KORNGOLD

Wonderkinderen die zich ontwikkelen tot succesvolle volwassenen zijn net zo'n zeldzaamheid als componisten die tijdens hun leven waardering oogsten. Het leven van Erich Wolfgang Korngold (1897-1957) is een uitzondering op beide regels. Hij groeide op in Wenen en zette zijn eerste schreden als componist onder het goedkeurend oog van Mahler, Strauss en Puccini. Ook later bleef Korngolds leven een succesverhaal. De Tweede Wereldoorlog bracht hij in exil door in Los Angeles, waar hij zich ontpopte tot pionier van de filmmuziek en prijswinnaar van twee Oscars.

Korngolds vroege oeuvre is ooit omschreven als de laatste ademtocht van de Weense romantiek. Mezzosopraan Anne Sofie von Otter heeft die adem tot leven gewekt op een dubbelcd met Korngolds kamermuziek en liederen. Ze wordt daarin bijgestaan door haar vaste pianobegeleider Bengt Forsberg and friends, hier geformeerd tot een strijkkwartet.

Dat Korngold een succesvol film- en operacomponist was, behoeft geen uitleg na het horen van zijn liederen of de Suite op. 23 voor twee violen, cello en piano. Korngold verraadt zich in zijn zoete melodiek, gul uitgesponnen dramatiek, zijn humor in de vijf Songs of the Clown op. 29 en de modulaties die zich in het Sterbelied via een Mahleriaanse pianobegeleiding soepel en effectief een weg naar het gemoed banen. Anne Sofie von Otter vertolkt de liederen met de integriteit en het raffinement die haar maken tot een van de meest gewilde mezzosopranen van het moment, en wordt daarin door Forstberg en strijkers fraai ondersteund.

De Four Shakespeare Songs en Drei Lieder (op.22) werden nog niet eerder opgenomen. Dat was een gemis, blijkt nu. Je kunt Korngold verwijten dat zijn muziek wel heel makkelijk in het gehoor ligt, maar hij deed zich in zijn muziek simpelweg niet anders voor dan hij was: een buitengewoon getalenteerd Hollywood-componist met wortels in het Wenen van de hoogromantiek.

Rendezvous with Korngold. (DG 459 631-2)