Dioxine knevelt pluimveehouder

Na anderhalf jaar van slappe eierprijzen en hard ploeteren had pluimveehouder Kees de Jong uit Waddinxveen tot voor kort goede hoop op betere tijden. Tot de dioxine-affaire vanuit België deze maand roet in het eten gooide.

Hij gaat er van uit dat hij de huidige crisis overleeft. Maar leuk is anders. Kees de Jong (32), pluimveehouder in Waddinxveen had er al geen juichend jaar opzitten. Maar terwijl de eierprijs – sinds februari vorig jaar in het slop – de laatste maanden langzaam een stijgende lijn vertoonde, doorkruiste de Belgische dioxine-affaire de hoop dat er weer een goede tijd aankwam.

,,Vorig jaar heb ik quitte gespeeld'', vertelt De Jong, ,,en ik denk dat veel van mijn collega's dat niet kunnen zeggen. Er is veel gerenoveerd en geïnvesteerd. Als dit tot ver na de zomer gaat duren, denk ik dat er nogal wat zijn die het knap benauwd gaan krijgen. Anderzijds zeg ik dat een goed bedrijf door zo'n klap niet mag omrollen. Toen wij vijf jaar geleden de plannen voor een grote uitbreiding gereed hadden, heb ik de Landbouwvoorlichtingsdienst, mijn bank en mijn accountant gevraagd de zaak nog eens goed door te rekenen, met als richtlijn dat ik drie slechte jaren moest kunnen hebben. Geen een uitgezonderd zeiden ze dat het goed moest kunnen,'' zegt De Jong, begin 1999 genomineerd als agrarisch ondernemer van het jaar.

De Jong vormde in `84 een maatschap met zijn vader, die het bedrijf twintig jaar eerder in toen supermoderne staat was begonnen. Daarvoor had vader De Jong koeien en kippen. In `89 ging Kees alleen verder. Vijf jaar later was het bedrijf qua omvang verdubbeld, gemoderniseerd en vooral geautomatiseerd. Hij beschikt nu over vier stallen, die elk 7.000 scharrelkippen huisvesten. Op elke vierkante meter stappen gemiddeld zeven hennen in het rond. Anders dan in een legbatterij kunnen ze naar eigen believen de hele stal door een nestkast opzoeken om een ei te leggen. Op lange planken kunnen ze `roesten' (slapen).

Ze leggen als ze twintig weken zijn zo'n zes eieren per week, een aantal dat geleidelijk afneemt tegen de tijd dat ze - na een maand of veertien - naar de slachterij gaan. Scharrelpluimveebedrijf Fa. De Jong levert dus wekelijks zo'n 160.000 eieren aan zijn afnemer, rond acht miljoen per jaar. ,,Het is dus een makkelijke rekensom. Als de eierprijs gedurende een jaar een cent lager is, scheelt je dat 80.000 gulden.''

Hoe ver de prijs van de eieren nog zal dalen blijft de vraag. De consument in Duitsland - onze grootste afzetmarkt – heeft massaal afgezien van Nederlandse eieren, maar ook de binnenlandse markt is fors ingezakt. Dat was een maand geleden niet te voorzien. Sterker: de `Barneveldse notering' van 3 juni toonde nog een lichte prijsstijging van 0,8 cent.

,,Ik weet nog dat ik eind mei iets op teletekst zag over dioxine in België. In dat geval ga je d'r van uit dat als de affaire tot België beperkt blijft, de prijs hier omhoog kan gaan omdat er een zekere krapte ontstaat. Maar het bleek hierheen te waaien. Eerst wilde mijn handelaar een garantie voor het voer dat ik sinds januari heb gebruikt. Dat was geen punt. Ik voer een `merk-ei' (zoals het Volaren Ei, 4 Granen Ei en het Maïsscharrel Ei, red.) dat van een kip komt die gegarandeerd uitsluitend plantaardig voedsel heeft gekregen, dus niet vermengd met diermeel, vismeel of allerlei vetten. Later wilde de afnemer ook garanties van de broederij en het opfokbedrijf, waar mijn kippen vandaan komen. Dat was evenmin een probleem,'' zegt De Jong.

Maar ruim een week later ging het toch mis. De prijs zakte ineens met 2,3 cent, nog een week nadien met weer eens een cent. Orders uit Rusland werden afgezegd, over een enorme lading Nederlandse eieren in Hongkong ontstond discussie. Hoewel `de ergste drukte nu lijkt te zijn geweken', wreekt zich het feit dat opgezouten voorraden `tegen elke prijs worden weggezet'.

Daar is nog een probleem bijgekomen. De Nederlandse leghennenhouders laten hun kippen voor een goed deel – 150.000 per week – in België slachten, maar die abattoirs zijn wekenlang geblokkeerd geweest door de dioxine-affaire. Met als gevolg dat Nederlandse kippenboeren langer met hun leghennen blijven zitten, en opfokbedrijven hun jonge dieren niet kwijt kunnen, terwijl die aan de leg komen. Een opfokbedrijf is daar totaal niet op ingericht. De pluimveehouders hopen nu dat de Nederlandse slachterijen overuren willen gaan maken om dit `logistieke probleem' tot een goed eind te brengen. Maar die situatie werkt ook weer door in de prijs die de boeren voor hun - afgedankte - hennen krijgen. ,,Voor witte kippen moet je al een kwartje per kilo bijbetalen, anders komen ze die niet eens halen. Bij bruine kippen moet je vijftien cent per kilo bijbetalen. Ik heb het geluk dat ik bruine grondkippen heb. Die zijn bij de slachterij erg geliefd, omdat ze fors en sterk zijn door de vele beweging die ze in een scharrelstal hebben. Voor die kippen krijg ik in elk geval nog wat. Bij mij zijn vorige week de hennen opgehaald en dat had ik al maanden van tevoren met de slachterij gepland.''

Feit is dat bij een gemiddeld pluimveebedrijf de eieropbrengsten zelfs de voerkosten niet dekken. ,,Die vijf eieren die een kip per week legt leveren nu 22,5 cent op, terwijl er voor een kwartje voer ingaat. Dan heb ik het niet over water, electriciteit, arbeid, rente en afschrijving. Voer maakt ongeveer zestig procent van de kostprijs uit,'' zegt De Jong.