Het zoveelste conflict

De paarse coalitie gaat van crisis tot crisis. Het patroon: gebrekkige samenwerking op alle niveaus.

Utrecht heeft een nieuwe burgemeester, Paars-II heeft het zoveelste conflict in ruim een maand. De lijn van referendum naar kabinetscrisis, naar Bijlmerdebat, naar minister Apotheker (exit), naar dioxinekippen, naar 15.000 kilo cocaïne, naar de Nationale Ombudsman, naar Utrecht is snel getrokken. Het zijn kwesties met weinig dwarsverbanden. Maar het patroon is: gebrekkige samenwerking op alle niveaus – in het kabinet, tussen kabinet en coalitiefracties, binnen fracties, tussen fracties van coalitie en oppositie.

Bij de commotie van de afgelopen weken was het kabinet zelf nog redelijk buiten schot gebleven. Het referendum sneuvelde door haperende regie in de VVD. Het Bijlmerrapport was vooral een oude rekening uit de vorige kabinetsperiode. Minister Apotheker etaleerde met zijn aftreden vooral zijn eigen eenzaamheid in het kabinet. De benoeming van een nieuwe Ombudsman werd een schimmengevecht in de Tweede Kamer. De benoeming van een nieuwe burgemeester in Utrecht liep uit op slaande ruzie binnen het kabinet – en dat was in het tweede paarse tijdperk nog niet vertoond.

Minister Peper (Binnenlandse Zaken) taxeerde vorige week dat de benoeming van zijn partijgenoot Brouwer-Korf tot burgemeester van Utrecht een uitgemaakte zaak zou zijn. Peper meende te beschikken over sterke argumenten: een ruime meerderheid van de Utrechtse vertrouwenscommissie had gekozen voor Brouwer, kandidaat nummer één was een vrouw (wat voorkeur geniet `bij gelijke geschiktheid') en de PvdA vond dat ze met recht Utrecht kon `claimen' nadat in Rotterdam de VVD'er Opstelten tot burgemeester was benoemd.

Dat D66 koos voor Kohnstamm, de nummer twee op de Utrechtse raadsvoordracht, werd door Peper vooral genegeerd. De minister van Binnenlandse Zaken beschouwde het als lippendienst dat D66 zo nadrukkelijk achter de eigen kandidaat ging staan. D66 is nota bene de partij die de gekozen burgemeester als `kroonjuweel' koestert en meent dat gemeenteraden intussen meer te zeggen moeten hebben bij de benoeming van burgemeesters. Die partij zou toch niet met goed fatsoen amok kunnen maken als in Utrecht een burgemeester wordt benoemd die de voorkeur heeft van een ruime raadsmeerderheid?

De politieke werkelijkheid werd een geheel andere – vooral door toedoen van de VVD. De benoeming van een burgemeester in Utrecht had bij alle crisissfeer geen prioriteit gehad. De fractieleiders Dijkstal (VVD) en De Graaf (D66) hadden bij coalitieoverleg wel aandacht gevraagd voor benoemingskwesties. Maar de PvdA had daarin geen spanningshaard herkend. De VVD had mooie posten in Rotterdam en Brussel gekregen. D66 had pech bij de benoeming van de Ombudsman en Utrecht was nu eenmaal voor de PvdA.

In VVD-kring valt te vernemen dat de PvdA recentelijk te gretig zou zijn geweest bij het verdelen van de openbare functies: president van de Algemene Rekenkamer, een reeks burgemeestersposten en nu ook nog een `linksige' professor als Nationale Ombudsman. In PvdA-kring wordt tegengeworpen dat de VVD vooral bezig is met praten achteraf. De VVD-ministers zouden hebben gezwegen toen minister Peper anderhalve week geleden zijn keuze voor Utrecht aan de ministerraad voorlegde. Pas een week later, bij hun bewindsliedenoverleg op donderdagavond, maakten de VVD'ers hun keuze. Het kabinetsberaad van vrijdag liep vervolgens uit op een keiharde confrontatie en het machtswoord van minister Peper.

De veiligste conclusie is dat het in de kwestie-Utrecht heeft ontbroken aan voorbereidend overleg in de coalitie, waarbij partners elkaar de schuld geven. Een algemene conclusie mag zijn dat ook in het kabinet de persoonlijke verhoudingen te kort schieten om gevoeligheden tijdig uit de weg te ruimen.