Algerije biedt extremisten gratie aan

De Algerijnse president, Abdelaziz Bouteflika, heeft zaterdag plannen aangekondigd om duizenden gevangen moslimextremisten te gratie te geven ter gelegenheid van onafhankelijkheidsdag op 5 juli.

De gratiemaatregel, die alleen geldt voor gevangenen die zich niet aan geweld hebben schuldig gemaakt, is onderdeel van een vergelijk met het Leger van Islamitische Redding (AIS), de gewapende arm van het verboden Front van Islamitische Redding (FIS), dat eerder deze maand bekendmaakte definitief de wapens neer te leggen en zich onder staatsgezag te plaatsen. De zeer gewelddadige Gewapende Islamitische Groep (GIA) zet de strijd echter voort. Volgens mensenrechtengroepen zitten circa 20.000 moslimextremisten in Algerije gevangen.

De voorwaarden voor gratie zijn vervat in een wetsontwerp dat gisteren door de ministerraad werd aanvaard en waarover het parlement nog deze week zal stemmen. De wet zal later in een referendum aan het Algerijnse volk worden voorgelegd. Bouteflika zei zaterdag tijdens een bezoek aan Zwitserland te zullen aftreden als de zogeheten `wet inzake burgerlijke harmonie' niet door het volk wordt goedgekeurd. ,,Ik ben gekomen voor de vrede; als het Algerijnse volk mijn stap in de richting van de vrede steunt, dan is dat perfect'', aldus Bouteflika in een vraaggesprek met de Franse televisie. ,,Als daarentegen het Algerijnse volk mij niet volgt (...) ik zeg het vandaag voor de vijfde maal, dan ga ik naar huis. Ik ben niet gekomen voor een stoel, ik ben gekomen om een missie te vervullen.''

Algerije werd in een bloedige burgeroorlog gestort toen leger en regering rond de jaarwisseling van 1991/'92 een verkiezingsoverwinning van het FIS verijdelden. Bouteflika zei gisteren in een toespraak tot een economisch forum in Crans Montana dat dit conflict tot dusverre aan 100.000 mensen het leven heeft gekost. Het was de eerste keer dat van officiële zijde een zo hoge dodencijfer werd gegeven. Voorgaande Algerijnse regeringen hebben dergelijke cijfers, waarmee oppositievertegenwoordigers wel kwamen, altijd als ,,demoraliserend voor het volk en de veiligheidsdiensten'' van de hand gewezen.

Bouteflika, die in april werd gekozen in een omstreden verkiezing waarin hij als enige kandidaat overbleef, keerde zich tevens tegen fanatieke antifundamentalisten met de opmerking dat ,,de annulering van de verkiezingen in 1992 een daad van geweld was''. (AFP, Reuters, AP)