BAZALTUITVLOEIINGEN VERANDERDEN KLIMAAT OP GRENS TERTIAIR

Het einde van het Krijt (65 miljoen jaar geleden) werd gekenmerkt door het massaal uitsterven van diersoorten. Dat wordt toegeschreven aan de inslag van een reusachtige meteoriet, maar waarschijnlijk speelden ook andere factoren een rol. Zo vond omstreeks dezelfde tijd ook een enorme uitvloeiing plaats van bazalten op het Deccan Plateau (India). Het betrokken bazaltgebied beslaat nu zo'n 500.000 km², maar oorspronkelijk moet een ruim vijfmaal zo groot gebied zijn bedekt. De lavabedekking is honderden meters dik, plaatselijk nog veel meer. Die enorme massa lava is niet in een fase uitgestroomd, maar in pulsen. Daardoor worden er ook afzettingen tussen gevonden. Zoals een pakket schalies (`versteende klei') die in een groot, sterk alkalisch meer zijn afgezet. In het meer leefden onder meer gastropoden, waarvan de fossiele schelpen zijn opgevuld met diverse typen SiO2: een amorf cement, microkristallijne kwarts en chalcedoon.

Uit de meerafzettingen, de fossielen en de gevormde mineralen concluderen de Indiase onderzoekers dat het klimaat ter plaatse destijds semi-aride was (Palaeogeography, Palaeoclimatology, Palaeoecology 147). Dat is opmerkelijk, omdat India destijds subhumide tot humide geweest zou moeten zijn.

Deze discrepantie verklaren de auteurs door de invloed op het klimaat die de reusachtige uitvloeiingen van bazalten over het uitgestrekte Deccan Plateau moeten hebben gehad. De droogte zou zijn veroorzaakt door de uitstoot van de spleetvulkanen. Volgens eerdere schattingen zou daarbij 5x10 mole CO2 zijn vrijgekomen. De uitvloeiingen zouden 530.000 jaar hebben aangehouden, zodat per jaar gemiddeld ca. 10 mole CO2 moet zijn uitgestoten, wat de concentratie van dit gas in de atmosfeer met 20-25% zou kunnen hebben verhoogd. Alleen daarom al zou het klimaat door de uitstoot zijn beïnvloed.

(A.J. van Loon)