DE MAAN HEEFT ZEER LANGE STAART VAN IJL NATRIUMGAS

Onderzoekers van de universiteit van Boston (VS) zijn er in geslaagd de zeer lange `staart' van natriumgas van de maan te fotograferen. De staart werd ontdekt op opnamen van dat deel van de hemel dat tijdens nieuwe maan precies tegenover de maan (en dus ook de zon) staat. Astronomen weten al meer dan tien jaar dat de maan wordt omringd door een uitgestrekte wolk van zeer ijl natriumgas en dat deze wolk (of beter gezegd: exosfeer) door de stralingsdruk van het zonlicht als een komeetstaart wordt uitgerekt (Geophysical Research Letters, 15 juni).

De natriumatomen komen vrij door de inslag van micrometeorieten, waarbij zowel materiaal van de maanbodem als de meteorieten zelf verdampt. Hierbij komen behalve natriumatomen ook positief geladen ionen van bijvoorbeeld zuurstof, silicium en aluminium vrij. Sommige deeltjes vallen na een tijdje weer terug op de maan, maar andere hebben zo'n grote snelheid dat ze van de maan ontsnappen en de ruimte in vliegen. De positief geladen ionen zijn in de afgelopen jaren met behulp van satellieten in de omgeving van de aarde waargenomen, maar van de neutrale natriumatomen wist men tot nu toe niet hoe ver zij zich van de maan zouden kunnen verwijderen.

De onderzoekers in Boston hadden in augustus en november 1998 in de perioden rond nieuwe maan met een elektronische all-sky camera de hemel gefotografeerd. Op het punt recht tegenover de maan was toen enkele malen een lichtvlek met een diameter van 3 tot 4° te zien. De vlek was alleen te zien op opnamen die in natriumlicht waren gemaakt en alleen in de drie nachten rond nieuwe maan. Op de dag van nieuwe maan zelf was de lichtvlek steeds vrijwel rond, maar in de nacht ervoor of erna was hij langgerekt. Dit wijst er volgens de onderzoekers op dat het hier om de natriumstaart van de maan gaat. Die staart strekt zich blijkbaar uit tot ver voorbij de baan van de aarde en is het duidelijkst te zien wanneer de aarde zich op de hoofdas (en dus in de staart zelf) bevindt.

In een tweede artikel in de GRL laten de onderzoekers zien dat de extra grote helderheid van de lichtvlek c.q. natriumstaart op 19 november het gevolg was van de passage van de maan (en de aarde) door het dichtste deel van de meteorenzwerm van de Leoniden. Die passage vond plaats op 17 november, op welke dag het maanoppervlak door een veel groter aantal micrometeorieten werd getroffen dan normaal. Volgens de berekeningen zouden de toen vrijgekomen natriumatomen er inderdaad ongeveer twee dagen voor nodig hebben gehad om de omgeving van de aarde te bereiken.