Going to the dogs

Waarom durfde ik niet meer dan het minimumbedrag van vijf pond in te zetten op Black Imperial en nog eens vijf op Windy Beauty in plaats van vijfhonderd, of duizend? Dan had ik dit stukje nu schaterlachend zitten tikken onder een Caraïbische palm en niet aan een Londens bureau, met regen achter het raam en met de schamele winst van de hondenrennen besteed aan een glas bier, een bord scampi met friet en de taxirit terug.

Ach, het is maar een spelletje. En: ik heb toch een leuke avond gehad? Dat moet genoeg zijn, al blijft er iets knagen. Als, als! Zulke argumenten spelen elke zaterdagavond bij tienduizenden Britten door het hoofd. Niet allemaal zitten ze in regenjassen, jekkers en goedgevulde poloshirts op de tribunes van de renbanen rond Londen. Sommigen volgen de hondenrennen in het wedkantoor op de hoek. Wie Sky Sports op zijn televisie heeft, kan ze thuis live zien en telefonisch wedden. En een kleine maar groeiende groep zet via het Internet geld in op de honden.

De fysieke inspanning wordt, zoals bij zoveel sporten, vooral door de spelers geleverd, in dit geval zes speciaal gefokte greyhounds, een groot model hazewindhonden, die gemuilkorfd over een renbaan met een kleine honderd kilometer per uur achter een nepkonijn aansprinten, dat op een rails voor ze uit rijdt. Maar going to the dogs is meer dan kijksport. De sport die het publiek bedrijft heet wedden. En in het land dat het wedden heeft uitgevonden en waar je op werkelijk alles en iedereen geld kan inzetten – van de winnaar van de Booker-prijs tot de vermoedelijke sterfdag van de koningin – geldt het wedden op honden als topsport.

Een minuut of tien voor de race klinkt uit de luidsprekers blikken trompetgeschal. Zes honden lopen aan de leiband een rondje voor het publiek, dat een laatste blik kan werpen op de wel erg magere ribben van Blissful Rover die de afgelopen weken al tien zware wedstrijden heeft gelopen, of de parelende energie van Songtime, die graag in een binnenbaan loopt maar helaas starthok zes heeft geloot. Hond zes blijft desondanks favoriet, meldt het elektronische scorebord, dat de tote, de officiële weddenschappen bijhoudt. Maar dat verandert vier minuten voor de start, als de bookies, de freelance beroepswedders onder een paraplu langs de baan hun kassa's openen.

Songtime blijft een goeie hond, maar zakt bij de bookies een fractie in kans. Twijfelaars zetten nu hun geld op een ander nummer, maar wie in Songtime blijft geloven neemt een hoger risico, plus een hogere winstkans. Die winst is hard; wie bij een bookie vroegtijdig hoog inzet verdient veel als zijn hond wint, wie wedt in de toto krijgt minder naarmate meer mensen op hetzelfde idee zijn gekomen. De vier minuten zijn om. De honden zijn blaffend en jankend in hun trap, hun starthok gestopt. Het konijn start en snelt vooruit, er gaat een bel, de hokken klappen open, en daar zijn ze weg.

Zand vliegt op achter hun poten, nummer drie loopt uit, hond twee heeft er geen zin meer in, hond één wordt de pas afgesneden en hond vijf gaat heel even op kop. Op de tribune gaat een rauw gejuich op. Bier wordt gemorst, iemand strooit een pakje sigaretten leeg. Ja, nee, ja! Hond zes heeft gewonnen! En dat een keer of vijftien per avond.

,,Shit!'', zegt de Ibiza-bruine Jane Birch (38), terwijl ze haar wedkaart verscheurt. Ze is naar het neonverlichte Art Déco-stadion van Waldhamstow, in het noordoosten van Londen, gekomen met een personeelsuitje van Dixon's, het elektronicabedrijf waar ze werkt. Het gaat om de gezelligheid en ze heeft maar één pond ingezet op hond één, maar toch.

Douglas `Dougie' Tyler heeft ook vrolijker avonden gekend. Hij is bookmaker sinds zijn 26-ste. Nu is hij tachtig, al ziet hij er twintig jaar jonger uit, en vanavond heeft hij zo'n drieduizend pond (een kleine tienduizend gulden) moeten uitbetalen. ,,De kunst is om winnende honden zo laag mogelijk te noteren'', grijnst hij. ,,Maar dat lukt dus niet altijd.''

Door de menigte langs de baan schuifelt een dronken Elvis voorbij; hij is niet het enige middelpunt van een vrijgezellenpartij. Vroeger waren the dogs de paardenrennen van de werkende klasse. Inmiddels zijn ze eerst camp en daarna gewoon trendy geworden. In Walthampstow kun je in The Classic Diner of een van de andere restaurants de rennen vanaf je tafeltje volgen. En wie wat geld heeft verdiend gaat het daarna stukslaan in de aanpalende nachtclub Charlie Chan, waar ook de voetballers David Beckham en Terry Sheringham af en toe hun geblondeerde hoofd laten zien.

,,Vroeger ging het om het gokken, nu is het meer entertainment'', zegt bookie Tyler. ,,Ze eten en drinken meer. Maar het blijft toch altijd gokken welke hond er wint. Nee, ik geloof niet dat hier echt veel verandert.''

Dit is de derde aflevering in een serie over opmerkelijke buitenlandse sporten.