Spuiten helpt niet

Een van de stellingen in het proefschrift dat Jan Oudejans eerder dit jaar in Wageningen verdedigde, luidt: `Het acronym SAIO (Senior Assistant In Opleiding) is niet alleen een grapje. Juist oudere deskundigen hebben wetenschappelijke en technische ondersteuning nodig om doeltreffend te kunnen werken'. Jan Oudejans kan het weten, want eenmaal met de VUT begon hij aan het schrijven van een proefschrift over de bestrijding van plagen en ziektes in landbouwgewassen in Indonesië, Thailand en Maleisië. Je mag dan veel praktijkervaring hebben, maar daar kom je er niet mee bij het schrijven van een proefschrift, aldus Oudejans. Het grote voordeel is wel dat je een paar decennia aan ontwikkelingen in je vakgebied overziet.

Een opmerkelijke conclusie uit zijn proefschrift is dat veel boeren in Indonesië beter plagen en ziektes bestrijden dan boeren in Thailand en Maleisië. Er wordt in Indonesië geïntegreerde bestrijding toegepast, waarbij het gebruik van synthetische middelen wordt teruggedrongen door natuurlijke vijanden van de plaag het werk te laten doen. Dat is goed voor het milieu en goed voor de boeren, want bestrijdingsmiddelen zijn meestal giftig en duur.

De verschillen in gewasbescherming tussen de drie landen heeft een lange geschiedenis, aldus Oudejans. En dat heeft veel met de nationale landbouwpolitiek te maken. Om de snelle bevolkingsgroei het hoofd te bieden werden in de jaren zestig onderzoeksprogramma's opgezet voor de verhoging van de rijstproductie. In Indonesië waren deze gericht op kleine boeren in Java en in Maleisië op de boeren in grote geïrrigeerde rijstpolders. Hoogproductieve rassen en het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen werden geïntroduceerd. Ook de Thaise regering bevorderde deze producten van de Groene Revolutie, maar door gebrek aan een doelmatige voorlichtingsdienst kwam die nauwelijks van de grond. Bovendien was rijst in Thailand al een exportgewas en bestond er voor de voedselvoorziening dus weinig noodzaak de productie te verhogen.

De grote omslag kwam toen het overmatig gebruik van synthetische bestrijdingsmiddelen leidde tot het uitbreken van nieuwe insectenplagen zoals de brown planthopper, die veel schade veroorzaakte en desastreuze virussen overbracht. Onderzoekers van het rijstonderzoeksstation IRRI (International Rice Research Institute) op de Filippijnen toonden in 1970 aan dat de plaaguitbarstingen werden veroorzaakt door het gebruik van breedwerkende bestrijdingsmiddelen. Kortom: er kwamen eerder meer dan minder plagen door bestrijdingsmiddelen.

Onderzoekers van het IRRI ontwikkelden geïntegreerde bestrijdingsmogelijkheden voor de plagen en ziektes in de rijstteelt, IPM (Integrated Pest Management) genaamd. Eind jaren zeventig begon de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, met de geïntegreerde bestrijding van de brown planthopper in Zuidoost-Azië. In Indonesië werden veldstudies ondernomen en er werden voorlichters en boeren opgeleid. Het was zo succesvol dat in 1986 bij presidentieel besluit IPM werd uitgeroepen tot nationaal beleid. Dit betekende dat het gebruik van de meeste insectenbestrijdingsmiddelen in de rijst werd verboden en subsidies op andere bestrijdingsmiddelen verdwenen. Gevoelige rijstrassen werden vervangen door rassen die minder vatbaar waren voor ziekten en plagen. Mede door deze maatregelen werd Indonesië in 1980 zelfvoorzienend in rijst. In Maleisië werden ook goede resultaten geboekt met IPM, maar daar werd de techniek vooral toegepast in de grote polders en niet zozeer door kleine boeren. In Thailand bereikte IPM de kleine boeren niet door een gebrek aan voorlichters en te weinig steun van de overheid.

Ondanks de successen van IPM heeft Oudejans enige twijfels over de duurzaamheid van de geïntegreerde bestrijding. Oudejans: ``Het succes kan alleen voortduren als de boeren goed voorgelicht worden en er veel steun is van de overheid. Dat blijkt uit het grote verschil tussen Indonesië en Thailand. In Indonesië gebruikt zo'n twee procent van de boeren IPM om de plagen en ziektes in de rijst te bestrijden.'' Veel te weinig volgens Oudejans, want met IPM valt veel te winnen in de rijstteelt, maar evenzo in de groente- en fruitteelt, waar het thans nog weinig wordt toegepast. Ook de chemische industrie heeft er baat bij als er op een verstandige wijze met bestrijdingsmiddelen wordt omgesprongen. De meeste multinationals hebben dan ook door de jaren heen de IPM-ideologie overgenomen: Spuiten moet soms, maar alleen met selectieve en weinig giftige middelen.

J.H.M. Oudejans Studies on IPM-policy in South-East Asia: two centuries of plant protection in Indonesia, Malaysia and Thailand. Wageningen agricultural university papers 99(1).