Spelersvakbond in principe akkoord met clubs over voetbalcao

De Federatie van Betaald Voetbalorganisaties (FBO) heeft gisteren met de spelersvakbond VVCS een principe-akkoord gesloten voor een collectieve arbeidsovereenkomst voor de bedrijfstak betaald voetbal. Als de leden van de grootste spelersvakbond toestemming geven, gaat de voetbalcao per 1 juli met een looptijd van drie jaar in.

De FBO bereikte dinsdag al overeenstemming met de vakbond De Unie/Proprof over een cao in het betaalde voetbal. Na zes uur vergaderen slaagde de VVCS er gisteren in enkele wijzigingen in deze vastgestelde collectieve arbeidsovereenkomst aan te brengen. Deze veranderingen zijn in het voordeel van de voetballers. ,,Daarmee zal De Unie/Proprof wel akkoord gaan'', veronderstelde VVCS-voorman Theo van Seggelen. ,,Onze voorwaarden zijn immers wat beter.''

De nieuwe voetbalcao laat de wettelijke pensioenregeling (het CFK-fonds) ongemoeid. In de collectieve arbeidsovereenkomst is wel een WAO-hiaatverzekering opgenomen, die door de spelers voor 50 procent wordt betaald. Bij arbeidsongeschiktheid ontvangen spelers het eerste jaar honderd procent van het laatst verdiende loon. In de daaropvolgende jaren bedraagt het percentage 85. De `loongrens' bij deze verzekering is getrokken bij 500.000 gulden (eredivisie) en 185.000 gulden (eerste divisie). De afgesproken minimumregeling bij ontslagaanvraag richt zich op spelers die maximaal 250.000 gulden verdienen in de eredivisie of niet meer dan 80.000 gulden in de eerste divisie.

De cao moet 1 juli dit jaar ingaan en loopt drie jaar later af. Tot er geen nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst in het betaalde voetbal is afgesloten, blijft de cao nog een jaar van kracht. Wanneer clubs niet met spelers verder willen, moet dat drie maanden voor het verstrijken van het contract worden gemeld.

Met het sluiten van de voetbalcao is een einde gekomen aan een half jaar touwtrekken tussen FBO en VVCS. De collectieve arbeidsovereenkomst was nodig om de nadelige gevolgen van de flexwet, die vanaf 1 januari dit jaar van kracht is, te ondervangen. Volgens deze nieuwe wet kunnen profspelers na een dienstverband van drie jaar met een opzegtermijn van een maand zonder afkoopsom van club veranderen. Omdat andere landen geen flexwet kennen, zou dat de concurrentiepositie van het Nederlands voetbal enorm verzwakken. (ANP)