Astrid van Genderen Stort

Astrid van Genderen Stort (32) is in april als veldwerker van de UNHCR naar Macedonië gestuurd. Van daaruit heeft zij de afgelopen week geprobeerd de terugkeer van vluchtelingen naar Kosovo in goede banen te leiden. Van Genderen Stort woont en werkt in Peking.

Woensdag 16 juni

UNHCR is al drie dagen bezig Kosovo in te trekken. Zondag stuurden we het eerste konvooi, nadat de KFOR zaterdag de grens over was getrokken. Een waar spektakel, zoveel machinerie heb ik nog niet bij elkaar gezien. Het leek wel Bevrijdingsdag, iedereen was blij, tank na tank reed binnen, de journalisten renden met KFOR mee en zorgden ervoor bij het eerste konvooi te horen, de UÇK kwam lachend uit de bergen tevoorschijn terwijl de Servische grenspolitie haar spullen inpakte en met KFOR mee wegreed.

Sindsdien is het niet opgehouden. UNHCR en andere niet-gouvernementele organisaties (NGO's) vertrokken zondag. Mijn directe collega's vertrokken samen met vrachtwagens vol met matrassen en dekens. Tegelijkertijd beginnen de vluchtelingen ook te vertrekken. KFOR was nog geen dag in Kosovo of de vluchtelingen vonden het al veilig genoeg om terug te gaan. We raden ze dringend aan nog niet te gaan, op veel plekken is het veel te gevaarlijk.

Aan de grens en in de kampen praten we met de vertrekkende vluchtelingen en de Kosovaarse `community leaders', we geven informatie over mijnen en wat te doen als je denkt op een mijn te stuiten. We geven ook specifieke informatie over de situatie in Kosovo. Gisternacht is een echtpaar op een mijn gestapt toen ze illegaal door de heuvels naast Blace's officiële grensovergang terugkeerden. Ze waren bang dat hun identiteitskaart afgenomen zou worden en besloten niet de `normale' weg te nemen. Hij stierf, zij werd zwaargewond door de UÇK naar de Amerikaanse KFOR-basis bij de Kosovaarse grens gebracht.

Ik ben bang dat veel mensen zullen verongelukken. Maar als iemand echt terug naar huis wil dan kan niemand hem stoppen. We kunnen ze alleen maar goed voorlichten, ze begrijpen dat er gevaar is maar ze willen zo ontzettend graag hun familie en vrienden zien. Ik zou net zo reageren, ik zou direct terugwillen, tegen beter weten in. Sommigen hebben nog familie in Kosovo, die ze twee maanden niet hebben gezien en van wie ze niet weten of ze nog leven.

Op kantoor is iedereen gestresst, mensen werken door tot diep in de nacht. Heerlijk om even in mijn appartement te zijn, al is het maar voor zes, zeven uur.

Donderdag

Ik sta vroeg op. We houden een persconferentie in het Continental Hotel. Er is voornamelijk Macedonische pers, het merendeel van de internationale pers zit in Kosovo. Er zijn vragen over kinderen die buiten Stenkovec 2 op straat `UÇK' schreeuwen: kan UNHCR ze niet beter opvoeden?!

Weer 2.500 vluchtelingen aan de grens van Blace. Twee Kosovaren met drie dagen oude schot- en granaatwonden worden naar de Amerikaans basis bij de grens gebracht. Een afscheidscadeautje van de wegtrekkende Serviërs. We brengen ze naar het ziekenhuis in Skopje. Ik ga naar Kacanik in Kosovo en word door de Amerikanen en de UÇK-leiders meegenomen naar een massagraf. In april zijn meer dan honderd mensen in Kacanik neergeschoten. Maar een paar hadden het overleefd. De UÇK zat in de bergen en zag ze begraven worden.

Ik denk aan de verhalen die de vluchtelingen uit Kacanik me nog geen maand geleden vertelden toen ik ze bij Blace binnen zag komen, urenlang wachtend in niemandsland, getraumatiseerd, uitgeput, vies, opgelucht uit Kosovo te zijn. Ik interviewde ze urenlang en hoorde de vreselijkste verhalen.

Ondertussen wachtten en wachtten de vluchtelingen tot de registratie aan de Macedonische kant voorbij was, soms duurde het bijna een dag. Daarna nog uren wachten voordat ze op de bus naar een kamp zaten, als er tenminste nog plaats in een kamp was. Het is zo'n onwerkelijk idee dat iedereen nu weer terugkeert.

Het is een grotere chaos dan voorheen, vluchtelingen die naar Kosovo gaan in taxi's, bussen, trucks, KFOR, hulporganisaties en een dappere Macedoniër die het waagt in de rij te gaan staan. De andere helft (voornamelijk mannen) is de eerste dagen al teruggegaan en keert nu weer terug vanuit Kosovo naar Macedonië om de familie op te halen. De files aan beide zijden zijn immens. Het kost uren om de grens over te gaan.

Vrijdag

De dag is zo lang. We brengen uren bij de grensovergang bij Blace door. De controle van identiteitskaarten door de Macedonische politie duurt te lang, ze nemen de groene registratiekaarten (die de vluchtelingen in gastfamilies bezaten) in beslag waardoor Kosovaren zonder identiteitsbewijs (dat is de meerderheid, sinds hun kaarten door de Servische politie en militairen verscheurd of gestolen zijn) niet de kans hebben om terug te komen.

We onderhandelen met de politie in Blace (ik ken ze zo goed na tien intense weken daar), op hoger niveau wordt ook gesproken. Uiteindelijk schijnt er een overeenkomst te zijn die morgen (mañana, mañana) in werking zal treden. Let's keep our fingers crossed.

Voel me moe, maar moet weer laat doorwerken. Eet pas om half twaalf met twee vrienden die net in Pec zijn geweest. Moet huilen om hun verhalen. Ze vertellen over een meisje dat meemaakte hoe haar hele familie werd neergeschoten. Ze stopte haar hoofd weg toen de Serviërs op haar moeder richtten. Zelf had ze geen pink meer, ook weggeschoten. Ik zie wat ze vertellen, ik ruik wat ze roken (de geur van verbranding en dood). In Pec schijnt meer dan de helft van de huizen verbrand te zijn.

Zaterdag

Zon in mijn kamer. Kon ik maar langer blijven liggen. Ik heb al tweeëneenhalve maand niet meer uitgeslapen.

Weer Blace: tussen 9 en 12 uur zijn 4.200 mensen de grens overgegaan. Een oude man met een Calimerokapje (Albanese traditie) houdt trots zijn identiteitsbewijs voor me op: hij had hem stiekem bewaard in een voering in zijn jas en nu kan hij hem weer gebruiken.

Ik moet naar Urosevac/Ferizaj in Kosovo, er zitten Serviërs en zigeuners (Roma) te wachten naast het treinstation, ze zijn bang en willen weg. Een oud vrouwtje kijkt me met trotse, sterke ogen aan: ze is vier jaar geleden met haar familie uit Krajina in Servië naar Kosovo gevlucht: ,,Miloševic beloofde ons een vreedzaam leven en daarom trokken we weg.'' Ze is niet lastig gevallen door Kosovaren, haar buren hadden haar zelfs gevraagd te blijven. Toch wil ze weg, omdat ze niet weet wat hun te wachten staat als getraumatiseerde Kosovaren terugkeren.

Het is zo treurig te zien dat het probleem slechts verplaatst wordt. Terwijl Kosovaren terugkeren naar huis, ontstaat er een nieuw vluchtelingenprobleem aan de andere kant van de grens. We rijden terug en zien de ellenlange files aan de Kosovaarse kant van de grens. Terug naar Skopje waar het nachtleven net schijnt te beginnen, in Kapanang is iedereen gezellig aan het eten.

Zondag

Ik zie de Nederlandse militairen Kosovo binnen rijden, `onze jongens' trekken over `mijn' Blace-grensovergang. Ontdek zowaar een lichte zweem van vaderlandstrots: ,,Veel succes, Nederlanders'', hoor ik mezelf overenthousiast roepen.

Ik maak me zorgen over de geestelijk gehandicapte Serviër die bij het benzinestation in Kacanik vastzit. Voor de bombardementen zat hij in een inrichting in Stimlje, in Kosovo. Toen ze eenmaal startten, trokken de Serviërs die de leiding hadden over de inrichting, daar weg en zorgde niemand voor de achtergebleven patiënten. Hij liep weg en kwam in Kacanik uit. Wanneer en hoe weet hij niet.

Amerikaanse troepen die hun basis in het benzinestation naast de hoofdweg Kacanik-Priština hebben, hebben hem vier dagen beschermd en eten gegeven. Nu zit hij alleen, vies, onbeschermd, pindakaas etend. Hij zegt dat de `guerrilla's' kwamen kijken maar dat ze niks deden. We halen hem weg en krijgen hem zonder moeite door de Macedonische grenscontrole. Het Rode Kruis neemt hem mee naar Skopje.

Maandag

Ik werkte door tot drie uur 'sochtends, versliep me bijna, gelukkig net op tijd voor mijn live-interview met de BBC in Stenkovec 1 kamp om 8.45 uur (kwam om 8.43 binnenscheuren). Het is vandaag heel erg warm, in Londen zeggen ze dat het mist. We praten over de terugkeer en over de situatie in Kosovo en maken grappen.

Ik kom een vluchteling tegen in het kamp die met alle macht nog geëvacueerd wil worden naar een ander land: ,,Ik wil niet terug naar Kosovo waar ik alles weer moet opbouwen, dat duurt jaren.'' Ze hoopt met haar familie naar Noorwegen te gaan waar haar zus ook woont. Ik vraag me af of de Kosovaren in Nederland zin hebben om terug te gaan?

Ik ben verdrietig vandaag, mis thuis in China en vraag me af of ik ooit terug ga. Ik besluit alle dierbaren maar even te bellen, dat helpt (vluchtelingenwerk met de mobiele telefoon). Ik heb het nieuwe kindje van mijn beste vrienden nog niet gezien. Wil daar zijn, gewoon een middag thuiszitten en nergens aan denken.

Ik doe een uur niks. Daarna weer aan de slag, werk, ontmoetingen, vluchtelingen, problemen. Het houdt niet op.

Dinsdag

Om 7:10 uur word ik wakker gebeld door de Schotse BBC-radio, ze vragen me wat Clintons bezoek betekent voor UNHCR? Uhm. Als Clinton kan benadrukken dat de veiligheidssituatie in Kosovo verre van ideaal is, dan ben ik blij. De familie Clinton bezoekt Macedonië vandaag en plotseling stopt alles. Zelfs de stroom vertrekkende vluchtelingen, omdat de weg naar Blace afgezet is. Zenuwachtige veiligheidsagenten checken zelfs mijn pasgekochte pak koffie en rennen nerveus om me heen.

Ik zwenk mee met de `White House tv-pool', terwijl de Clintons met vluchtelingen praten. Ze brengen meer dan anderhalf uur in het kamp door. Dat is lang, zeker vergeleken met de andere hotshots die al eerder hier zijn geweest. De president benadrukt het gevaar van mijnen en ik ben blij dat-ie in ieder geval probeert de vluchtelingenstroom richting Kosovo wat af te remmen.

Aan het einde van de dag, ondanks de VIP-bezoeken, zijn er toch meer dan 15.000 vluchtelingen die de grens over zijn gegaan, meer dan de helft via de Jazince grensovergang ten noordwesten van Skopje. Het is moeilijk precies te weten hoeveel vluchtelingen vertrekken: velen hebben de afgelopen twee maanden in gastfamilies doorgebracht en niemand weet precies hoeveel van die groep zijn weggetrokken.

's Avonds eet ik met een vriend met wie ik de eerste vier weken hier in Macedonië heb samengewerkt. Hij is één avond terug voordat hij morgen naar Priština afreist.

Woensdag, 23 juni

Sta weer veel te vroeg op. Mijn collega's gaan naar Priština en ik heb beloofd ze uit te zwaaien. De bazen vergaderen in Skopje over de georganiseerde terugkeer, die begin volgende week zal beginnen. Het kan alleen als de situatie echt veilig is. Als vluchtelingen besluiten zelf te gaan is dat hun eigen risico: UNHCR kan geen terugkeer organiseren naar plekken waar ze geen bescherming of opvang kan waarborgen. Urosevac/Ferizaj, Priština en Prizren zijn nu min of meer veilig en daar zullen de eerste bussen naar toe gaan.

Rond vier uur ga ik naar Urosevac/Ferizaj in Kosovo. Het uitzicht is zo mooi, bergen, heuvels, glooiende velden, prachtige boerenhuizen, fantastisch zonlicht. Ik ben altijd blij als ik de kans krijg om Kosovo in te rijden. Mijn dierbare assistente werkt nu tijdelijk daar. Ik wacht op haar en kom plotseling mijn oude chauffeur/assistent Bekim uit Priština tegen, die weer terug in Kosovo is. Het is goed hem te zien, hij was mijn steun en toeverlaat toen ik net in Macedonië aankwam. We lachen altijd veel samen (met veel mensen hier trouwens). Zijn huis in Priština schijnt nog in orde te zijn, zelfs zijn telefoon werkt nog!

Ik hoop hem en alle anderen binnenkort weer in Priština te zien als ik daar naartoe vertrek. Snel, hopelijk, maandag misschien. Voor hoe lang weet niemand. Ik ontmoet een vluchteling die spijt heeft zo vroeg te zijn teruggegaan naar Kosovo: zijn huis stond naast het huis van Adem Demaci, een parlementslid in Kosovo. Beide huizen zijn platgebombardeerd, hij heeft niks meer en wacht op hulp.

We rijden terug terwijl de zon ondergaat, prachtig oranje kleur. Ik werk nog vier uur, eet dan Griekse calamari in het beste restaurant in town en slaap weer veel te laat. Moet weer veel te vroeg op, want Robin `Cookie' (zeggen de vluchtelingen) komt en ik moet om half acht aantreden. Het zal wel weer een mediaspektakel worden. Hoor een vogel voor ik inslaap.