Geld en gezelligheid

De namen van de meeste beleggingsstudieclubs doen een hoog gezelligheidsgehalte vermoeden. De belangstelling voor het gezamenlijk doorgronden van de geheimen van de beurs is groeiende.

Het is goed beleggen in een zonnig beursklimaat. De vermogens van de 1,3 miljoen beleggende Nederlanders varen er wel bij. Zo ook de Nederlandse Centrale Vereniging van Beleggingsstudieclubs (NCVB). Het ledenbestand van dit overkoepelende orgaan van ruim 1.100 beleggende clubs hield de laatste vijf jaar gelijke tred met de AEX: het ledenbestand verdubbelde zich ten opzichte van 1994 tot een groep van ruim 13.000 beleggingsenthousiastelingen. Privé beheren deze mensen een belegbaar vermogen van totaal 7 à 10 miljard gulden, exclusief de waarde van hun eigen huizen. Binnen de club houden ze het bescheidener. De doorsnee clubportefeuille was drie jaar geleden zo'n vijftigduizend gulden waard.

De eerste beleggingsstudieclub ter wereld ontstond in Amerika, waar George Nicholson, effectenmakelaar in Detroit, er in 1940 een oprichtte. Twee decennia later waaide het fenomeen over naar ons continent. In 1960 was Nederland een van de eerste Europese landen met een overkoepelende stichting voor beleggingsstudieclubs. Onder de eerste leden waren veel dames, vertelt NCVB-directeur mr. Jantine van de Watering-Geesink. ,,Door bijvoorbeeld een sterfgeval kregen ze ineens te maken met een aandelenportefeuille, terwijl ze van toeten noch blazen wisten. Vandaar dat ze bij elkaar gingen zitten.'' In 1969 werd de stichting omgedoopt tot NCVB. ,,Het gaat erom", zo verklaart de aanmeldingsfolder, ,,het soms raadselachtig ogende gedrag van de beurs te doorgronden en daar in de praktijk greep op te krijgen. En verder om de intellectuele uitdaging en verruiming van de blik op het maatschappelijk en economisch gebeuren.''

Ondanks dat verheven streven doen de namen van de aangesloten clubs een hoog gezelligheidsgehalte vermoeden. Zo is er het Drenthse `Cashboys' en het Brabantse `$am $am'. In Gelderland zit `Kieken wat wot'; Limburg huisvest `Het Spaarvarken' en Noord-Holland `Dirty Cash'. Verder beleggen in de Noordoostpolder `Het zesde zintuig', in Overijssel `C(r)ash' en in Utrecht de `Call Girls'. De meeste clubs komen eens per maand bijeen en leggen dan elk zo'n 100 gulden in. Gezamenlijk discussiëren ze over de stand van de portefeuille en nemen beslissingen. Een leuke bijkomstigheid is volgens Van de Watering-Geesink ,,dat je een stel onafhankelijke mensen om je heen hebt die je over financiële privé-kwesties om hun mening kunt vragen. Want een bankadviseur, effectencommissionair of tussenpersoon heeft altijd een verkoopbelang waarmee je rekening moet houden.''

Toch riep de integriteit van beleggingsclubs onlangs (Kamer)vragen op. De Doetinchemse beleggingsclub `D'n Anwas' raakte, mede door toedoen van hun Rabobank-adviseur, in ernstige financiële problemen. ,,Ze waren geen lid van de NCVB hoor'', verklaart Van de Watering-Geesink. Wel verduidelijkte De Nederlandsche Bank naar aanleiding van het incident dat een beleggingsstudieclub, mits besloten, niet onder hun toezicht valt. Normale NCVB-clubs zijn daarmee gevrijwaard van overtreding van de Wet Toezicht Beleggingsinstellingen. Wel beloert hen een ander type wetsovertreding: misbruik van voorkennis. Zo'n fout kan ontstaan doordat een lid betrokken is bij het reilen en zeilen van een beursgenoteerde onderneming. Het NCVB-huisblad Beter Beleggen geeft tips ter voorkoming van dit stafbare feit: ,,Leden onthouden zich in elk geval van discussie over het beleggen in vennootschappen waarbij hij (of zijn/haar partner) is betrokken. Veiliger echter is dat de hele club niet in die vennootschappen belegt.''

Uit een recent onderzoek onder NCVB-leden blijkt dat 61 procent minimaal een HBO-opleiding heeft genoten. Toch vindt Van de Watering-Geesing beleggen absoluut niet typisch iets voor hoger opgeleiden. ,,Iedereen die maandelijks 50 à 100 gulden kan missen, kan meedoen. Er zijn leden die nauwelijks of geen privé-portefeuille hebben. Die willen via de club juist eerst iets leren voordat ze zelf in aandelen stappen. ,,Geïnteresseerden verwijst de NCVB door naar een van de vijftien regiovertegenwoordigers. Deze vrijwilligers weten welke clubs leden zoeken. Daarnaast organiseren ze bedrijfspresentaties, lezingen of bedrijfsbezoeken. Leden mogen ook gratis meedoen aan de jaarlijkse Beurscompetitie. Wie geen plek krijgt in een bestaande club, kan voor 50 gulden een jaar lang aspirant-lid worden. Driemaandelijks ontvangen ze dan namen en adressen van andere aspirant-leden, waarmee ze contact kunnen zoeken. Zelf geïnteresseerden werven en zich als complete club aanmelden bij de NCVB mag ook. De contributie is 35 gulden per lid per jaar. Studenten betalen de helft.

Als het aan de NCVB ligt, leggen de clubs de nadruk op kennisverwerving in plaats van op resultaten, al wordt dat niet afgedwongen en is elke club vrij om te doen en laten wat de leden willen. Ruim een derde van de clubs, zo blijkt uit onderzoek, handelt uit speculatieve overwegingen in aandelenopties. Anderzijds, zo meldt Van de Watering-Geesink, zijn er clubs die met inleggen zijn gestopt, omdat ze het clubvermogen hoog genoeg vinden, of clubs die hun winst gebruiken om samen gezellig uit eten te gaan. Zo'n dertig procent van de leden heeft maximaal drie jaar beleggingservaring. Deze groep heeft dus, net zoals circa 400.000 andere beleggende Nederlanders, nog nauwelijks weet van beleggen bij zwaar beursweer. Vooral dan zal blijken in hoeverre kennis en studie beleggers vrijwaren van verliezen.

Informatie: NCVB tel (020) 520 86 20, internet: www.ncvb.nl