochtend tussen 10 en 12 uur onder, of vlakbij het Rijksmuseum in Amsterdam.