Benauwende stallen

Werken in varkensstallen is niet goed voor mensenlongen. Door bacteriële resten, ontsmettingsmiddelen en stuivend voedermeel.

DE LONGFUNCTIE van aan veel stof en ontsmettingsmiddelen blootgestelde varkensboeren gaat jaarlijks 2,5 keer sneller achteruit dan bij laag-blootgestelde varkenshouders. De laatsten verliezen ongeveer 40 milliliter per jaar aan longcapaciteit (gemeten als het geforceerd uitgeblazen volume in één seconde). Gemiddeld verliezen gezonde mensen ongeveer 30 milliliter per jaar. De varkenshouders die in een stoffige omgeving werken, die vaak ontsmetten en een voersysteem hebben dat droog voer distribueert, verliezen vaak wel 100 millimeter per jaar. Deze varkenshouders lopen op middelbare leeftijd al tegen de grenzen van hun longcapaciteit op. Ze zullen eerder buiten adem raken en in hun activiteiten beperkt raken.

Bedrijfsarts Peter Vogelzang, die vorige week in Nijmegen zijn proefschrift Airway disease and risk factors in pig farmers verdedigde, stelde vast dat de ernst van de achteruitgang afhankelijk was van de dosis stof met bacteriële resten (endotoxinen) en ontsmettingsmiddelen waar de varkenshouders dagelijks of regelmatig aan blootgesteld werden.

Vogelzang verkreeg zijn gegevens door een groep van ruim 200 varkenshouders drie jaar te volgen. De inrichting en bouw van hun stallen, hun manier van werken en de duur van hun blootstelling aan stof en bestrijdingsmiddelen werden gerelateerd aan hun luchtwegklachten en aan de meetgegevens van longfuncties.

De endotoxinen veroorzaken de meeste longproblemen. Het zijn stoffen die door (gramnegatieve) bacteriën worden uitgescheiden en ontstekingsreacties veroorzaken. Die bacteriën groeien vooral in het strooisel (stro of houtkrullen) waar de varkens op leven, of dat hen, in de moderne dierenwelzijnstermen, in de grote varkensstallen `ter afleiding' wordt verstrekt.

Vogelzang: ``De endotoxinen komen met stof de luchtwegen binnen, veroorzaken er een ontsteking en beschadigen de cellen die de luchtwegen bekleden. Bij iemand die jaar in jaar uit bijna dagelijks is blootgesteld aan een lage concentratie zie je vaak een chronische ontsteking van de luchtwegen. Zo'n chronische bronchitis veroorzaakt op den duur een afname van de diameter van de luchtwegen. Dat meten we als achteruitgang van de longcapaciteit. Een ander effect zie je soms na een piekblootstelling aan endotoxinen. Dan kan ODTS ontstaan, het organic dust toxic syndrome.''

ODTS is een ziekte die begint als griep: koorts, spierpijn en algemene malaise. De griepverkoudheid blijft uit en na een paar dagen is alles voorbij. ``ODTS ontstaat enkele uren na een hoge blootstelling, bijvoorbeeld als iemand een stapel hooi verplaatst die al lang ergens in een hoek ligt. De endotoxineconcentratie in de lucht kan dan oplopen tot boven de 1.000 nanogram per kubieke meter lucht. Dat is tienmaal hoger dan de gemiddelde blootstelling van varkenshouders.''

Vogelzang mat tijdens zijn onderzoek endotoxineconcentraties in de stof van gemiddeld 105 nanogram per kubieke meter stallucht. Een norm voor endotoxinebevattende stof is er nog niet. De Gezondheidsraad adviseerde vorig jaar de norm op 5 nanogram per kubieke meter te stellen. Het wachten is op een advies van de Sociaal Economische Raad. Een woordvoerder van het ministerie Sociale Zaken en Werkgelegenheid wijst er trouwens op dat zo'n norm alleen geldt voor werknemers van bedrijven. De meeste varkenshouders zijn eigen baas en mogen zelf weten of ze in stof wilen werken.

Jos Peerlings is sectorspecialist varkenshouderij van de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie in Tilburg, de organisatie die in 1990 besloot tot het onderzoek naar de gezondheid van varkenshouders dat uiteindelijk door Astmafonds en Praeventiefonds werd gesubsidieerd. Hij brengt daar tegenin dat voorlichting aan de varkensboeren de afgelopen jaren al veel heeft veranderd. Peerlings: ``Veel van wat het onderzoek de afgelopen jaren heeft opgeleverd is al gepubliceerd en heeft in de praktijk tot veranderingen geleid, hoewel dat natuurlijk langzaam gaat. Bij het ontwerpen van stallen, de mate van ventilatie en de aanleg van voersystemen wordt tegenwoordig rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Verder wordt het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen gepropageerd. Je ziet dat veel mensen de piekbelasting ontlopen door bijvoorbeeld bij het laden van dieren en het schoonmaken van de stallen stofkapjes te dragen.''

Vogelzang ziet ondertussen nieuwe gevaren opdoemen. De hygiënische maatregelen die zijn ingevoerd na de recente varkenspestepidemie – dat was na beëindiging van Vogelzangs metingen – heeft de blootstelling van varkenshouders en veewagenchauffeurs aan ontsmettingsmiddelen waarschijnlijk aanmerkelijk verhoogd. Veewagens moeten tegenwoordig op het erf van de boerderij worden gereinigd en ontsmet. De in december vorig jaar ingevoerde regeling verplicht het gebruik van een ontsmettingsmiddel. De quarternaire ammoniumverbindingen (QAC's) die hiervoor worden gebruikt leiden tot astma-aanvallen, vond Vogelzang tijdens zijn onderzoek. Astma is een voorbijgaande vernauwing van de luchtwegen door een allergische reactie. Op langere termijn dragen QAC's echter ook bij aan de blijvende vernauwing van de luchtwegen die tot afname van de longcapaciteit leidt. Varkenshouders die veel met QAC's werken konden daardoor een extra afname van ruim 40 milliliter longvolume per jaar oplopen. Reden voor Vogelzang om één van zijn stellingen aan de nieuwe ontsmettingseisen te weiden: `De verplichte ontsmetting van vrachtwagens om verspreiding van de varkenspest tegen te gaan, zal leiden tot gezondheidsschade bij varkenshouders en chauffeurs.' Peerlings echter: ``Bij het schoonmaken en ontsmetten wordt door gerichte voorlichting veel vaker dan voorheen beschermende kleding gedragen.''

Vogelzang: ``Het merkwaardige is dat mijn buitenlandse collega's die luchtwegproblemen bij varkenshouders onderzoeken geen effect van ontsmettingsmiddelen vonden. Zij zeiden dat die QAC's ook helemaal niet worden gebruikt. Dat is kennelijk een Nederlandse traditie.'' Het College Toelating Bestrijdingsmiddelen meldt dat behalve de QAC's ook natriumhydroxide (natronloog), natriumdichloorisocyanuraat en natrium-p-tolueensulfonchloride zijn toegestaan als ontsmettingsmiddel van veewagens. Dus binnen de regeling kan de branche al op zoek naar ontsmettingsmiddelen die wellicht minder op de luchtwegen slaan.

Jos Peerlings van de ZLTO ten slotte: ``We zien vaak dat eisen die aan de varkenshouderij worden gesteld op gespannen voet staan met wat gezond is voor de varkenshouder. Belangrijk is bijvoorbeeld het spanningsveld tussen de welzijn van het dier en de gezondheid van de varkenshouder. Als je varkens helemaal op stro zou huisvesten, wat de samenleving eigenlijk wil, dan geeft dat een aanzienlijke endotoxinebelasting voor de varkenshouder. En dat niet alleen. Het schoonmaken van de stallen zou ook weer veel zwaarder werk worden, wat tot aanzienlijk meer rug- en schouderklachten zou leiden zoals die in het verleden eigenlijk ook bestonden.''