Berichten uit de jungle

De financiële wereld is een jungle waar roof de wet is, blijkt uit het nieuws van de afgelopen weken. De kortetermijnwinsten van verkopers, bemiddelaars en andere snelle vogels gaan voor de lange-termijnbelangen van consumenten. Omzet en persoonlijk gewin zijn de heilige koeien, de rest is bijzaak. Het poldermodel geeft iedereen ruimte om zich uit te leven, mits het onder de pet en binnen de perken blijft. Enkele voorbeelden.

De vereniging van (grote) assurantiemakelaars (NVA) besteedde de afgelopen jaren miljoenen guldens om in de publiciteit uit te leggen dat bemiddelaars geen ordinaire verkopers zijn, maar onafhankelijke adviseurs op wie wij kunnen bouwen. Is dat zo?

De NVA overweegt op termijn kantoren toe te laten die geheel of voor meer dan een derde eigendom zijn van een verzekeraar. Hetgeen vanzelfsprekend betekent dat de verzekerings- en beleggingsproducten van de eigenaar/verzekeraar in de advisering worden voorgetrokken. De NVA bestrijdt die kritiek en stelt dat de betrokken bemiddelaars niet verplicht zijn om de polissen van de baas te verkopen. En bovendien zien veel verzekeraars onafhankelijk advies als een moderne strategie om klanten te benaderen.

Pas nu komt aan het licht wat de NVA en verzekeraars eigenlijk verstaan onder onafhankelijk: de bemiddelaar is vrij om een verzekeraar te kiezen, er bestaat geen gedwongen winkelnering. De klant definieert, als hij uitgaat van zijn eigen behoeften, het begrip onafhankelijkheid anders. Bijvoorbeeld zo. Sluit ik een pensioenverzekering of beleg ik zelf voor mijn oude dag? Op die vraag wil hij antwoord van een onafhankelijke adviseur. Een NVA-adviseur redeneert naar een verzekering toe, want daar verdient hij aan.

Ook de effectenbeurs neemt een loopje met beleggers en mensen die beleggen via een verzekering. De toonaangevende aandelenindex van de beurs, de AEX, wordt berekend uit de 25 meest verhandelde fondsen. Het verloop van die index zegt dus iets over de bereidheid van (inter)nationale grote beleggers om geld te stoppen in de grootste Nederlandse beursfondsen.

Per saldo steeg de AEX-index flink in de afgelopen jaren. Vandaar dat veel financiële producten, meerjarige contracten, qua resultaat draaien om die index.

Het is een populaire trekpleister, een motor, een keurmerk van voorspoed op de beurs, althans volgens de effecten- en verzekeringswereld. Maar als de aandelen van de zeven tot tien grootste aandelen (onder meer ABN Amro, Aegon, Ahold, ING,Koninklijke Olie, Philips, Unilever) naar de Europese beurs gaan, vermindert de waarde van die index, die in feite qua kwaliteit verdwijnt.

In de laatste Amsterdam Exchanges Nieuws bestrijdt beursdirecteur Möller die mening. `De AEX-index zal door ons tot in lengte van dagen verzorgd en verrekend worden. Wij zijn nog steeds actief bezig om de handel in deze index te bevorderen. Daaruit blijkt ook dat we er nog zeer veel waarde aan hechten.'

Hij draait om de hete brij heen. De A-merken uit de index promoveren naar de Champions League en worden vervangen door B-merken, waardoor de kwaliteit vermindert. Je vervangt vitale motoronderdelen door minder goede, wat de betrouwbaarheid beïnvloedt. Of: zullen grootbeleggers Amsterdam links laten liggen en kiezen voor de Europese beurs?

Voor ervaren speculanten en gokkers in optie- en termijncontracten op de AEX maakt het niet uit of die index verandert, omdat het meestal gaat om kortlopende rechten en verplichtingen. Dat is niet het geval bij aan de AEX gerelateerde financiële producten en polissen die meerdere jaren lopen en worden gesloten door onervaren consumenten. Het is merkwaardig dat de verkopers niet verplicht kunnen worden aan te geven dat de samenstelling van de index (waar het allemaal om draait) in de komende jaren sterk gaat veranderen.

De effectenbeurs, banken, commissionairs, beleggingsfondsen en verzekeraars zijn het zicht op de behoeften van (potentiële) beleggende klanten kwijt. Zij bedelven ons onder een brij van beleggingsfondsen, optieachtige producten met vreemde namen en indexen.

Die modieuze, kostbare aanpak heet financial marketing, werkt averechts en schrikt mensen af, blijkt uit de cijfers van de beurs. In de eerste vijf maanden van dit jaar bedroeg de totale optieomzet circa 19 miljoen contracten – 32 procent minder dan in dezelfde periode vorig jaar – waarvan bijna 16 miljoen of 85 procent in optie op aandelen. De omzet in index-opties daalde met 40 procent tot slechts 2 miljoen contracten of 10,5 procent. In de speciale opties (daling 66 procent) ging amper iets om. Beleggers laten zich dus niet van de wijs brengen en beperken zich tot de opties waarvoor de beurs is opgericht: aandelenopties. Dat is goed nieuws.

Ander goed nieuws is het optreden van de nieuwe STE-voorzitter Docters van Leeuwen. Hij vindt dat beleggers beter beschermd moeten worden en verwijst naar de Britse opzet die veel strenger is dan de Nederlandse: de informatie over beleggingsconstructies moet even helder zijn als die op het etiket van een pot jam.

Eigenlijk gaat dat niet ver genoeg. De bijsluiter van een belegging moet lijken op die van een medicijn: werking, bijwerkingen, voor wie bedoeld, voor wie niet, gevaren, dosering enzovoort.