Keuris schildert de muziek, zoals ook Beethoven dat deed

Tijdens de Szene am Bach uit Beethovens Zesde symfonie `Pastorale', zondagmiddag ter afsluiting van het Keuris Festival in het Amsterdamse Concertgebouw, liep een suppoost aan en af met glaasjes water: een bezoekster op de achterste rij werd onwel. Zó vals kwinkeleerden de houtblazers uit het Orkest van het Oosten nu ook weer niet, hooguit speelde de klarinetist te veel voor prima donna en bleven de celli te timide. De hoboïst daarentegen liet je met zijn pianissimi de adem inhouden. Ondanks het drukkende weer kwam Jaap van Zweden geen energie tekort, hij voelt zich kennelijk thuis in klankschildering.

In programmatoelichtingen wordt er nooit aan gerefereerd, maar Beethoven volgde Vivaldi's Sonetto Dimostrativo (verklarend sonnet) bij zijn concerti opus 8. In La Primavera is er dezelfde dramaturgie bij een schildering van aankomst tot een afsluitende muziek der herders toe. Beethoven laat alleen andersom de storm op de landelijke idylle volgen en componeert met een Szene am Bach mit Vogelkonzert twee scènes. Zelfs Vivaldi's driestemmigheid in het vogelconcert en zijn basisintervallen zijn bij Beethoven hetzelfde. Van Zwedens plastische uitvoering was mij alleen soms te wollig pastoraal, zoals in het eerste deel, gebaseerd op een typisch volksliedmotief uit de Balkan, het summum aan herderlijkheid toentijds.

Dat het Keuris Festival besloot met Beethovens pitoreske symfonie valt zeker te verdedigen. Ook Tristan Keuris was een schilder in tonen of beter nog: een aquarellist, soms aan de waterige kant, ál te eenzijdig impressionistisch. Het Concert voor orgel en orkest uit 1992-1993 is bijzonder verfijnd, vol elegante arabesken, door organist Leo van Doeselaar met zwier in het juiste ruimtelijke perspectief geplaatst. Keuris dacht altijd ruimtelijk, ze hadden van hem de orgelpijpen beter rond de hele zaal kunnen plaatsen. Gods eigen accordeon, om met hem te spreken, klinkt nergens protserig pralend, geen moment gewelddadig en ook het orkest had Keuris' transparante stijl meteen te pakken.

Wat een verschil met Kees Olthuis' Theseus fantasie. Welk een opgeblazen symfonisch gedicht, daar werd ik nu enigszins onwel van! Olthuis componeert Strauss en vooral Sjostakovitsj na. Maar zoals je al na een paar minuten Keuris herkent, blijf je bij hem zitten met de vraag: wat voegt hij er eigenlijk voor persoonlijks nog aan toe? Het klinkt uitstekend, op de instrumentatie valt niets af te dingen en er zijn ook beslist pakkende momenten, te weinig echter voor een vierdelig werk van 22 minuten.

Zo boeit het vinnige derde deel, waarin in het thema van de klarinet - hier mocht hij uitpakken! – de letters van opdrachtgever Bernard Haitink zijn verwerkt. Dit Scherzo verbeeldt Theseus' strijd tegen de Amazonen, gevolgd door de afdaling in de Hades teneinde Persefone te schaken. Je proeft eruit dat Olthuis graag voor theater schrijft. Echter, hoeveel groter de mogelijkheden van het moderne sterk uitgebreide orkest ook zijn, toch wist Beethoven binnen zijn beperking verrassingseffecten maximaal uit te buiten. Richard Strauss, Sjostakovitsj, Olthuis: ze konden en kunnen er nog veel van leren en je begrijpt dan ook hoe lange tijd werd gedacht dat Beethoven, deze koninklijke componist, zou afstammen van de koning van Pruisen, zoals Alexandre Choron ook beweert in een dictionaire uit 1810.

Keuris Festival: Orkest van het Oosten o.l.v. Jaap van Zweden m.m.v. Leo van Doeselaar, orgel. Muziek van Olthuis, Keuris, Beethoven. Gehoord: 27/6 Concertgebouw Amsterdam.