MIDDEN-AMERIKAANSE BESCHAVINGEN HADDEN SLIM RUBBERPROCES

Met behulp van moderne analysemethoden hebben archeologen nieuw inzicht gekregen in het proces waarmee de vroegste Middenamerikaanse beschavingen rubber maakten. Van dit rubber werden onder andere ballen gemaakt voor het Ollama, een ritueel balspel dat al in 1400 voor Christus werd gespeeld. Om de elastische eigenschappen van het natuurlijke rubber (latex) te verbeteren, werd dit gemengd met plantesappen. Met succes, zo blijkt uit Spaanse kronieken uit de zestiende eeuw, waarin de verbazingwekkende veerkracht van de ballen wordt vermeld. Onderzoek van archeologen en materiaalkundigen van het Massachusetts Institute of Technology in Boston heeft onlangs uitgewezen dat toevoeging van het plantenextract soortgelijke reacties bewerkstelligde als optreden tijdens het vulcaniseren van rubber, waarbij de latex in aanwezigheid van zwavel wordt verhit (Science, 18 juni 1999). Bij dit in 1839 door Charles Goodyear ontwikkelde proces worden de afzonderlijke polymeerketens door middel van zwavelbruggen met elkaar verbonden. Zo ontstaat een netwerk van verknoopte moleculen ontstaat met de gewenste elastische eigenschappen.

Naast analyses van bij archeologische opgravingen gevonden ballen-waarvan de vroegste dateren uit de zestiende eeuw voor Christus-en van de latex uitgangsstof, bekeken de onderzoekers ook een aantal recente rubbermonsters, zoals die tegenwoordig op traditionele wijze in Mexico worden geproduceerd. Daarbij wordt nog altijd een extract van de stengels van Ipomoea alba, een soort haagwinde, toegevoegd aan de uit de stam van de rubberboom gewonnen latex. Hierdoor worden de elastische eigenschappen sterk verbeterd. Zo kan het na opwarming heel makkelijk in allerlei vormen worden gekneed. De onbewerkte latex daarentegen wordt veel sneller bros en gaat dan scheuren vertonen. Over de elastische eigenschappen van de oorspronkelijke, eeuwenoude ballen kon helaas niets meer worden geconcludeerd, omdat deze volledig waren uitgehard. Samen met de "verse" monsters konden ze wel met een aantal spectroscopische technieken worden onderzocht. Daaruit kwam naar voren dat de toevoeging van plantesappen in de eerste plaats leidt tot een zuivering van het polyisopreen, het polymeer waar ook modern natuurrubber grotendeels uit bestaat. Verder bleek dat in het bewerkte rubber een toename van kruisverbindingen tussen de ketens had plaatsgevonden als gevolg van organische zwavelverbindingen die in de haagwinde aanwezig zijn. (Rob van den Berg)