Bril

De nachttrein van Kiev naar Odessa rijdt met het laatste licht de stad uit. In de buitenwijken flaneren jongens en meisjes langs de rails. Onder de bomen zit een familie aan tafel. Een dorp, half huizen, half containers. Moestuinen, met daarnaast kleine tarweakkertjes voor eigen gebruik. Warm, rood licht begint uit de huizen te schijnen. Nog meer moestuinen, vol aardappels. Tarwe, aardappels, het gaat maar door. Hier is een volk, om welke reden ook, bezig zich voor te bereiden op een zware winter.

`Odessa heeft tijden van welvaart gekend en is nu op zijn retour – een poëtische, nogal zorgeloze en heel hulpeloze retour', schreef Isaak Babel in 1916. In het Literatuurmuseum hangt nog zijn ronde brilletje, samen met zijn vulpen. Het is, naast zijn boeken, het enige dat van dit joodse kind van Odessa over is. Babel was een groot talent, maar al in 1934 noemde hij zichzelf vooral `een grootmeester in een nieuw literair genre: de kunst van het zwijgen'.

Op 15 mei 1939 werd hij door Stalins geheime dienst van bed gelicht. In zijn zenuwen zette hij zijn bril af, en liet die op tafel achter. ,,Die heeft hij niet meer nodig'', hoonden ze bij de gevangenis. Tien jaar lang beweerden ze dat hij gezond in een werkkamp zat. Pas toen in 1987 de dossiers opengingen, bleek dat hij al in januari 1940 was geëxecuteerd.

Babel schreef: `In Odessa heb je strelende en verfrissende lenteavonden, de penetrante geur van acacia's en boven de donkere zee een maan die gestadig een onweerstaanbaar licht uitstraalt.' Aan die feiten is nog altijd niets veranderd. Al het andere is vermoord.