Burgeroorlog op herhaling

De Amerikaanse Burgeroorlog is al 134 jaar voorbij, maar in het Zuiden is de herinnering aan dat conflict nog springlevend. Duizenden liefhebbers spelen 's zomers belangrijke veldslagen na.

Als de zon zijn eerste stralen over de heuvels van Virginia werpt, barst het gebulder van kanonnen los. Uit duizenden kelen klinkt krijgsgejoel. Uit geweerlopen klinken doffe knallen. Paarden hinniken, geschreeuwde bevelen verwaaien in de herrie, en een dikke kruitdamp vermengt zich met de ijle ochtendmist. Het is een prachtige dag voor een veldslag. Ruim vijftienduizend Amerikanen zijn vroeg opgestaan om ervan te genieten.

De Amerikaanse Burgeroorlog (1861 tot 1865) is nog altijd niet afgelopen. Een groeiend aantal liefhebbers is gefascineerd door dat bloedige conflict, dat honderdduizenden Amerikanen het leven kostte en dat het land aan de rand van de afgrond bracht.

Voor boeken, tijdschriften, televisieseries en internet-sites over de Burgeroorlog bestaat een enorm publiek. Nabestaanden van gesneuvelde soldaten verenigen zich in clubs. En als het zomer is trekken duizenden Amerikanen negentiende eeuwse kostuums aan, om met authentiek ogende wapens en grote toewijding de veldslagen van hun voorvaderen na te spelen.

In de heuvels bij Culpeper, zo'n honderdvijftig kilometer ten zuidwesten van Washington, werden het vorig weekeinde de hoogtepunten opgevoerd van de strijd die generaal Ulysses S. Grant en zijn mannen daar in 1864 voerden tegen de al ernstig verzwakte zuidelijke troepen van Robert E. Lee. De twee legers vochten hier zo'n drie maanden tegen elkaar, maar de confrontatie is nu teruggebracht tot drie dagen. In plaats van 185.000 man, nemen er nu zo'n tienduizend aan deel.

Zaterdag om zes uur 's ochtends staat al een forse menigte toeschouwers te kijken langs de rand van het omgeploegde maïsveld waar de strijd woedt. Het zijn gezinnen met kinderen, groepjes mannen met camouflagepetjes, vrouwen in hoepelrokken. Ze hebben klapstoelen en koelboxen bij zich. Met verrekijkers, fototoestellen en videocamera's volgen ze hoe de regimenten van Grant keurig in het gelid over een heuvelrug marcheren. Op een teken van hun bevelhebber te paard openen de mannen in het blauw het vuur op de troepen van Lee, die zich in loopgraven verschanst hebben. Gejuich klinkt er pas als de soldaten van Lee in hun grijze uniformen een tegenaanval doen. ,,Kom op, Dixie'', roept een vrouw met pijpekrullen en een parasolletje.

Ondanks de felle strijd vallen er aanvankelijk niet veel doden. De bedoeling is weliswaar dat de veldslag zo authentiek mogelijk is, maar wie wil er nu na alle voorbereidingen in de eerste minuten al sneuvelen? Na verloop van tijd slaan er toch wat soldaten tegen de vlakte, en een enkel slachtoffer benut zijn positie om close up wat mooie plaatjes van zijn strijdmakkers te schieten.

,,We kunnen niet echt teruggaan in de tijd'', erkent een van de zuidelijke soldaten na afloop met enige spijt in zijn stem. ,,Maar we kunnen wel een venster openen naar de oorlog en de mensen die erin vochten.'' Robert Pugh draagt een grijs-wollen uniform met koperen knopen over zijn dikke buik. Hij heeft een lange, krullende baard en in zijn hand houdt hij een groot geweer met bajonet. Hij is grootvader, maar al twee dagen kampeert hij hier in zijn primitieve tentje - ,,want we proberen het allemaal zo authentiek mogelijk te doen''.

Pugh neemt jaarlijks meerdere malen deel aan heropvoeringen van veldslagen. Trots wijst hij op zijn militaire uitrusting, tent en kookgerei die zorgvuldige immitaties zijn van de negentiende-eeuwse voorbeelden. Dat er destijds maar weinig soldaten van zijn leeftijd en buikopvang waren, neemt hij kennelijk voor lief.

Voor Pugh hebben de nagespeelde veldslagen ook een politiek aspect. ,,De misvatting is wijdverbreid dat de oorlog ging over de afschaffing van de slavernij. Dat hebben de historici er maar van gemaakt. Het zuiden vocht voor het recht op zelfbeschikking. Maar in deze politiek correcte tijden ben je meteen een racist als je het voor de zuidelijke staten opneemt.''

Vooral de vlag waarmee de zuidelijke rebellen ten strijde trokken is nog altijd een omstreden symbool. Veel zuiderlingen zien de vlag met zijn diagonale kruis als een deel van hun verleden, dat ze kunnen noch willen verloochenen. Maar de meeste Amerikanen zien er met reden een symbool in van de strijd van de zuidelijke staten om de slavernij niet te hoeven opgeven. Rechtse jongeren gebruiken de vlag om te provoceren. En tot ergernis van velen wappert de vlag nog altijd boven de koepel van het capitool van South-Carolina. Ook het publiek langs het slagveld bij Culpeper had zaterdag veel Confederate Flags bij zich. Onder de toeschouwers bevond zich hooguit een enkele zwarte Amerikaan.

In het reusachtige tentenkamp van de noordelijke troepen, dat vriendschappelijk naast dat van de vijand ligt, zit generaal Dana Heim met enkele ondergeschikten voor zijn tent. Heim is een ernstige man met een puntbaardje en een klein brilletje op zijn neus. Hij is in het dagelijks leven beroepsmilitair geweest, vertelt hij, en als naspeler van de burgeroorlog is hij sinds 1972 opgeklommen van soldaat tot generaal. Hij voert nu het bevel over alle noordelijke troepen. Een grote, zwarte koffiekan staat te pruttelen boven een vuurtje, en voor de generaal op tafel ligt een draagbare telefoon, waar hij af en toe wat commando's in blaft.

,,Wij eren hier de oorlog niet'', zegt Heim, ,,maar de mannen die de oorlog vochten. Hersenchirurgen vechten hier schouder aan schouder met fabrieksarbeiders om het verleden tot leven te brengen. Je kan nog zoveel over de oorlog lezen, maar pas als je het naspeelt besef je wat een moed onze over-overgrootvaders gehad moeten hebben.'' Dan excuseert hij zich, de slag bij Laurel Hill begint over een half uur.