Het inkomen van... de boswachter

Staatsbosbeheer bestaat 100 jaar. Ter gelegenheid daarvan bezocht de koningin begin deze maand het verjaardagsfeest in de Nieuwkerk in Den Haag. Aan boswachter Arjan van Ogtrop de eer om koningin Beatrix bloemen aan te bieden en een paar woorden met haar te wisselen. Aan Hare Majesteit de eer om in een van de bossen te wonen waar Van Ogtrop de boswachter van is.

Een paar jaar geleden verruilde de Haagse boswachter zijn administratieve baan voor een functie in het groen. Een goede keus, want de boswachter heeft een droombaan, vindt hij. Dat bij die droombaan een matig salaris hoort, deert hem niet.

De 120 mannelijke en 5 vrouwelijke boswachters van Staatsbosbeheer zijn ambtenaren en vallen in schaal 7. Deze loopt van 3.491 tot 4.602 gulden bruto per maand, voor een 36-urige werkweek. Elk jaar schuift de boswachter een treedje omhoog. Als de tiende en laatste trede is bereikt, is de koek op. Wie promotie wil, zal zich eerst moeten bijscholen, om vervolgens naar een andere functie te solliciteren, bijvoorbeeld als districtshoofd.

Van Ogtrop denkt daar voorlopig nog niet aan. In het gebied waar hij werkt is voldoende uitdaging voor de komende jaren. Hij is blij met zijn plek in de Randstad, omdat daar een hoop pionierswerk te verrichten is. Dat pionierswerk bestaat bijvoorbeeld uit het aanleggen van wat met een lelijk woord `Randstadgroenstructuurbos' heet, het ontwikkelen van weidevogelreservaten, en het beheren van `hakhoutbos'. ,,De boswachter is veel meer dan de man in groen uniform met veer op de hoed, hond aan de lijn en geweer om de schouder', meent Van Ogtrop. De boswachter geeft lezingen, excursies, onderzoekt de inventaris van het bos (welke planten en dieren komen er voor) en hij houdt toezicht over alles wat er in het bos gebeurt.

Het mag dan klinken als een baan in de buitenlucht, Van Ogtrop zit ongeveer 80 procent van zijn tijd achter het bureau, aan de telefoon of voert overleg. De laatste jaren wint zijn bureau gestaag terrein van de frisse buitenlucht. In de resterende 20 procent zit een aanzienlijk deel reistijd, die de Haagse boswachter nodig heeft om al zijn bossen te bezoeken. Toch zijn het de werkzaamheden buiten die het beroep aantrekkelijk maken en die mensen doen kiezen voor een beroep in de boswachterij.

Wie door een bos van Staatsbosbeheer wandelt, loopt meer kans om de opzichter of een van de uitvoerenden tegen te komen. In tegenstelling tot de boswachter, lopen dezen vaker in de vrije natuur rond. De opzichter opereert naast de boswachter en zorgt voor het beheer van de bossen. De uitvoerders onderhouden de paden, kappen de bomen en voederen de beesten.

Bij Natuurmonumenten, de vroegere concurrent waar Staatsbosbeheer tegenwoordig veel mee samenwerkt, wordt dit functieonderscheid niet op deze manier gemaakt. Om bij het publiek geen verwarring te scheppen, worden alle 350 medewerkers boswachter genoemd. Intern wordt wel onderscheid gemaakt en kunnen de werkzaamheden sterk verschillen. Een boswachter kan om die reden in schaal 3, 4 of 5 van de CAO voor de bosbouw vallen. Dit loopt van 3.368 gulden tot een kleine vierduizend gulden bruto per maand. Voor dat geld werkt de boswachter van Natuurmonumenten twee uur per week meer dan zijn collega van Staatsbosbeheer.

Van Ogtrop is zonder de benodigde papieren in het vak gerold. Eigenlijk had hij de 4-jarige bosbouwschool in Velp moeten doorlopen. Om toch voldoende deskundig te zijn, volgt hij een aantal cursussen. De meeste boswachters specialiseren zich daarbij in `voorlichting', `toezicht' of `inventarisatie'. Van Ogtrop wil het zekere voor het onzekere nemen en volgt alledrie de modulen. Na afloop is hij gediplomeerd gids, en kan tegelijkertijd een gedegen oordeel geven over bijvoorbeeld de inrichting en de kwaliteit van de bossen. Als hij klaar is, wachten er het EHBO-diploma en de papieren om opsporingsbevoegdheid te verkrijgen, zodat hij bezoekers die overtredingen begaan kan verbaliseren.

Een brochure van staatsbosbeheer sluit af met de mededeling dat wie boswachter wil worden, pech heeft. Sinds 5 jaar hanteert de groene organisatie een vacaturestop. Er is geen geld voor nieuwe vacatures en de doorstroom is zeer gering. De meeste boswachters beginnen en eindigen hun carrière namelijk in dezelfde functie èn in hetzelfde gebied. Terwijl restwerkend Nederland heel wat `hopt' tussen verschillende `jobs', is het overgrote deel van de boswachters zonder meer baan- en honkvast. Zo kan het gebeuren dat een opzichter in Hollands Duin 20 jaren lang de jongste van de club was. (Inmiddels valt die eer te beurt aan een vierentwintigjarige vrouwelijke boswachter in Zeeland.)

Naast het feit dat staatsbosbeheer er goed in slaagt zijn boswachters vast te houden, verkeert het om een andere reden in een begerenswaardige positie. Als er al een vacature in de openbaarheid verschijnt, levert dat al gauw 100 reacties op. Van laag opgeleiden tot academici. Naast al deze geïnteresseerden is er ook de volle vijver van afgestudeerden aan de bosbouwschool in Velp zit. Geen wonder dat Van Ogtrop zijn titel met trots draagt.