De beste weeën krijg je thuis

Nederland is het laatste Westerse land waar thuis bevallen normaal is. Daarbuiten belanden zwangere vrouwen doorgaans als patiënt in het ziekenhuis. Ze kunnen er pijnloos bevallen (Canada), moeten een verplichte aidstest afleggen (Rusland) of krijgen een laxeermiddel (Spanje). Nederlandse vroedvrouwen hebben een missie.

Midden in de nacht braken de vliezen. Marianne Visser (32) maakte haar vriend wakker. De baby was drie weken te vroeg, het hangwiegje hing nog niet eens. Het vruchtwater was mooi helder, geen reden om de vroedvrouw te bellen. Toen gingen ze maar weer slapen. 's Ochtends maakten ze een korte wandeling, want het was mooi weer. Af en toe voelde Marianne een voorwee. Ze belden de verloskundige, die wat vragen stelde en aankondigde 's middags te zullen komen. ,,Vervolgens ging het lekker in mijn eigen tempo verder'', zegt Marianne. ,,Ik kon gewoon de dingen doen waar ik zin in had. We hadden geen koord om het wiegje op te hangen en het was zondag, dus de winkels waren dicht. Toen hebben we er samen een zitten vlechten.''

Een typisch Nederlands verschijnsel staat sinds kort onder druk: de thuisbevalling met de vroedvrouw. Zwangere en barende vrouwen eindigen steeds vaker in het ziekenhuis, bij de gynaecoloog. Soms wegens medische complicaties als hoge bloeddruk of niet vorderende ontsluiting. Of, zoals in delen van Amsterdam, door het tekort aan verloskundigen en kraamhulpen. Maar volgens G.H. Visser, hoogleraar verloskunde in het Medisch Centrum Utrecht, neemt de `medicalisering' vooral toe omdat vrouwen dat zelf willen. ,,Als een vrouw één keer een moeilijke bevalling heeft gehad, komt ze bij de volgende van te voren even praten. Dan zegt ze: Ik wil niet meer zo'n slachtpartij. Of haar man zegt dat. `Wij willen een keizersnee'.'' Gynaecologen zijn geneigd daarnaar te luisteren, zegt Visser. ,,Er wordt in Nederland wel om minder geopereerd.''

Maar het Nederlandse systeem dicteert anders. Vroedvrouwen en huisartsen, gesteund door regering en verzekeraars, propageren een bevalling zonder medisch ingrijpen. Geen inleiding, geen pijnbestrijding, geen kunstverlossing, geen keizersnede. Zwangerschap is geen ziekte maar een normaal, gezond proces, zegt Agaath Schoon, directeur van de vroedvrouwenschool in Amsterdam. En de beste plek daarvoor is thuis, waar de vrouw het meest ontspannen is. ,,Dat geeft de beste weeën en de meeste kans op een vlotte bevalling.'' Alleen bij complicaties verwijst een vroedvrouw iemand door naar de gynaecoloog. Dit overkomt naar schatting een kwart van de vrouwen die onder begeleiding van een vroedvrouw aan de bevalling beginnen.

PvdA-Kamerlid Marjet van Zuylen verzette zich onlangs in Opzij tegen de `vroedvrouwenmafia' die barende vrouwen veroordeelt tot pijn. Ze zegt tal van verhalen te kennen van vrouwen die hierover tijdens de bevalling met hun vroedvrouw moesten `onderhandelen'. ,,Er is geen sprake van vrijwilligheid'', zegt Van Zuylen. ,,Het is sociale dwang.'' Uit de reacties op haar uitspraken (,,enorme woede en agressie, ook van vrouwen die vinden dat je mét pijn moet bevallen'') leidt ze af dat de thuisbevalling voor sommigen een ideologie is. Van Zuylen vindt dat de wens van de vrouw de doorslag moet geven, in alle gevallen. ,,Bij de tandarts krijgen ook veel mensen een spuitje voor er geboord wordt. De vroedvrouw gaat niet over mijn pijngrens.'' Ze gelooft niet in nobele motieven van vroedvrouwen die de thuisbevalling propageren. ,,Hun doel is gewoon de beroepsgroep in stand te houden.''

Vooruitgang

Nederland heeft het hoogste aantal thuisbevallingen in de Westerse wereld. Twee jaar geleden bedroeg het aantal volgens het CBS bijna 36 procent (van de circa 180.000 bevallingen). In de rest van Europa is het fenomeen al jaren vrijwel uitgestorven. Zweden was in 1960 het eerste land waar nagenoeg alle baby's in het ziekenhuis ter wereld kwamen, zo blijkt uit een proefschrift uit 1997 van T. Wiegers. De ziekenhuisgeboorte gold als product van de vooruitgang; veiliger, hygiënischer, een zaak van specialisten.

Ook in Nederland nam het aantal thuisbevallingen in de tweede helft van de eeuw af – in 1965 bedroeg het nog 68 procent – maar zonder geheel te verdwijnen. De Nederlandse regering hield zich afzijdig, in tegenstelling tot bijvoorbeeld die in Groot-Brittannië, waar zij in de jaren zestig bepaalde dat het ziekenhuis de aangewezen plaats voor een bevalling was. Sinds de jaren zeventig kent Nederland ook een mengvorm: bevallen in het ziekenhuis onder begeleiding van vroedvrouw of huisarts. Volgens Wiegers wilden regering en ziekenfondsen zo voorkomen dat de kosten zouden stijgen door veel onnodige `specialistenbevallingen'. De `poliklinische bevalling' werd in korte tijd populair.

Toch bleef de daling van het aantal thuisbevallingen achter bij andere landen. Volgens P.E. Treffers, emeritus-hoogleraar verloskunde en gynaecologie en adviseur van de World Health Organisation, komt dat vooral door de sterke positie van Nederlandse huisartsen en verloskundigen. Volgens de Ziekenfondswet van 1941 kunnen ziekenfondspatiënten alleen naar een specialist op verwijzing door een huisarts of een vroedvrouw. Nederlandse vroedvrouwen krijgen een zware, vierjarige opleiding en hebben veelal een zelfstandige praktijk. Voor bevallingen hebben zij het primaat boven de huisarts; als er een vroedvrouw in zijn regio woont, krijgt die een bevalling niet vergoed. In landen als België en Duitsland ontbreekt zo'n regeling en kan iedereen zelf naar de specialist stappen. Vaak doet die zelfs de prenatale zorg. Een vroedvrouw is het hulpje van de gynaecoloog, werkend in het ziekenhuis.

Concurrentie

Treffers vindt dat de `normale bevalling' de voorkeur verdient. Naast een relatief hoog aantal thuisbevallingen heeft Nederland een laag percentage keizersneden, ongeveer tien procent, tegen zo'n twintig procent in de omringende landen. Dat komt volgens Treffers doordat gynaecologen geneigd zijn onnodig in te grijpen wanneer zij een bevalling begeleiden. ,,Dat is ongetwijfeld het geval'', zegt Visser, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. ,,Als je extra hulpmiddelen hebt zul je ze vaker gebruiken.''

Visser is vóór de thuisbevalling zolang de risico-zwangerschappen in handen zijn van de gynaecoloog. Het Nederlandse systeem werkt, zegt hij. Eén zwakte kent het maar: ,,Het staat of valt met een goede communicatie tussen huisartsen en vroedvrouwen en gynaecologen.'' Die verloopt volgens Visser ,,beter dan voorheen''. De traditionele concurrentie tussen vroedvrouwen en gynaecologen is geluwd nu ziekenhuizen beperkte budgetten hebben, gynaecologen niet meer per verrichting worden betaald en verloskundigen omkomen in het werk. Daarbij kampen ziekenhuizen met beddentekorten en personeelsgebrek op de neonatologie-afdelingen. ,,Niemand zit te wachten op meer bevallingen.''

Marianne Visser kreeg halverwege de middag felle, zware weeën. Vroeg in de avond begonnen de persweeën. De verloskundige kwam opnieuw. ,,Om acht uur ging ik op de baarkruk zitten. Kees zat achter me op een stoel.'' Ze maakte de geboorte bewust mee. ,,Ik voelde steeds het hoofdje zitten. Ik had het gevoel dat ik wist waar de baby heenging.'' De verloskundige keek, moedigde aan, gaf aanwijzingen om te verzitten en raadde haar aan op bed te gaan liggen toen inscheuring dreigde. Twee persweeën later was het kind geboren. ,,In een paar seconden lag het op mijn buik.'' Het was negen uur 'savonds, het begon donker te worden. ,,In alle rust konden we ervan genieten. Pas na tien minuten zijn we gaan kijken of het een jongetje of een meisje was.''

Het is een jongetje. Hij heet Niels.