Nog half in Nederland

De meesten blijven gewoon in Nederland. Maar sommige Chilenen die hier tijdens de dictatuur van Pinochet terechtkwa- men, keerden terug naar hun vaderland. Dat is niet altijd een onverdeeld genoegen. `Ik versta niet wat je zegt, want je praat als een gringo.'

Een Hollandse molen. Porseleinen grachtenpandjes. Een oranje shawltje van het Nederlands elftal. Delfts blauw. De verwijzingen naar Nederland zijn talrijk in het huis van de familie Heinsohn-Bulnes in Santiago de Chile. ,,Zeventien jaar lang heb ik m'n best gedaan om mijn Chileense identiteit te bewaren. Nu ik weer in Chili ben, kom ik erachter dat ik half Nederlands ben geworden. Een mengelmoesje'', zegt Teresa, die haar Spaans nog steeds graag doorspekt met typisch, ongeëvenaarde Nederlandse woorden (gezellig, mengelmoesje).

Teresa Bulnes (41) en haar man Ricardo Heinsohn (44) keerden drie jaar geleden terug naar Chili, het land waar ze in de jaren zeventig uit werden geschopt door dictator Augusto Pinochet. Teresa was zestien toen de democratisch gekozen regering van president Salvador Allende op 11 september 1973 ten val werd gebracht door Pinochets militaire staatsgreep. Teresa's broer, een Chileense luitenant met uitgesproken linkse opvattingen, was zijn leven niet langer zeker. Hij deserteerde, en klopte samen met vader Bulnes - een linkse advocaat – aan bij de dichtstbijzijnde ambassade, de Nederlandse. Teresa dook onder met de rest van de familie. Uiteindelijk belandde de hele familie Bulnes in Nederland.

Ricardo Heinsohn en zijn familie vertrokken pas in 1976 uit Chili, omdat in dat jaar zijn vader vrijkwam. ,,Mijn vader was tijdens de staatsgreep opgepakt en werd veroordeeld wegens `terroristische activiteiten'. Een van de bewijsstukken die tegen hem werden gebruikt, was een knullig stadsplattegrondje dat mijn broer, als klein jochie, had getekend. Dat hing bij ons aan de muur.'' Ricardo kwam na wat omzwervingen in Argentinië in juni 1980 aan in Nederland. Twee jaar later ontmoette hij Teresa. Ze trouwden en kregen twee kinderen.

Martelgang

Het aantal Chileense ballingen in Nederland dat uiteindelijk teruggekeerde naar het vaderland is klein. Volgens cijfers van Vluchtelingenwerk bevonden zich in 1988, toen Pinochet in een volksreferendum werd weggestemd, ongeveer tweeduizend Chilenen in Nederland. Daarvan hebben er tien jaar later ongeveer honderd de oversteek naar Chili gewaagd. Teresa en Ricardo prijzen zich gelukkig: de terugkeer pakte minder zwaar uit dan gevreesd. Maar voor anderen, zoals de vijf jaar geleden teruggekeerde Mario Olivos (54) en zijn vrouw Maria (53), is het een ware martelgang geworden.

Mario Olivos was ten tijde van Allende vakbondsleider en lid van de Partido Socialista Democratico. Kort na de staatsgreep raakte hij zijn baan kwijt en bijna zijn leven. Uit angst opgepakt te worden, verschuilde hij zich in de Nederlandse ambassade. De op dat moment hoogzwangere Maria meldde zich na tien dagen ook bij de Nederlandse consul, die haar niet meteen binnen kon laten - alle ambassades werden in die maanden streng bewaakt door het Chileense leger. De consul fluisterde Maria toe dat ze de volgende dag moest terugkomen.

Maria stond op het afgesproken tijdstip voor het toegangshek van de ambassade. Op het moment dat de consul het hek openmaakte, kregen soldaten het tweetal in de gaten. De soldaten stormden op Maria af, richtten hun geweren op haar buik en schreeuwden tegen haar. Het hek stond half open. De consul gaf de soldaten te verstaan dat ze zich op Nederlands grondgebied bevonden en dat hij - de consul - hier de scepter zwaaide. Uiteindelijk pakte de consul Maria resoluut bij de arm en trok haar het gebouw in, de soldaten morrend achterlatend.

Science-fictionlandje

De Chilenen die vlak na de staatsgreep Nederland binnenkwamen werden ondergebracht in het Rotterdamse opvanghuis Ter Schie. Teresa, Mario, Maria en alle andere vluchtelingen in het opvanghuis deelden de stellige overtuiging dat `de situatie' in Chili in een paar maanden zou overwaaien. Maar wat volgde was een gedwongen verblijf in het buitenland, zeventien jaar lang.

Teresa: ,,Voor Nederland voelde ik geen liefde op het eerste gezicht. Het was een vreemde wereld, een schone en gereglementeerde wereld. Een land uit een science-fictionverhaal. Het punt met Nederlanders is, dat je ze heel goed moet leren kennen voordat je ze kunt waarderen.''

Toch hebben de meeste Chilenen het naar hun zin in Nederland. De ontvangst door de sociaal geëngageerde regering van Den Uyl is uitstekend en de Chilenen worden goed op weg geholpen bij het opbouwen van een nieuw bestaan in dit science-fictionlandje. Teresa vond uiteindelijk werk bij het ministerie van Binnenlandse Zaken (`inspectiemedewerker van brandweer en rampenbestrijding'), haar man Ricardo werkte als liftmonteur bij de firma Schindler in Den Haag. Mario was in Nederland al snel weer actief als vakbondsman (FNV) in de grafische sector, Maria werkte in de kantine van de Heidemij.

,,We spraken de taal, hadden veel vrienden en ontplooiden allerlei sociale activiteiten'', zegt Mario. ,,Maar met onze gedachten bleven we altijd in Chili.'' Mario en Maria besloten daarom in 1994 terug te keren naar het vaderland. ,,Ik heb last van artritis'', zegt Mario. ,,Ik werd afgekeurd en raakte gedeprimeerd: ik wilde niet in Nederland blijven om de hele dag uit het raam te kijken.''

Bij Teresa speelden soortgelijke overwegingen een rol. ,,Het enige wat mij in Nederland te wachten stond was oud worden. En dat wilde ik niet. Althans, niet in Nederland.'' In 1995 ging Teresa twee weken lang alleen op vakantie naar Chili. Bij terugkomst in Den Haag vertelde ze aan iedereen die het maar horen wilde over de `wonderen' in het vaderland. Eén week lang blies ze de loftrompet. ,,Daarna heb ik zeven dagen lang gehuild. Ik wilde terug – zoveel was duidelijk.'' Maar Ricardo twijfelde. Moest hij zomaar zijn leuke baan en dierbare collega's opgeven? ,,Ik ben geen avonturier.'' Teresa speelde het echter hard: ,,Dat geef ik toe. Ik had besloten dat ik hoe dan ook terugging – mèt mijn dochters. Het was alles op alles, anders had ik Ricardo hier nooit naartoe gekregen.''

Ballingen zijn `schizofrene' mensen. Ze husselen talen door elkaar, denken veel terug aan het vaderland dat ze amper meer kennen en leven in landen waar ze nooit helemaal zullen aarden. Dat is niet veel anders wanneer ze terugkeren naar het land dat ze ooit zijn ontvlucht. De dictatuur heeft het land veranderd en de ballingen zijn veranderd door het langdurige verblijf in het buitenland. Ze zijn wéér buitenstaanders en, voor de mensen die hebben geleefd onder de dictatuur, een onaangename herinnering aan het verleden. ,,Chilenen hebben een minderwaardigheidscomplex. Ze zijn heel erg meegaand, soms op het slaafse af'', zegt Ricardo. ,,Dat is een beetje karakteristiek voor ons volk, maar zó erg is het nooit geweest. Ze sluiten de ogen voor de dictatuur.''

Mario deelt die mening: ,,Er heerst apathie in dit land. Een duidelijk gevolg van de dictatuur. Vóór 1973 was dat niet zo, of in ieder geval minder. Het vertrekpunt van democratie in Chili is dan ook verkeerd geweest. Het is een gekunstelde democratie.'' Hij doelt op de vele eisen die Pinochet stelde aan zijn vertrek. Zo dateert de grondwet van Chili, met allerhande amnestieregelingen, uit het tijdperk-Pinochet. Het ambtenarenapparaat, de rechters, overheidsinstituten: allemaal erfenissen van Pinochet. ,,In de senaat zitten geen raspolitici, maar oude mannen die sterke banden hebben met het bedrijfsleven of het leger'', fulmineert Mario.

Gesloten wereld

Voor Mario, Maria en zoon Alejandro (25) is de terugkeer naar Chili uitgelopen op een harde confrontatie met de Chileense bureaucratie. ,,Een drama. Niemand helpt je'', zegt Maria, die zich gediscrimineerd voelt. ,,Wij zijn ballingen, wij zijn van een ander ras'', zegt ze bitter. De diploma's van de op dat moment twintigjarige Alejandro werden niet erkend door de Chileense autoriteiten. Bovendien eiste de overheid dat de in Nederland geboren en getogen Alejandro een zwaar examen deed in Chileense geschiedenis.

Uiteindelijk werden Alejandro's diploma's alsnog erkend, ,,dankzij leugens en connecties'', schampert Maria. ,,Als je hier iets op een legale manier gedaan wil krijgen, heb je veel `hulp' nodig.'' Voor Alejandro braken moeilijke tijden aan. Op de Technische Universiteit van Santiago viel hij op door zijn accent. Leraren zeiden tegen hem: ik versta niet wat je zegt, want je praat als een gringo. Tegenwoordig studeert Alejandro aan de Open Universiteit Nederland – vanuit Chili.

Zelfs de verstandhouding met de familie in Chili is slecht gebleken. ,,Van hun kant hadden we meer steun verwacht, maar ze leven in een gesloten wereld'', zegt Maria. ,,In Nederland kon ik op mijn buren rekenen. Ik mis ze vreselijk. De mensen in het wijkje waar ik nu woon, ken ik amper. Ja, je praat af en toe wat met ze als je de bloemetjes water geeft, maar het staat in geen verhouding tot de spontaniteit waarmee we in Nederland waren omringd.'' Mario mist de solidariteit met Chileense ballingen, die zo vanzelfsprekend leek in Europa. ,,De politieke leiders in ballingschap zijn teruggekeerd en hebben moeiteloos hun oude posities weer ingenomen. Ze zijn de solidariteit vergeten.''

Mario en Maria zouden dolgraag terugwillen, maar het ontbreekt ze aan puf om met huis en haard – voor de derde keer – de overtocht te maken. ,,Bovendien hebben we hier net een huis gekocht'', zegt Maria.

Teresa en Ricardo verging het veel beter. Hij pakte zijn baan als liftmonteur weer op, alhoewel hij tegenwoordig meer weg heeft van een `liftprofessor'. Hij introduceerde nieuwe technieken en ideeën op het gebied van liftmechanica. Zo opperde Ricardo dat sommige reparaties wellicht ter plekke kunnen worden uitgevoerd. Kapotte liftonderdelen, ontilbaar in sommige gevallen, werden meestal toch meegesleept naar het atelier alwaar de reparatie plaatshad. ,,Het heeft lang geduurd voordat ik iedereen ervan had overtuigd dat er ook een simpele manier is.''

Teresa, die als vertaalster en tolk werkt aan het Chileense ministerie van Buitenlandse Zaken, voelt zich gelukkig in Chili en in één adem zegt ze: ,,Chili is een flutland, maar het is míjn land. Hier voel ik elke dag de adrenaline door mijn aderen stromen. Het leven in Chili is als een wervelwind - totaal niet efficiënt. Mijn record tot nu toe: ik heb twintig minuten in een winkel gestaan om een prulletje van 300 pesos (ongeveer anderhalve gulden) af te rekenen. In die twintig minuten heb ik zeven verschillende winkelbediendes gesproken. In dat soort situaties komt mijn Nederlandse kant pruttelend naar boven. In dit land wordt verschrikkelijk hard gewerkt, maar het resultaat van de gedane arbeid is mager.''

Dochtertjes Victoria en Christina vormden aanvankelijk een punt van zorg. Victoria zei bij aankomst: ,,Ik wilde niet terug, maar omdat ik geen alternatief heb, zal ik gelukkig worden.'' Maar haar zus Christina moest wennen aan de uniformen op school en baalde van de eilandmentaliteit van haar medescholieren. Haar venster op de wereld (,,het jeugdjournaal'') was ze kwijt. De meisjes botsen met het autoritaire karakter van het Chileense schoolsysteem. ,,Een Chileense leraar heeft altijd gelijk - en het laatste woord'', zegt Teresa. ,,Sommige vragen die onze dochters stelden werden door leraren geïnterpreteerd als gebrek aan respect.'' Ricardo nam tijdens een ouderavond het woord en zei: ,,We bevinden ons niet in een militaire kazerne waar alleen maar moet worden gehoorzaamd.''

Teresa en Ricardo willen niet, zoals Mario en Maria, terug naar Nederland, maar ze missen het wel. Om ook deze heimwee te `reguleren', hebben ze zich aangesloten bij de Nederlandse Vereniging Chili, waarvan 177 Nederlandse en niet-Nederlandse gezinnen lid zijn. Ze vieren elk jaar kerst en sinterklaas in de residentie van de Nederlandse ambassadeur. ,,Bij dertig graden'', zegt Teresa. ,,Dat is wel een vreemd gezicht, al die zwarte pieten die zich te pletter zweten.''