Paarse binnenbrand

DE RUST IN de paarse coalitie wil maar niet terugkeren. Het had niet veel gescheeld of een volgende ministerscrisis had zich aangediend. Afgelopen vrijdag heeft minister Peper (Binnenlandse Zaken) met aftreden gedreigd als het kabinet zijn voordracht voor een nieuwe burgemeester van Utrecht niet zou steunen. Peper wilde zijn partijgenoot, de huidige PvdA-burgemeester van Amersfoort, A. Brouwer-Korf, naar voren schuiven, maar VVD en D66 gaven de voorkeur aan de D66'er Kohnstamm. Drie uur debat en het machtswoord van Peper waren nodig om mevrouw Brouwer alsnog benoemd te krijgen.

Hoe groot de frustratie bij D66 over de gang van zaken was bleek dit weekeinde toen vice-voorzitter Bakker van de D66-fractie in het PvdA-Vlugschrift de Partij van de Arbeid naar aanleiding van deze burgemeestersbenoeming een ,,schaamteloze machtspolitiek'' verweet. De rol die D66 in deze nieuwe affaire speelt is een hoogst curieuze. Van het instituut benoemde burgemeester heeft D66 nooit wat moeten hebben. Op aandringen van de Democraten laat het kabinet dan ook thans de mogelijkheid onderzoeken van een meer democratische wijze van burgemeestersbenoemingen. In deze studie komt tevens een grotere rol van de gemeenteraad in het benoemingsproces aan de orde. Maar afgelopen vrijdag verlangden de Democraten van Peper het advies van de vertrouwenscommissie uit de Utrechtse raad om Brouwer te benoemen te negeren ten faveure van hun eigen partijgenoot Kohnstamm. Eerder had de Utrechtse commissaris van de koningin, Staal dat ook al gedaan. Hij zette niet Brouwer als eerste op de voordracht, maar zijn partijgenoot Kohnstamm. De vraag is hoe serieus D66 de voorkeur van de gemeenteraad wenst te nemen, als het advies zo gemakkelijk terzijde wordt geschoven wanneer er een eigen partijgenoot in het geding is.

DAT BIJ DE verdeling van burgemeesters over de grote steden naar de landelijke politieke verhoudingen wordt gekeken is nu eenmaal een gegeven. Dan is de politieke realiteit vervolgens van dien aard dat het bij de jongste Kamerverkiezingen nagenoeg gehalveerde D66 niet zomaar de vierde stad van het land kan opeisen. En al helemaal niet als de voorkeur van de Utrechtse gemeenteraad een andere is. Ongetwijfeld speelt bij D66 op de achtergrond mee dat de benoeming van partijgenoot Sorgdrager tot Ombudsman ook al niet is doorgegaan. Maar dat neemt niet weg dat juist van een partij als D66 verwacht kan worden dat de zaken zuiver worden gehouden en dat men zich verre houdt van baantjesjagerij of bijzondere vormen van coöptatie. Nu lijkt het er te veel op dat op weg naar de uitgang nog even snel de zakken worden gevuld.

Voor de paarse coalitie betekenen de nieuwe roerselen de zoveelste deuk. Het geeft te denken dat de controverse nu ook in het kabinet zelf zit. Want zoals de politieke geschiedenis leert behoren binnenbranden in een kabinet tot de gevaarlijkste.