Ed van Thijns schuldgevoelens

Wie de dichtbundel Tegen de tijd van Willem van Toorn kent, weet hoe intens de oorlog op de Balkan hem al tijden bezighoudt. In 1996 bezocht hij Sarajevo voor een aantal openbare ontmoetingen met Bosnische schrijvers. Een van die bijeenkomsten werd bijgewoond door Ed van Thijn die toen waarnemer was in Bosnië, een periode waarvan hij verslag deed in zijn dagboeknotities Stemmingen in Sarajevo. Ook de schrijversbijeenkomst wordt in dat boek beschreven, maar volgens Van Toorn niet erg zorgvuldig. Vervolgens verscheen onlangs ter gelegenheid van het afscheid van Chris Keulemans als directeur van de Balie het boekje Grote bergen huilen niet, waaraan Ed van Thijn de bijdrage leverde `Srebrenica: een godgeklaagd gebrek aan onbehagen'. Ook daarin komt de schrijversbijeenkomst in Sarajevo aan de orde, maar nu op een manier die in de ogen van Van Toorn geen enkel recht aan de werkelijkheid doet.

In De Gids spuwt hij daar zijn woede over. Erg boos maakt hij zich vooral over Van Thijns opmerking dat de Nederlandse schrijvers in Sarajevo uiting gaven aan `schuld en schaamte' over Srebrenica. Van Toorn heeft namelijk volstrekt geen last van dit soort `namaakgevoelens'. ,,Ik heb veel te kankeren op `het Westen' en mag dat ook graag doen'', schrijft hij, ,,maar zonder het Westen was heel voormalig Joegoslavië nu nog in uitzichtloze moordpartijen verwikkeld. Ik heb geen enkele schuld aan de oorlog in Bosnië, noch aan de daden van Servische moordenaars in Srebrenica, en ik ontzeg Van Thijn het recht te beweren dat ik mij waar dan ook zou hebben uitgeput `in gevoelens van schuld en schaamte'.''

Van Thijn wordt neergezet als een onbetrouwbare waarnemer. Toch zegt Van Toorn niet de bedoeling te hebben om de `sentimentele politicus' een trap na te geven. Zijn reactie is ingegeven `door eenvoudige woede omdat iemand uit een persoonlijke behoefte aan schuld, schaamte en onbehagen, en ik vrees uit een eigenaardige sensatiezucht, een vervalst beeld schetst (...)'. Die sensatiezucht is gevaarlijk, vindt Van Toorn, omdat die het mensen onmogelijk maakt nuchtere feiten waar te nemen, waardoor de wereld en de medemensen alleen nog maar worden gezien `als brandstof voor het vuur van het eigen ego'.

Van Toorns stuk, onder de titel `Een waarnemer in Sarajevo' geeft stof tot denken. Dat geldt ook voor het uitvoerige essay van Richter Roegholt `Denken aan Jacques Presser'. Dit verhaal, opgebouwd uit persoonlijke herinneringen van de auteur aan zijn voormalige geschiedenisleraar aan het Amsterdamse Vossiusgymnasium, is nogal kritisch. Presser schijnt veel mensen te hebben teleurgesteld en niet in de laatste plaats Richter Roegholt. Wat deze nog altijd niet kan verkroppen, is dat Presser een zogenaamde fellow traveller was (een koude oorlogsterm voor communistische meeloper). Anders dan Loe de Jong die in De Groene Amsterdammer de communistische staatsgreep in Praag (1948) veroordeelde, weigerde Presser zich uit te spreken. En dit terwijl Richter Roegholt hem daarvoor het blad Propria Cures, waarvan hij redacteur was, ter beschikking had gesteld.

Nu, vijftig jaar later, is Roegholt nog steeds niet bekomen van Presser en andere fellow travelers: `een beschermende wolk respectabele namen, die het grote publiek het zicht op de ware aard van het communisme ontnam'. De toenmalige Groene Amsterdammer (waar Loe de Jong na zijn artikel over Praag '48 niet meer welkom was) noemt hij een blad `met een links-liberaal cultureel gezicht en een verborgen communistische ziel'. Of hij veel van Pressers positie (en die van andere linkse intellectuelen) in die tijd heeft begrepen betwijfel ik, getuige onder andere deze opmerking: ,,Het mysterie is dat de meelopers die aan de ene kant schandelijk verraad pleegden aan hun collega's in Rusland, aan de andere kant vaak interessanter zijn dan de zuivere democraten, die aan de goede kant stonden (...) Waren niet Presser, Jan en Annie Romein, Willem Sandberg giganten in het culturele plantsoen van Nederland? Het is alsof hun betere helft zich extra heeft ingespannen om ons de onverkwikkelijke kant van hun meeloperschap te doen vergeten of althans te doen verontschuldigen.''

Misschien waren deze fellowtravelers wel helemaal geen `meelopers', ze lieten zich althans niet willoos meesleuren door de alom uitgebroken massa-hysterie en gingen tegen de stroom in. De reden dat Roegholt hen interessant vond, is waarschijnlijk dat zij juist probeerden onafhankelijk te blijven denken. Dit non-conformisme heeft hen soms niet behoed voor verblinding aangaande de ware aard van de toenmalige Sovjet-Unie, maar `verraad' is aan het adres van Presser geen serieus te nemen verwijt.

De Gids, nr. 6, juni 1999. Uitg. Meulenhoff, ƒ16,90